Minder klimaatimpact maken met blijvende bloemen. Het is de basis van Ellyne Bierman’s bedrijf Reflower. “Met Reflower bied ik mensen een duurzamere levensstijl met bloemen.”

Het idee is heel simpel: Reflower is een duurzame bloemenbieb waar je bloemen kunt huren. Je betaalt maandelijks 20 euro voor de huur van een boeket en als je een ‘andere’ vaas met nieuwe bloemen wil, betaal je 15 euro per wissel. Daarna maakt Ellyne de bloemen en de vaas helemaal schoon en kunnen ze weer naar een andere klant. “Het is dus eigenlijk net zoiets als en een Netflix abonnement, maar dan met bloemen.”

“Reflower is de Netflix voor bloemen, altijd mooie blijvende bloemen op tafel en als je erop uitgekeken bent, krijg je een andere bos

Van bloemenboog naar duurzaam concept

Een leuk, nieuw idee, maar met een achtergrond in marketing en bedrijfskunde had Ellyne geen achtergrond in de bloemenwereld. “We gingen trouwen en we hadden een bloemenboog met verse bloemen in de tuin. Heel mooi, maar na een dag gebruik je hem niet meer”, vertelt Ellyne. “Dat is niet alleen heel kostbaar, maar ook zonde dat je hem zo snel weer weggooit.” Daarom dacht Ellyne: wat als ik zoiets zo kunnen maken van kunstbloemen om te verhuren?

Dat is ze gaan maken. “Toen kwam ik er al snel achter dat blijvende bloemen heel erg duur zijn. Er zitten een paar winkels hier in Amsterdam die hele mooie bloemen verkopen, maar dan ben je al snel 200-300 euro kwijt voor een bos met bloemen. Dan heb je diezelfde bos bloemen het hele jaar op tafel staan.”

“Ik kwam er ook achter dat de consumenten vaak geen blijvende bloemen kopen omdat ze niet goed weten hoe ze zelf een mooi boeket maken, en dat ze het saai vinden omdat het steeds dezelfde bos is. Met deze duurzame bloemen neem je niet alleen die bezwaren weg, maar ook een heel stuk van de klimaatimpact vergeleken met verse bloemen. Verse bloemen worden de hele wereld overgevlogen en worden gekweekt in kassen, dat zorgt voor veel CO2 uitstoot.”

Reduce, re-use, recycle, reflower

“Voor mijn bedrijf hou ik me heel erg aan reduce, re-use, recycle en reflower”, zegt Ellyne. Dat houdt in dat ze met haar bloemenbieb de uitstoot van CO2 wil verminderen , doordat de klanten minder verse bloemen en verpakkingen weggooien. Dat geldt niet alleen voor de bloemen maar ook voor de vazen. “Veel van mijn vazen zijn tweedehands, ingekocht via reliving.nl, vazen met een mooie verhaal zoals Return to Sender of ze zijn gemaakt van gerecyclede materialen.”

Zelfs als de bloemen die niet mooi genoeg meer zijn voor verhuur worden niet weggegooid. “De bloemen gaan ongeveer vijf jaar mee, maar soms hebben ze ergens gestaan waarna ik ze niet meer goed schoon krijg. Dan zijn ze nog steeds mooi, maar niet voor de verhuur. Dan breng ik ze met mijn Reflower Power Programma naar een bejaarden- of verzorgingstehuis. Degene die de bloemen gaat brengen, krijgt iets lekkers mee en kan dan een praatje maken met de mensen die de bloemen ontvangen. Win-win toch?”

Aannames testen en aanpassen

Voordat ze begon had Ellyne een aantal aannames over hoe ze dacht dat haar bloemenbieb eruit zou zien. “Ik had bedacht dat mensen een abonnement konden afsluiten en dan kregen ze daar elke maand nieuwe bloemen voor. Daar ben ik heel snel vanaf gestapt”, zegt Ellyne. “Er zijn mensen die de bloemen langer willen laten staan, of nu met de Corona crisis is wisselen gewoon geen optie is. Dit is voor mensen veel duidelijker: een basis prijs en een prijs voor elke wissel. Soms moet je ergens beginnen en het maar gewoon doen.”

Een andere aanname was dat ze dacht, de bloemen moeten in de keramieken vaas staan, omdat je in een glazen vaas ziet dat er geen water instaat. Dat klopt, maar keramieken vazen zijn lastiger in te kopen en veel bepalender voor de uitstraling van een boeket. “Ik vind het zelf heel leuk zo’n oude, of zo’n Delfts Blauwe vaas, maar smaken verschillen. En ik merkte dat goede vazen moeilijk te vinden zijn, bijvoorbeeld in de kringloopwinkel. En sommigen willen de vaas nu liever houden omdat ze juist waarde hechtten aan die ene mooie vaas. Voor de zakelijke klanten maakt het wat minder uit, die vinden heel veel dingen leuk als het er maar mooi uit ziet.”

De nieuwe economie: product as a service

Reflower is een stap in de richting van de nieuwe circulaire economie: Product as a Service. Amsterdam is bezig met een verschuiving naar het Smart City model waarbij bewoners steeds meer producten kunnen lenen en delen ipv kopen. “Binnen het PAAS-model zijn verschillende categorieën, voor huishoudelijke taken kan je wasmachine huren ( die wordt beter gemaakt door de fabrikant omdat hij er baat bij heeft als de wasmachine zo lang mogelijk meegaat) binnen vervoer kan je gebruik maken van Greenwheels, kleding kan je in Amsterdam lenen bij de Fashion Library Lena.”

Ellyne hoopt dat de bloemen voor veel mensen een stap in de goede richting naar een duurzame levensstijl zal zijn. “Als je elke dag die bloemen ziet staan dan ga je vanzelf denken: wat kan ik nog meer doen om het klimaat positief te beïnvloeden. Omdat ik bij de mensen thuis kom, kan ik dat gesprek ook aangaan en mensen meer tips geven. Dat vind ik echt heel leuk.”

Een ding is duidelijk voor Ellyne dit is nog maar het begin. “Ik richt me nu als eerste vooral op Amsterdam, zodat dat goed staat. Maar ik wil zo snel mogelijk, het liefst dit jaar, kunnen uitbreiden om mijn duurzame bloemen ook in andere steden aan te bieden.”

Duurzame kleding, saai? Niet als het aan Julia Visser ligt. In haar hippe winkel, Regverdig, in Leeuwarden verkoopt ze tweehandskleding voor een fijn prijsje. “Er komen dagelijks mensen in de winkel die zeggen: ‘oh ik had niet door dat dit tweedehands is.’”

Duurzaamheid zat er altijd al wel een beetje in bij Julia. Vroeger struinde ze al vaak de kringloop door op zoek naar mooie dingen te vinden. “Ik had een bijbaan in de kringloopwinkel en later, toen ik in Engeland woonde, ook in de Engelse variant daarvan: een charity shop”, zegt ze. “Toen viel het me op hoeveel mooie dingen mensen afdanken. Dingen die gewoon prima nog een tweede leven kunnen krijgen.”

Duurzame kleding leuker maken

Vroeger rustte er een soort taboe op tweedehands kleding. Naar de kringloop ging je eigenlijk alleen maar als je geen geld had, en arm was. Het rook er vaak stoffig en muf. “De kringloopwinkels waren altijd een soort van loods”, zegt Julia. “Nu noemen ze het hier in Leeuwarden de Recycle Boulevard. Dat klinkt gelijk veel hipper. En verder stijlen ze het ook met allemaal verschillende kamers.”

“Ik zie nu ook dat jongeren steeds meer met duurzaamheid en de klimaatcrisis bezig zijn. Tweedehandskleding kopen wordt ook steeds normaler voor hun. Er zijn zelfs hele groepen waar het juist heel cool is om alleen maar tweedehands te kopen.”

“99% van de reacties in de winkel zijn positief, en soms ook juist omdat het tweedehands is. Ik heb veel mensen die zeggen ‘wat ziet het er netjes uit, ik had helemaal niet verwacht dat dit een tweedehandswinkel is.’ Aan de ene kant is het heel fijn dat mensen het zo positief ervaren, aan de andere kant is het ook heel schrijnend dat er toch nog steeds zo’n vooroordeel is rondom tweedehandskleding.”

“Ik wil met mijn winkel tweedehandskleding en dus ook duurzame kledingopties aantrekkelijker maken. Tweedehands winkelen is niet meer alleen voor mensen die weinig te besteden hebben, het is juist heel erg hip. Daarom ben ik mijn winkel ook begonnen, ik wilde wel tweedehandskleding kopen, maar ik miste een beetje een fijne winkel waar ik dat kon doen. Daarom ben ik hem zelf begonnen.”

Starten vanuit een burn-out

Dat starten van een bedrijf was voor Julia nooit helemaal de intentie geweest. “Ik kwam met een burn-out thuis te zitten”, vertelt ze. “En in die tijd kon ik eigenlijk niet zoveel. Iedereen zegt dan wel dat je gewoon maar leuke dingen moet doen, maar dat lukt ook totaal niet.”

“Ik was eigenlijk docent Engels aan het MBO, maar na een jaar fulltime werken kreeg ik een fikse burn-out te pakken. Toen ben ik gaan nadenken waar ik nou echt heel erg blij van wordt om te doen en waar ik gelukkig van werd. Ik heb ook gesprekken met een coach gehad en daar kwam wel uit dat ik tweedehands heel erg leuk vind.”

Omdat Julia op dat moment zelf ook bezig was met het verduurzamen van haar kledingkast, was ze veel op zoek naar tweedehandskleding. “We wonen zelf boven de winkel. En toen we daar kwamen wonen stond het pand leeg. Ik heb aan mijn huurbaas gevraagd of ik ook het winkelpand mocht huren om mijn winkel te beginnen”, vertelt Julia. “Ik heb eerlijk de situatie uitgelegd en dat ik geen groot startkapitaal had. Van de huurbaas heb ik toen heel veel goodwill gekregen zodat ik kon starten.”

In mei 2019 opende ze de winkel. “Eigenlijk zonder al teveel bombarie, want daar had ik toen de energie nog niet voor. Ik heb voor mezelf grenzen gesteld en heb nog steeds hele beperkte openingstijden om mezelf de rust te geven die ik nog steeds nodig heb. Het was voor mij op dat moment ook een project wat ik nodig had om weer beter in mijn vel te komen en mezelf weer nuttig te voelen.”

Klein beginnen

Ondanks dat Julia weinig startkapitaal had was het niet lastig om aan kleding te komen. “Alle kleding wordt ingebracht door mijn klanten”, vertelt Julia. “Ik sorteer uit wat nog mee kan en wat past bij de tijd van het jaar. De klanten krijgen dan 40% van de verkoopprijs als het verkocht is. Dat kunnen ze dan contant krijgen, of ze kunnen tegoed krijgen om in de winkel uit te geven, wat veel mensen ook doen. Daardoor wordt het een heel circulair proces.”

“Mensen zijn daardoor heel erg betrokken bij de winkel. Het is een community geworden op deze manier. Dat had ik van tevoren nooit zo kunnen bedenken. De klanten voelen zich verbonden en willen mij en de winkel steunen omdat ze het zo’n mooi concept vinden. Dat vind ik een van de leukste dingen aan het runnen van de winkel.”

Doordat Julia zo klein begon, was het ook makkelijker om de winkel snel zonder groot start kapitaal te openen. “Daarnaast maak ik ook geen verschil in merken en neem ik ook Zara of Primark aan. Tweedehands is tweedehands en ik weiger geen merken”, zegt Julia. Maar daardoor zijn de marges op de kleding ook niet erg groot. “Ik kan er van leven, maar ik word er niet rijk van. Voor mij is dat genoeg, ik doe iets waar ik heel gelukkig van word en waarmee ik iets goeds doe voor de wereld.”

Onrechtvaardigheid

In de tijd van haar burn-out heeft ze ook verschillende documentaires gezien waaronder The True Cost. “Dat is echt een eye-opener geweest. En het lastige vind ik als je eenmaal iets weet, dat je niet meer kan doen alsof je het niet weet.”

Daardoor kan ze niet meer zonder schuldgevoel een bloesje kopen bij de H&M. “Ik besloot in 2015 een heel jaar geen (nieuwe) kleding meer te kopen. En dat vond ik toen heel erg moeilijk. Ik ging wel naar de kringloop, maar kleding kopen is ook een soort hobby van me en ik miste het om nieuwe combinaties te maken.”

Na een jaar pakte ze het kleding kopen toch weer op. Maar dit jaar van heel bewust geen nieuwe kleding kopen en het zien van de documentaires zorgde er wel voor dat ze in 2019 Regverdig opende. Een bijzonder naam met een mooie betekenis. “Mensen denken vaak dat het Fries of Scandinavisch is, maar dat is niet zo. De naam komt uit Zuid-Afrika.”

De betekenis? Rechtvaardig.

“Ik kan heel slecht tegen onrechtvaardigheid. Deze naam past daar precies bij. Het gevoel dat ik bijdraag aan rechtvaardigheid met mijn winkel en dat de keuzes die dagelijks maak bijdragen aan meer rechtvaardigheid. Daar doe ik het voor.”

Vrouwen helpen met het verbeteren van hun relatie met eten, om zo beter voor zichzelf en hun omgeving te kunnen zorgen. Dat is Saraï Pannekoek’s missie. “Het creëren van een duurzamere, betere wereld begint bij de jeugd en dat begint weer bij de ouders.”

Bij Saraï begon het ook bij haar ouders. “Mijn moeder is Molukse en mijn vader een Zeeuw. Dus we waren best zuinig bij ons thuis. Als er iets stuk was, dan werd er altijd eerst gekeken of we het konden maken. Er werd bijna niks verspild bij ons thuis. Nu noemen we dat duurzaam, maar het is bij mij echt met de paplepel ingegoten.” Dat is tot op de dag van vandaag ook een thema in Saraï’s leven. “Ik houd bijvoorbeeld ook helemaal niet van winkelen. Als ik iets moet kopen dan kan ik daar rustig twee tot drie weken over nadenken voordat ik het dan toch maar ga kopen. Het is voor mij ook heel belangrijk dat alle spullen een betekenis en een verhaal hebben. Ik zal dus ook niet zomaar wat kopen.”

Kleding is voor haar een van die dingen. “Ik zou niet snel een kledingstuk kopen. Voornamelijk omdat ik mijn kledingkast heel fijn vindt zoals het nu is. Een nieuw kledingstuk kan dan de synergie van alles verstoren. Dus het moet wel echt iets toevoegen of nodig zijn, voor ik een nieuw kledingstuk koop.” Daarnaast houdt het dingen eenvoudig en overzichtelijk.

Eenvoud in voeding is geen gebrek aan smaak

Voor Saraï is eenvoud dus belangrijk. Dat vertaalt zich door naar haar werk en de manier waarop ze naar eten kijkt. “Ik adviseer klanten veel groenten, fruit, noten, zaden, granen en peulvruchten te eten. Daarbinnen is zoveel variatie mogelijk om lekkere gerechten te maken. Maar ik denk wel dat het heel goed is om de extraatje te beperken. Neem een paar goede recepten voor als je trek hebt in iets lekkers en hang die in de keuken. Daardoor word je je ook heel bewust van wat je eet. En als je het zelf maakt, weet je ook het effect van voeding en de tijd die je erin hebt gestopt. Dat geeft meer betekenis dan dat je bijvoorbeeld cake of koekjes in de winkel koopt met vijf verschillende soorten suiker erin.”

Zelf is Saraï gek op koken. “Ik snap het nog niet echt als mensen zeggen dat ze geen tijd hebben om zelf te koken. Als je van de zeven dagen in de week geen tijd hebt om zelf te koken, dan heb je je prioriteiten niet goed. Dat is net zoiets als dat je zegt dat je geen tijd hebt om te slapen.”

Kimchi (red. gefermenteerde groente) is bijvoorbeeld ook een goede manier om extra smaak aan je gerechten toe te voegen. En dat maakt ze zelf ook regelmatig, net als Kombucha (red. gefermenteerde zoete thee). Kimchi is niet alleen een hele lekkere toevoeging aan je maaltijden, maar ook gewoon heel erg leuk om te doen. “Ik voel me net een soort tovenaar dan. Dat proces is zo leuk en zoiets magisch. En de smaak verschilt ook altijd.”

“Kimchi is heerlijk bij een bonengerecht”, zegt Saraï. “Mensen denken onterecht dat plantaardige voeding saai is, maar het is zo smaakvol. Ik heb ook voor atleten staan koken en ik geef mijn cliënten makkelijke gerechten mee om ze te laten zien dat het heel simpel en makkelijk is om smaakvol plantaardig te koken.”

Niet alleen houdt Saraï ervan om zelf eten te koken, ze gaat ook bezig met het groeien van de plantaardige producten. “Mijn schoonfamilie zit al 200 jaar in de melkveehouderij. Sinds een aantal jaar zijn ze een transitie aan het maken.” Elk jaar krijgen de kinderen van Saraï’s schoonvader een stuk land waar ze stapsgewijs een voedselbos aanplanten. Uiteindelijk zal het bos twintig hectare tellen. “We zijn deze maand begonnen met het planten van de eerste struiken van ons voedelbos. Over zeven jaar verwachten we dat we de eerste vruchten kunnen plukken. Maar tot die tijd zorgt het bos al voor schonere lucht door CO2 op te slaan. Daarnaast zorgt het voor meer biodiversiteit in de grond en het landschap.”

De kleine wereldverbeteraar

Zelf noemt ze zich van jongs af aan al een kleine wereldverbeteraar. Dat zet ze nu door, door middel van voeding. Wie Saraï al een tijdje volgt zal haar voornamelijk kennen als voedingskundige en diëtist voor topsporters. Iets wat ze jarenlang heeft gedaan en zelfs een boek over heeft geschreven. Het is een wereld waar de nadruk ligt op een wetenschappelijke aanpak en de druk op presteren erg hoog ligt. En ook een wereld waar Saraï, in aanloop voor de spelen van 2020, steeds meer afstand van neemt “Het voelt voor mij goed, ik wil echt meer focussen op het menselijk aspect. Dat is voor mij echt heel belangrijk.”

“Mijn bedrijfsnaam is nu Nourismentis, wat betekent ‘het voeden van’. Dat kan op allerlei manieren. Ik wil de spiritualiteit en de wetenschap met elkaar verbinden om zo een duurzame verandering ingang te zetten voor de mensen die ik help. Doordat ze leren op een duurzame manier naar voeding te kijken, gaan ze andere keuzes maken. Keuzes zoals het kopen van meer lokale of Europese producten, en producten die hun lichaam echt voeden waardoor ze weer een gezondere relatie met voeding krijgen. Hoe meer mensen dat gaan doen, hoe meer dat uitstraalt naar de omgeving en naar de aarde.”

Sustainable Athlete

Dat is ook de reden dat Saraï en haar man de Stichting Sustainable Athlete opzette. “De topsport is wel een wereld die zich richt op ‘quick fixes’, veel plastic flessen en veel kip, kwark en eieren. Voor mij voelde het gewoon niet goed meer om steeds kip en kwark te adviseren. Terwijl als je wat meer tofu eet, je ook dezelfde hoeveelheid eiwitten binnenkrijgt. We hebben de stichting opgezet om zoveel mogelijk atleten te laten zien dat het ook anders kan. We wilden de sporters laten inzien dat zij een voorbeeldfunctie hebben voor de nieuwe generatie. Dat als zij dingen anders doen, ze daarin echt een voorbeeld zijn. Echt ‘lead bij example’ dus.”

Toch wil Saraï net een stapje verder daarin gaan. Hoewel de stichting dicht bij haar hart ligt, ziet ze toch een ander pad voor zich: “Door het Sjamanisme is dit nog duidelijker geworden. Ik wil mensen verbinden. Met zichzelf, elkaar, en ook met de aarde. Op deze manier kan ik mensen helpen om bewustere keuzes te maken voor zichzelf en de planeet.”

Maar denkt ze dan dat we op die manier de klimaatverandering tegen kunnen houden? “Ik denk dat we met z’n allen moeten accepteren dat er een verandering aankomt. En dat we de verbintenis met elkaar mogen zoeken. Ook met de mensen die keuzes maken waar je zelf niet achterstaat. Als we ons richten op verbinding in plaats van polarisatie, dan zijn we samen weerbaar en veerkrachtig en kunnen we de verandering, die eraan komt, samen aan. Daar vertrouw ik op.”

Bh’s die niet alleen goed zijn voor het milieu, die maar ook nog eens lekker zitten. Is het mogelijk? Ja, zegt Eva van Schijndel die de laatste hand legt aan de samples van haar eerste duurzame bh-lijn onder de naam Savara.

Van frustratie naar topidee

“Toen ik afgestudeerd was aan de master Financial Economics, ging ik direct aan de slag. Ik had gelijk mijn droombaan te pakken, dacht ik. Want toen ik begon dacht ik ook echt dat dit dé baan voor mij was”, vertelt Eva. “Maar na een aantal maanden dacht ik: waar zijn we helemaal mee bezig met z’n allen? Dus ben ik daar al heel snel gestopt. Daarna ben ik gaan kijken wat ik dan wel wilde. Ik kwam al heel snel uit op iets doen waar de wereld beter van wordt.”

Maar waarom dan bh’s? Met een achtergrond in financiën had ze geen achtergrond in mode en nam ze eerst naailessen om aan de slag te kunnen gaan met haar idee. “Ik hield heel erg van bh’s kopen, maar ik merkte dat ze al na twee weken niet lekker meer zaten. De voorgevormde cup stond ineens van de borst af, de bh zat ineens te strak, of de beugel prikte door de stof heen. Dus ik dacht: als ik daar last van heb, dan zijn er vast meer mensen die daar last van hebben.”

Voor vrouwen is het normaal dat het gewicht door de maand fluctueert, en daardoor dus ook de borstomvang. Dat kan te maken hebben met licht gewicht af- en toename door de maand heen, maar ook met hormonen. Voorgevormde bh’s en bh’s met een beugel zitten dan al snel niet lekker meer. “Na de eerste paar missers, heb ik er nu een gemaakt die fantastisch zit”, vertelt Eva. “Ik heb ze getest tot en met een E-cup. Samen met vriendinnen heb ik gekeken waar de bh goed zit en waar ik hem kan verbeteren. Nu heb een model dat bij alle vormen goed zit, mooi aansluit en voldoende ondersteuning biedt.”

Hout zonder verlies van bomen

De bh’s worden gemaakt van TENCEL een stof gemaakt van eucalyptushoutsnippers. Bomen dus. Hoe duurzaam is het dan écht als er bomen gebruikt worden voor het maken van de bh’s?

Eva moet lachen. “Dat vroeg ik me dus ook af toen ik hier van hoorde. TENCEL is niet alleen een stof, het is ook tegelijkertijd een keurmerk. Als een stof zo heet dan mag je er vanuit gaan dat het op een duurzame manier gemaakt is. De bomen worden namelijk speciaal geplant om stof van te maken. Het is dus niet zo dat ze bomen uit de natuur kappen. Voor elke boom die ze kappen, wordt een nieuwe boom geplant in speciale duurzame plantages. Zo neemt de netto-hoeveelheid bomen niet af.”

Naast TENCEL wordt er ook kant gebruikt, iets wat moeilijk duurzaam te verkrijgen is. “Verder kopen we reststukken kant in”, zegt Eva. “Ik heb gekeken naar duurzaam kant, maar dat is er bijna niet. Wat je ziet is dat fabrieken vaak teveel kant inkopen en het dan weggooien, hartstikke zonde natuurlijk! Dat koop ik in om het zo toch duurzaam te maken.”

Duurzame productie

Nu Eva haar eerste sample klaar heeft en de stof gekozen is, is ze nog opzoek naar de juiste fabriek om de eerste lijn te maken. “Dat blijkt nog lastiger dan ik dacht. Veel grotere fabrieken kunnen de lijn pas van 500-1000 stuks maken, maar dat is te veel. Niet alleen is het een grote investering vooraf, ik moet eerst nog testen welke lijn het beste werkt. Daarnaast werk ik met reststoffen die maar beperkt beschikbaar zijn kunnen er van een bepaald type maar een beperkt aantal stuks gemaakt worden.”

“Ik heb nu een kleiner familiebedrijf gevonden in Slovenië . Die hebben niet de juiste certificaten, maar werken wel op de juiste manier. Ik ga daar binnenkort kijken of de fabriek op de duurzame manier werken die ik zoek. Zo kan ik toch kan starten en een duurzame productie waarborgen.”

Tijdens dat bezoek kijkt Eva onder andere naar de omstandigheden van de werknemers, de hoeveelheid pauze, of ze naar de wc kunnen, of ze verzekerdheid zijn en of ze geen gebruik maakt van kinderarbeid. Daarnaast kijkt ze ook of er geen chemicaliën worden gebruikt en wat er gedaan wordt met restjes.

“Helaas ontkom ik er niet aan om de productie in een land te doen waar de leefkosten lager liggen. Zo houd ik de bh’s betaalbaar. Het is dus ook niet te vermijden dat er CO2 uitstoot plaatsvindt voor transport naar Nederland, maar ook naar de klanten die een bh gekocht hebben. Daarom doneer ik voor elke verkochte bh geld voor het planten van bomen ter compensatie.”

Circulaire bh’s

Omdat de bh’s van natuurlijke stof gemaakt zijn, zijn ze de stof gemakkelijk te recyclen. “Hoe dat precies in zijn werk gaat weet ik nog niet, dat moet ik nog verder uitzoeken”, zegt Eva. “Maar de hardware, dus het metaal, is wel herbruikbaar. Het idee wat er nu ligt, is dat mensen hun oude Savara-bh terugsturen op onze kosten en dat ze dan korting krijgen op hun volgende bestelling.”

ASN Bank Wereldprijs 2019

In 2019 dit jaar was Savara genomineerd voor de ASN Bank Wereldprijs 2019. “Dat heeft zeker wel wat meer naamsbekendheid opgeleverd. En ze hebben me gekoppeld aan de winnaar van 2016, die kon ik een uur lang alles vragen. Dat heeft echt heel erg geholpen! Daarnaast was het gewoon een goede validatie voor het idee en dat ze er echt wat in zagen”, vertelt Eva. “Ik ben helaas niet door naar de volgende ronde, het idee had nog wat meer werk nodig vergeleken met de andere deelnemers. Maar ik kan volgend jaar weer meedoen.”

“Daarnaast heb ik dankzij de nominatie ook contact met een webshop gekregen die waarschijnlijk mijn bh’s wil verkopen, dus het heeft genoeg goede dingen opgeleverd en ik ben nog steeds hele blij met de nominatie.”

She got this

Bij een mooi product hoort natuurlijk een goed verhaal. Dus Eva wil niet alleen focussen op het duurzame aspect van de bh’s, maar ook op empowerment. Daarom gaat ze de lijn lanceren met de campagne #SheGotThis. “We gaan krachtige vrouwen, die ook model voor ons staan, aan het woord laten over hun verhaal op een pure en echte manier.”

“Als merk ga je dingen uitstralen naar de wereld en ik heb een hele bewuste keus gemaakt om daar een sterke boodschap van te maken. Ik wil juist niet voor het perfecte plaatje gaan zoals veel merken dat wel doen. Nu zie je vaak dat de boodschap is dat als je bepaalde kleding draagt dat je mooi en goed bent. Of dat je in bepaalde situaties pas succesvol bent. En ik merkte om me heen dat vriendinnen en andere mensen juist heel erg worstelen met die boodschap. Want als iedereen hetzelfde doet en niemand echt gelukkig is, dan moet je dat doorbreken.” En dat is precies wat Eva met Savara gaat doen.

“Maar ik vind het wel spannend. Ik heb natuurlijk geen idee hoe het precies gaat uitpakken en wat er allemaal uit gaat komen. Maar dat maakt het ook wel weer leuk.”

Inmiddels heeft Eva besloten de eerst lijn bh’s zelf te produceren en is de eerste productie in de voorverkoop gegaan.

Hoeveel kledingstukken heb jij in je kast? En hoeveel gebruik je daar écht van? Waarschijnlijk gebruik je, zoals de meeste mensen, maar een fractie van de kleding die je hebt. Zonde, vindt Marije Douma. Op Instagram posts ze onder @marije_sustainablecollective tips over het combineren van kleding, hoe je duurzame, leuke items shopt en hoe je zoveel mogelijk uit je eigen kledingkast haalt. ”Ik wil mensen laten zien dat ze niet steeds meer nieuwe spullen nodig hebben”, aldus Marije.

Recent is Marije begonnen om mensen een-op-een te begeleiden om zoveel mogelijk uit hun kledingkast te halen en het echt definiëren van hun eigen stijl. Zo shop je veel bewuster, maak je goede keuzes en voorkom je dat je een kledingkast vol hebt met dingen die je nooit draagt. Dat wilde ik zelf ook wel eens uitproberen, want ook ik had een dikke kledingkast waar maar tien items regelmatig in de wasmand lagen.

Haal meer uit je eigen kledingkast

“Probeer dit shirt eens met deze broek.” Marije geeft me een shirt aan. Het bed ligt bezaaid met kledingstukken uit de kast. Ruim drie uur lang pas ik verschillende kledingstukken in verschillende combinaties die ik zelf nooit had kunnen bedenken. Ik probeer bloesjes onder truien, shirtjes in broeken, rokjes met shirtjes, jurkjes met dingen er onder en erover. Ik kom erachter dat een kledingsessie ook betekent dat ik vooral heel veel in mijn onderbroek sta. Tijdens de sessie herontdek ik mijn kledingkast en wordt het makkelijker om dingen weg te doen die niet meer bij mij en mijn stijl passen.

Toch is er ook een knelpunt waardoor ik altijd terugval op dezelfde kledingstukken: mijn kledingkast is niet geschikt voor de koudere maanden. Eyecatchers genoeg, maar warm is het allemaal niet. Een paar dagen later ontvang ik van Marije een beschrijving van mijn stijl, en een aantal vestjes van Marktplaats die mijn kledingkast een stuk warmer gaan maken en links naar duurzame basic shirts met lange mouwen. Simpel, effectief en ineens voel ik me een stuk gelukkiger met mijn eigen kledingkast. Dat is precies wat Marije voor ogen heeft: mensen laten zien dat ze niet altijd heel veel (nieuwe) kleding nodig hebben.

Tweedehands kleding, duurzaam en eerlijk

Tweedehands kleding en duurzaamheid zijn voor Marije een belangrijk onderdeel van haar leven. Dat begon voor haar tijdens haar modeopleiding waar ze af en toe wat tweedehands kocht, maar kwam pas echt toen ze kinderen kreeg. “Ik ging me toen steeds meer in de kledingindustrie verdiepen. Ik leerde ook steeds meer over de impact die kleding heeft, hoeveel water er nodig is om een kledingstuk te maken en hoe de maatschappij mensen aanspoort om steeds meer te kopen. Dat ging me steeds meer tegenstaan”, legt Marije uit.

De productie is vaak iets wat door veel mensen vergeten wordt. “Katoen kost namelijk ontzettend veel water en er worden heel veel chemicaliën gebruikt. Hennep, bamboe en brandnetel zijn veel betere opties voor nieuwe kleding. Of bijvoorbeeld Tencel wat op een duurzame manier in een gesloten systeem wordt geproduceerd.”

Tweedehands is natuurlijk nog beter. En Marije is heel goed in het scoren van toffe tweedehands kledingstukken. Kijk maar naar haar Instagramaccount: een kleurrijke inspiratiebron vol tweedehands en vintage. “Ik ben vrij ver doorgeslagen in tweedehandskleding”, lacht ze. “Maar hoewel ik voornamelijk vegan eet, eet ik ook wel eens een ei en eet ik liever de kaas van het brood van mijn kinderen op dan dat ik de restje weggooi. Maar een t-shirt van H&M zou ik nooit kopen. De focus ligt voor mij gewoon heel erg op kleding. Maar met Kerst kocht ik bijvoorbeeld ook tweedehands en duurzame Kerstcadeaus.”

“Omdat ik zoveel tweedehands koop vind ik het moeilijk om de prijs van nieuwe producten in te schatten. En duurzame producten zijn dan natuurlijk nog duurder. Dat komt niet omdat het materiaal duurder is, maar omdat de hele keten op een eerlijkere manier verloopt. Iets wat ik erg belangrijk vind. Ik koop dan ook zoveel mogelijk lokaal en bij kleinere ondernemers en blijf weg bij de grote ketens.”

“Ik merk ook dat ik nu veel blijer word van iets nieuws. Als ik nu een duurzaam basic hemdje koop dan kan ik daar echt heel erg blij van worden. Blijer dan toen ik het nog gewoon bij de Hema kocht. Dat komt waarschijnlijk omdat ik het echt heel bewust uitkies.”

Recyclekid, offline naar online

Om haar liefde voor tweedehandskleding te delen begon Marije in eerste instantie haar winkel Recyclekid met tweedehandskleding voor kinderen. “Ik kwam vaak in tweedehandskledingzaken en ik vond dat dat leuker en frisser kon. Ik was na mijn baan in het museum ook toe aan iets nieuws en toen ben ik de winkel begonnen.”

Momenteel is ze op zoek naar een verkoper voor de winkel die het in dezelfde lijn wil en kan voortzetten. “Ik vond het ontzettend leuk om te doen, maar ik merk nu dat ik via mijn kanalen andere dingen wil doen. Ik wil mensen inspireren duurzamere kledingkeuzes te maken, maar ook een eigen stijl te vinden.” En dat combineren met een fysieke winkel is lastig.

Aan ideeën heeft ze geen gebrek. Nu host ze al challenges zoals printjes bij elkaar dragen, meer uit je kledingkast halen en je eigen stijl vinden. “Ik merk wel dat ik heel veel wil delen over waarom het belangrijk is om duurzame kleding te kopen, dus dat wil ik luchtiger maken zodat het meer mensen aanspreekt.”

Verder wil ze bij mensen op bezoek om meer uit hun eigen kledingkast te halen en mensen te inspireren anders naar kleding te kijken. Maar ze denkt ook aan het organiseren van workshops en kledingruilen.

Waardeer wat je hebt

“Ik wil mensen ook leren waarderen wat ze hebben. Echt een band met een kledingstuk opbouwen. Als je een jas hebt met een gaatje erin en je laat het maken, dan wordt het echt van jou.” Ze is dan ook niet bang om kledingstukken aan te passen en het zo te maken dat het helemaal bij haar past. “Ik vind dat je spullen niet te belangrijk moet maken, maar ik vind wel dat als je iets koopt, dat je er een verantwoordelijkheid voor hebt. Het is niet iets dat je weggooit en dat het zomaar weg is. Daar moet je je bewust van zijn.”

Lanceren is een feestje! Daarom geven we nóg een boek weg. Voor mensen die zich meer willen verdiepen in het consuminderen van dieren is het boek Ooit aten we dieren van Rosanne van Voorst een aanrader. En jij kan hem winnen!

Op de achterflap:

Melk is goed voor elk. Een ei hoort erbij. We zijn opgegroeid in een tijd waarin het eten van dierlijke producten volkomen geaccepteerd is. Wetenschappers voorspellen echter dat dit in de nabije toekomst taboe zal worden. Net zoals ooit heksenverbranding, slavernij en homodiscriminatie ineens niet meer konden. Over een aantal decennia zal veganistisch de norm zijn, en vragen onze kleinkinderen ons hoe we ooit dieren hebben kunnen eten.

Met een optimistische blik laat Roanne van Voorst zien hoe we ons op deze toekomst kunnen voorbereiden. Ze gaat in gesprek met boeren, blikt terug op de tijd dat er giraffen werden gegeten en doet uit de doeken waar zelf tegenaan loopt als beginnend veganist.

Dit maakt Ooit aten we dieren tot een onmisbaar boek voor vegetariërs, flexitariërs én overtuigde vleeseters.

En jij kan hem winnen!

Wat moet je doen om te winnen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en laat een reactie achter in de comments met wat welke kleine stap jij kunt zetten om te verduurzamen.

Je kan meedoen tot en met 16 februari!