Normaal maakt Vanhulley boxershorts van oude overhemden en rest textiel. Nu is het een bruisende hub van tijdelijke vrijwilligers die mondkapjes en schorten maken voor de industrieën, die daar door Corona crisis een nijpend tekort aan hebben.

“Ik wilde al direct mondkapjes gaan maken”, zegt Jolijn Creutzberg oprichtster van Vanhulley, een werkervaringsplek is voor vrouwen met een afstand tot de arbeidsmarkt. “Maar het bleek dat het best lastig is om goede mondkapjes te maken voor de zorg. Dat zou alleen maar voor schijnzekerheid zorgen.”

In eerste instantie bleef het naaiatelier dicht na de aankondiging van de maatregelen van het kabinet, het maken van de boxershorts lag stil en ook de mondkapjes werden niet gemaakt. “Voor veel van onze vrouwen is het een beangstigende tijd. Ze vinden het heel spannend om de deur uit te gaan. Al merken we nu wel, dat nu het wat langer duurt ze zich wat veiliger gaan voelen en vaak als ze een ochtend geweest zijn ze weer terugkomen om weer te helpen.”

Een paar weken geleden begon Vanhulley toch met het maken van mondkapjes. “Ik werd benaderd al snel door andere industrieën benaderd die nu een te kort hebben aan mondkapjes. Alle beschikbare mondkapjes gaan nu naar de zorg”, legt Jolijn uit. “Daarom zijn we toch begonnen met het maken ervan.”

Dat doen ze met een heleboel vrijwilligers die in dagdelen komen werken. “Veel mensen zeggen: we zitten anders toch thuis en nu kunnen we wat bijdragen. Het atelier is groot genoeg waardoor we gemakkelijk die anderhalve meter afstand kunnen bewaren en lunchen doen we in shifts”, zegt Jolijn.

De bijdrage van de vrijwilligers is tweevoudig. Aan de ene kant zorgen ze er samen voor dat er voor iedereen genoeg mondkapjes zijn, en aan de andere kant zorgen de vrijwilligers er voor dat Vanhulley financieel overeind blijft door mee te helpen aan de orders die binnenkomen. “We hebben vorig jaar geen goed jaar gehad. We zijn begonnen met een B2B lijn en dat kost tijd om op te zetten”, zegt Jolijn. “Dit jaar begon onze B2B lijn echt goed te lopen en we hadden in maart een fantastische maand. Dus we dachten: als we nu het tweede kwartaal hard gaan knallen, dan hebben we wat meer spek op onze botten. En toen kwam Corona.”

Schorten maken voor de zorg

Naast het maken van de mondkapjes heeft Vanhulley nu ook andere orders die zorgen dat de inkomsten blijven binnenkomen. Bijvoorbeeld een order van het UMCG. “We vervangen de elastieken van de mondkapjes die ze hebben. De elastieken van mondkapjes die ze hebben gekregen uit China laten snel los.”

Daarnaast maakt Vanhulley in samenwerking met andere Nederlandse naaiateliers beschermende schorten. “Er is een nijpend te kort aan deze schorten. Voor het maken van de schorten zijn veel minder vereisten qua hygiëne in vergelijking met de mondkapjes. Maar het gaat wel om grote aantallen.”

Op dit moment is Vanhulley voornamelijk bezig met het maken van mondkapjes en maken ze helemaal geen boxers meer. Alles is gefocust op het ondersteunen van de bedrijven die daar behoefte aan hebben tijdens Corona.

Dankbaarheid

Ondanks dat Corona geen fijne situatie is, is Jolijn dankbaar en optimistisch. “Het is goed om te zien dat we zo’n hoge productiecapaciteit aankunnen en dat er zoveel mensen komen helpen.”

Ondanks dat we door social distancing niet bij elkaar op bezoek kunnen komen, heeft Jolijn wel het gevoel dat mensen dichter bij elkaar komen. “Ik vind het heel gaaf om te zien dat er toch zoveel mensen betrokken zijn en willen komen helpen. Dat geeft echt een heel goed gevoel, dat mensen het zo fijn vinden wat je opgezet hebt”, zegt Jolijn. “Ik heb zelf leren leven met het idee dat ik niet weet of Vanhulley volgend jaar nog bestaat. En dat geeft een soort rust. Ik kan daardoor heel erg genieten van wat ik nu in het atelier zie. Dat had ik echt nooit willen missen. Wat er ook gebeurt, ik heb dit wel meegemaakt. Het geeft echt een boost om te zien hoe betrokken iedereen is bij iets wat je hebt opgebouwd.”

Ook meehelpen als vrijwilliger bij Vanhulley. Je kunt je hier opgegeven.

Minder klimaatimpact maken met blijvende bloemen. Het is de basis van Ellyne Bierman’s bedrijf Reflower. “Met Reflower bied ik mensen een duurzamere levensstijl met bloemen.”

Het idee is heel simpel: Reflower is een duurzame bloemenbieb waar je bloemen kunt huren. Je betaalt maandelijks 20 euro voor de huur van een boeket en als je een ‘andere’ vaas met nieuwe bloemen wil, betaal je 15 euro per wissel. Daarna maakt Ellyne de bloemen en de vaas helemaal schoon en kunnen ze weer naar een andere klant. “Het is dus eigenlijk net zoiets als en een Netflix abonnement, maar dan met bloemen.”

“Reflower is de Netflix voor bloemen, altijd mooie blijvende bloemen op tafel en als je erop uitgekeken bent, krijg je een andere bos

Van bloemenboog naar duurzaam concept

Een leuk, nieuw idee, maar met een achtergrond in marketing en bedrijfskunde had Ellyne geen achtergrond in de bloemenwereld. “We gingen trouwen en we hadden een bloemenboog met verse bloemen in de tuin. Heel mooi, maar na een dag gebruik je hem niet meer”, vertelt Ellyne. “Dat is niet alleen heel kostbaar, maar ook zonde dat je hem zo snel weer weggooit.” Daarom dacht Ellyne: wat als ik zoiets zo kunnen maken van kunstbloemen om te verhuren?

Dat is ze gaan maken. “Toen kwam ik er al snel achter dat blijvende bloemen heel erg duur zijn. Er zitten een paar winkels hier in Amsterdam die hele mooie bloemen verkopen, maar dan ben je al snel 200-300 euro kwijt voor een bos met bloemen. Dan heb je diezelfde bos bloemen het hele jaar op tafel staan.”

“Ik kwam er ook achter dat de consumenten vaak geen blijvende bloemen kopen omdat ze niet goed weten hoe ze zelf een mooi boeket maken, en dat ze het saai vinden omdat het steeds dezelfde bos is. Met deze duurzame bloemen neem je niet alleen die bezwaren weg, maar ook een heel stuk van de klimaatimpact vergeleken met verse bloemen. Verse bloemen worden de hele wereld overgevlogen en worden gekweekt in kassen, dat zorgt voor veel CO2 uitstoot.”

Reduce, re-use, recycle, reflower

“Voor mijn bedrijf hou ik me heel erg aan reduce, re-use, recycle en reflower”, zegt Ellyne. Dat houdt in dat ze met haar bloemenbieb de uitstoot van CO2 wil verminderen , doordat de klanten minder verse bloemen en verpakkingen weggooien. Dat geldt niet alleen voor de bloemen maar ook voor de vazen. “Veel van mijn vazen zijn tweedehands, ingekocht via reliving.nl, vazen met een mooie verhaal zoals Return to Sender of ze zijn gemaakt van gerecyclede materialen.”

Zelfs als de bloemen die niet mooi genoeg meer zijn voor verhuur worden niet weggegooid. “De bloemen gaan ongeveer vijf jaar mee, maar soms hebben ze ergens gestaan waarna ik ze niet meer goed schoon krijg. Dan zijn ze nog steeds mooi, maar niet voor de verhuur. Dan breng ik ze met mijn Reflower Power Programma naar een bejaarden- of verzorgingstehuis. Degene die de bloemen gaat brengen, krijgt iets lekkers mee en kan dan een praatje maken met de mensen die de bloemen ontvangen. Win-win toch?”

Aannames testen en aanpassen

Voordat ze begon had Ellyne een aantal aannames over hoe ze dacht dat haar bloemenbieb eruit zou zien. “Ik had bedacht dat mensen een abonnement konden afsluiten en dan kregen ze daar elke maand nieuwe bloemen voor. Daar ben ik heel snel vanaf gestapt”, zegt Ellyne. “Er zijn mensen die de bloemen langer willen laten staan, of nu met de Corona crisis is wisselen gewoon geen optie is. Dit is voor mensen veel duidelijker: een basis prijs en een prijs voor elke wissel. Soms moet je ergens beginnen en het maar gewoon doen.”

Een andere aanname was dat ze dacht, de bloemen moeten in de keramieken vaas staan, omdat je in een glazen vaas ziet dat er geen water instaat. Dat klopt, maar keramieken vazen zijn lastiger in te kopen en veel bepalender voor de uitstraling van een boeket. “Ik vind het zelf heel leuk zo’n oude, of zo’n Delfts Blauwe vaas, maar smaken verschillen. En ik merkte dat goede vazen moeilijk te vinden zijn, bijvoorbeeld in de kringloopwinkel. En sommigen willen de vaas nu liever houden omdat ze juist waarde hechtten aan die ene mooie vaas. Voor de zakelijke klanten maakt het wat minder uit, die vinden heel veel dingen leuk als het er maar mooi uit ziet.”

De nieuwe economie: product as a service

Reflower is een stap in de richting van de nieuwe circulaire economie: Product as a Service. Amsterdam is bezig met een verschuiving naar het Smart City model waarbij bewoners steeds meer producten kunnen lenen en delen ipv kopen. “Binnen het PAAS-model zijn verschillende categorieën, voor huishoudelijke taken kan je wasmachine huren ( die wordt beter gemaakt door de fabrikant omdat hij er baat bij heeft als de wasmachine zo lang mogelijk meegaat) binnen vervoer kan je gebruik maken van Greenwheels, kleding kan je in Amsterdam lenen bij de Fashion Library Lena.”

Ellyne hoopt dat de bloemen voor veel mensen een stap in de goede richting naar een duurzame levensstijl zal zijn. “Als je elke dag die bloemen ziet staan dan ga je vanzelf denken: wat kan ik nog meer doen om het klimaat positief te beïnvloeden. Omdat ik bij de mensen thuis kom, kan ik dat gesprek ook aangaan en mensen meer tips geven. Dat vind ik echt heel leuk.”

Een ding is duidelijk voor Ellyne dit is nog maar het begin. “Ik richt me nu als eerste vooral op Amsterdam, zodat dat goed staat. Maar ik wil zo snel mogelijk, het liefst dit jaar, kunnen uitbreiden om mijn duurzame bloemen ook in andere steden aan te bieden.”

In 2012 was Jos Meijers het zat om voor een baas te werken. En terwijl hij thuiszat, bedacht hij een revolutionair nieuw idee: een voedseltuin voor de voedselbank, midden in Groningen stad. Daar is Toentje uit ontstaan. “In het hoogseizoen leveren we nu 4500 kilo aan de voedselbank. Dat komt neer op 18.000 porties per jaar. En met ons nieuwe project ‘Boeren voor de voedselbank’, wordt dit alleen maar meer. Toentje, Terra en een aantal akkerbouwers gaan samen aan de slag voor een nog grotere stroom van groenten voor de voedselbanken.”

“In mijn vorige werk kwam ik veel jongens tegen, die van de voedselbank afhankelijk waren”, vertelt Jos. “Die vertelden dat er veel houdbare producten waren zoals macaroni, en producten in blikken, maar geen verse levensmiddelen. Daar wilde ik wat aan gaan doen.”

“Dus toen ik zonder baan kwam te zitten ben ik gaan denken: wat vind ik nou leuk? Daar is Toentje, uit ontstaan. Ik maakte een plan, ging naar de gemeente, en het bleek dat die net een nieuw armoedebeleid hadden gemaakt. Daarin stond een regeltje waardoor ik subsidie kon krijgen en samen met de gemeente aan de slag kon gaan.”

Van stichting naar sociale onderneming

Nu, zeven jaar later is Toentje geen stichting meer, maar een sociale onderneming. Nog steeds krijgen ze 50% uit subsidies, maar 50% zijn ook eigen inkomsten. “Dat vond de gemeente best heel spannend, die eigen inkomsten. Dat is eigenlijk een terrein waarin nog niet zoveel bedrijven opereren. Maar het voelde voor ons ook nodig om een andere geld bron te vinden. Subsidies zijn natuurlijk niet gegarandeerd, en we wilden een wat vastere inkomensbron voor onszelf maken op deze manier.”

Daarom heeft Toentje inmiddels haar eigen buurtrestaurant en een aantal producten ontwikkeld. “We hebben onze eigen honing: Groning. Dat is begonnen omdat we een gesprek hadden met de imker in onze tuin. Die verkocht een groot deel van zijn honing aan de groothandel. Dat is zonde natuurlijk! Hoe leuk is het als lokale mensen de honing kunnen kopen van bijen die gewoon door Groningen vliegen. Die honing heeft gewoon een goed verhaal.” Inmiddels werkt Jos samen met verschillende imkers in de stad.

Maar dat is niet het enige, Toentje heeft ook een hoptuin, waar ze hop kweken voor bierbrouwerij Bax. “We wilden de lokale keten stimuleren. Dat doe je het beste door een aantal dingen aan elkaar te koppelen. Zo zijn we bij Bax terecht gekomen en we hebben nu de enige hoptuin in Nederland midden in de stad. Als Groninger kun je dus je biertje zien groeien. Dat is echt heel goed ontvangen. Bij het Forum en Dille en Kamille lopen het biertje ‘Kon Minder’ en de Groning honing als een trein.”

Volgens Jos komt dat omdat mensen gewoon behoefte hebben aan een goed verhaal. “ Zeker in de tijd waar er al zoveel op iedereen af komt. Dan gaan mensen juist op zoek naar authenticiteit. Groning en Kon Minder hebben dat. Maar de mensen die het kopen blijven wel consumenten, dus het kan wel een goed verhaal hebben, het moet daarnaast ook wel echt gewoon een goed product zijn.”

Een lange adem

Een van de grootste uitdagingen die Jos tegenkwam in de afgelopen zeven jaar is naar eigen zeggen toch wel het gebrek aan tijd en focus. “Je moet je wel echt blijven focussen en veel versimpelen. Er zijn zoveel dingen leuk en voor veel dingen is ook een kwestie van een lange adem hebben.”

Gelukkig levert dat ook veel op. “Omdat we een lange adem hebben gehad, zijn we nu één van de spelers die vooraan staan in het veld. Er komen vaak mensen van verschillende scholen en universiteiten kijken hoe wij het gedaan hebben. Maar ook mensen die een eigen initiatief willen starten. Zo zijn er in verschillende steden al voedseltuinen voor de voedselbank ontstaan. Daar word ik heel blij van”, zegt Jos.

Iedereen is welkom

“We hebben allerlei soorten mensen van ex-daklozen tot expats. Je kan het zo gek niet bedenken: iedereen is hier welkom”. “Wat je vaak ziet is dat mensen in hetzelfde vijvertje blijven zitten, maar wij brengen mensen van alle lagen van de samenleving samen. Dat maakt ons heel uniek.”

Die combinatie is ook heel goed voor de mensen die bij Toentje werken. “Iedereen gaat heel respectvol met elkaar om. We hebben een hele nuchtere, open manier van samenwerken. Dat is echt onze kracht. Er is plek voor mensen die samen willen werken, maar er is ook plek voor mensen die meer rust nodig hebben.”

Ruimte en persoonlijke aandacht is bij Toentje dan ook heel belangrijk. “We kijken echt naar wat mensen nodig hebben, maar laten ze vaak ook eerst tot rust komen. Er komen veel mensen bij ons met een zware rugzak, die helemaal moegestreden zijn van het systeem. Dan is het fijn om eerst tot rust te komen en te kijken waar ze naar toe willen. We hebben geen uitgestippeld plan, en kijken echt met iedereen persoonlijk mee.”

De sociale hub van de stad

Behalve mensen via de voedselbank van eten voorzien, doen ze nog veel meer. Zo geven ze les aan basisschoolkinderen om te laten zien waar hun eten vandaan komt, waarna de kinderen in de lente een aantal dagen in de tuin komen werken om in speciale bakken hun eigen groente te verbouwen. Later komen ze ook nog om in de keuken van Toentje’s buurtrestaurant Bie de Buuf hun eigen eten klaar te maken.

“We willen kinderen zo laten zien dat je heel gemakkelijk en goedkoop lokaal eten kan klaarmaken dat gezond en lekker is”, aldus Jos. “Heel veel scholen hebben nu nog geen leerlijnen rondom voedsel. We zijn in gesprek met de scholen en gemeente om te zorgen dat dit standaard wel in het pakket komt. Het is een heel groot onderwerp en daarom zijn wij gewoon aan de slag gegaan. Daardoor wordt het straks gewoon een beleid.”

Koko Toko zit inmiddels al 6,5 jaar in de Oosterstraat in Groningen. Amber Crommelin verkoopt in haar winkel duurzame kleding en aanverwanten spullen voor een duurzame leefstijl. Of zoals ze zelf zegt: “We verkopen happy stuff.”

Toen Amber begon met haar winkel, was duurzaamheid nog niet zo trendy als nu. “Ik was gelukkig niet te vroeg met de winkel, maar ik merk wel degelijk een verschil. Zo worden mijn klanten nu steeds jonger. En heel opvallend, ik heb de afgelopen twee jaar heel weinig discussie gevoerd met mensen over het belang van duurzame spullen en kleding. Dus er is zeker een shift gaande.”

Zelf betere keuzes maken

“Ik ben heel biologisch opgevoed”, zegt Amber. “We hadden niet veel geld, maar wat we hadden ging naar de biologische winkel. Bovendien komt mijn moeder van een achtergrond waar ze veel dingen zelf maakte, hergebruikte en dingen van goede kwaliteit kocht. De boodschap die ik van huis uit mee kreeg was: je moet je geld wel nuttig besteden.”

“Ik wilde zelf betere keuzes leren maken. Eerlijk gezegd worstelde ik er zelf mee en vond ik het lastig om die goede keuzes ook echt te maken. Dus ik dacht, als ik nou een winkel begin en mezelf omring met allemaal goede en duurzame spullen, dan wordt het ook makkelijker om het leven te leven wat ik eigenlijk echt graag wil.” En dat is ze gaan doen. Nu inspireert ze elke dag mensen in haar winkel met mooie duurzame spullen. “Ik verkoop happy stuff en wil mensen er bewust van maken dat hoe meer happiness en geluk je verzamelt in je leven, hoe makkelijker het is om het met anderen te delen en dat gevoel te vermenigvuldigen.”

In dit geval gaat het niet alleen om Amber’s klanten, maar geldt het voor de hele keten. “De keten, van de spullen die ik verkoop, zit gewoon goed in elkaar. Als je in mijn winkel duurzame spullen koopt dan zorgt dat ook weer voor geluk bij mensen die het gemaakt hebben. Zo wordt het gevoel van welbevinden bij iedereen groter. Dat vind ik heel belangrijk.”

Voor Amber is het belangrijk dat mensen ook goed nadenken over wat ze echt nodig hebben. Dat is iets wat ze zelf ook doortrekt naar alle aspecten in haar leven, niet alleen met spullen. In de winkel loopt haar hond Oscar rond, een lieverd die bij iedereen even komt knuffelen. “Ik heb hem uit Griekenland geadopteerd. Er zitten zoveel lieve honden in het asiel die ook een fijn huisje verdienen. Dat heb ik hem geboden en ik heb het echt heel erg getroffen met hem.”

Werken in de ruitersport

“Ik heb ook een tijdje in de ruitersport gezeten”, vertelt Amber. “Ik vond het heerlijk om af en toe in het magazijn te werken, omdat het fysiek werk was. Maar altijd als de containers uit India binnenkwamen had ik het idee dat ik een gasmasker nodig had. Die containers worden helemaal volgespoten met pesticiden. Dat ging me heel erg tegenstaan, ook in de grote getalen waarin de spullen binnenkwamen. Zoveel hebben we gewoon helemaal niet nodig.”
“Af en toe kwamen ik dan briefjes of snoeppapiertjes tegen in die containers, van de mensen uit India die, die spullen erin gestopt hebben. Dat zet je wel echt aan het denken.”

Amber wilde dus iets goed voor de wereld doen. “Eerst dacht ik aan horeca, maar ik heb helemaal geen horeca ervaring. Daarom ben ik een winkel begonnen, want als de fysieke winkel niet zou lopen, dan zou ik altijd nog online een webshop op kunnen zetten.” Dat bleek helemaal niet nodig te zijn, want nu bijna zeven jaar na oprichting loopt de winkel goed, zonder online winkel.
De winkel is dus ook niet ontstaan uit de wens om te verkopen “We kijken veel holistischer naar het geheel. Echt vanuit het idealisme, wat heb je als mens nodig. Het gaat ook om de mens die het maakt en minder om de mens die het koopt.”

Iets anders doen

Nu de winkel bijna 7 jaar bestaat heeft Amber een hoop dingen geleerd. Ook over zichzelf. “Een van de dingen waar ik nog geen rust in gevonden heb is dat je toch zes dagen in de week in de winkel zit. Het beheerst compleet je agenda. Je moet heel veel zelf regelen, dingen doen, en het is gewoon heel hard werken. Ik doe dat met heel veel liefde, maar uiteindelijk heb je je ook aan openingstijden te houden.”

Daarom heeft ze zichzelf permissie gegeven om dit jaar rond te kijken en uit te zoeken wat nog meer haar interesse heeft. Met een achtergrond in commerciële economie en heel veel Retail ervaring is ze nu op zoek naar haar volgende stap. “Ik wil in ieder geval heel veel reizen en ontdekken wie ik ben als ik geen winkel heb. Tot nu toe vind ik het een hele leuke zoektocht, omdat ik van veel mensen hoor wat mijn kracht is en daar soms verrassende dingen uitkomen.”

Een ding is wel duidelijk, Amber wil zeker iets blijven doen waar ze de wereld een stukje beter mee maakt. “Ik doe nu al veel andere dingen naast de winkel, ik coach bijvoorbeeld een jonge ondernemer van 17 en ik heb meerdere winkels tegelijk gehad. Die variatie van dingen wil ik zeker blijven doen.”

Bh’s die niet alleen goed zijn voor het milieu, die maar ook nog eens lekker zitten. Is het mogelijk? Ja, zegt Eva van Schijndel die de laatste hand legt aan de samples van haar eerste duurzame bh-lijn onder de naam Savara.

Van frustratie naar topidee

“Toen ik afgestudeerd was aan de master Financial Economics, ging ik direct aan de slag. Ik had gelijk mijn droombaan te pakken, dacht ik. Want toen ik begon dacht ik ook echt dat dit dé baan voor mij was”, vertelt Eva. “Maar na een aantal maanden dacht ik: waar zijn we helemaal mee bezig met z’n allen? Dus ben ik daar al heel snel gestopt. Daarna ben ik gaan kijken wat ik dan wel wilde. Ik kwam al heel snel uit op iets doen waar de wereld beter van wordt.”

Maar waarom dan bh’s? Met een achtergrond in financiën had ze geen achtergrond in mode en nam ze eerst naailessen om aan de slag te kunnen gaan met haar idee. “Ik hield heel erg van bh’s kopen, maar ik merkte dat ze al na twee weken niet lekker meer zaten. De voorgevormde cup stond ineens van de borst af, de bh zat ineens te strak, of de beugel prikte door de stof heen. Dus ik dacht: als ik daar last van heb, dan zijn er vast meer mensen die daar last van hebben.”

Voor vrouwen is het normaal dat het gewicht door de maand fluctueert, en daardoor dus ook de borstomvang. Dat kan te maken hebben met licht gewicht af- en toename door de maand heen, maar ook met hormonen. Voorgevormde bh’s en bh’s met een beugel zitten dan al snel niet lekker meer. “Na de eerste paar missers, heb ik er nu een gemaakt die fantastisch zit”, vertelt Eva. “Ik heb ze getest tot en met een E-cup. Samen met vriendinnen heb ik gekeken waar de bh goed zit en waar ik hem kan verbeteren. Nu heb een model dat bij alle vormen goed zit, mooi aansluit en voldoende ondersteuning biedt.”

Hout zonder verlies van bomen

De bh’s worden gemaakt van TENCEL een stof gemaakt van eucalyptushoutsnippers. Bomen dus. Hoe duurzaam is het dan écht als er bomen gebruikt worden voor het maken van de bh’s?

Eva moet lachen. “Dat vroeg ik me dus ook af toen ik hier van hoorde. TENCEL is niet alleen een stof, het is ook tegelijkertijd een keurmerk. Als een stof zo heet dan mag je er vanuit gaan dat het op een duurzame manier gemaakt is. De bomen worden namelijk speciaal geplant om stof van te maken. Het is dus niet zo dat ze bomen uit de natuur kappen. Voor elke boom die ze kappen, wordt een nieuwe boom geplant in speciale duurzame plantages. Zo neemt de netto-hoeveelheid bomen niet af.”

Naast TENCEL wordt er ook kant gebruikt, iets wat moeilijk duurzaam te verkrijgen is. “Verder kopen we reststukken kant in”, zegt Eva. “Ik heb gekeken naar duurzaam kant, maar dat is er bijna niet. Wat je ziet is dat fabrieken vaak teveel kant inkopen en het dan weggooien, hartstikke zonde natuurlijk! Dat koop ik in om het zo toch duurzaam te maken.”

Duurzame productie

Nu Eva haar eerste sample klaar heeft en de stof gekozen is, is ze nog opzoek naar de juiste fabriek om de eerste lijn te maken. “Dat blijkt nog lastiger dan ik dacht. Veel grotere fabrieken kunnen de lijn pas van 500-1000 stuks maken, maar dat is te veel. Niet alleen is het een grote investering vooraf, ik moet eerst nog testen welke lijn het beste werkt. Daarnaast werk ik met reststoffen die maar beperkt beschikbaar zijn kunnen er van een bepaald type maar een beperkt aantal stuks gemaakt worden.”

“Ik heb nu een kleiner familiebedrijf gevonden in Slovenië . Die hebben niet de juiste certificaten, maar werken wel op de juiste manier. Ik ga daar binnenkort kijken of de fabriek op de duurzame manier werken die ik zoek. Zo kan ik toch kan starten en een duurzame productie waarborgen.”

Tijdens dat bezoek kijkt Eva onder andere naar de omstandigheden van de werknemers, de hoeveelheid pauze, of ze naar de wc kunnen, of ze verzekerdheid zijn en of ze geen gebruik maakt van kinderarbeid. Daarnaast kijkt ze ook of er geen chemicaliën worden gebruikt en wat er gedaan wordt met restjes.

“Helaas ontkom ik er niet aan om de productie in een land te doen waar de leefkosten lager liggen. Zo houd ik de bh’s betaalbaar. Het is dus ook niet te vermijden dat er CO2 uitstoot plaatsvindt voor transport naar Nederland, maar ook naar de klanten die een bh gekocht hebben. Daarom doneer ik voor elke verkochte bh geld voor het planten van bomen ter compensatie.”

Circulaire bh’s

Omdat de bh’s van natuurlijke stof gemaakt zijn, zijn ze de stof gemakkelijk te recyclen. “Hoe dat precies in zijn werk gaat weet ik nog niet, dat moet ik nog verder uitzoeken”, zegt Eva. “Maar de hardware, dus het metaal, is wel herbruikbaar. Het idee wat er nu ligt, is dat mensen hun oude Savara-bh terugsturen op onze kosten en dat ze dan korting krijgen op hun volgende bestelling.”

ASN Bank Wereldprijs 2019

In 2019 dit jaar was Savara genomineerd voor de ASN Bank Wereldprijs 2019. “Dat heeft zeker wel wat meer naamsbekendheid opgeleverd. En ze hebben me gekoppeld aan de winnaar van 2016, die kon ik een uur lang alles vragen. Dat heeft echt heel erg geholpen! Daarnaast was het gewoon een goede validatie voor het idee en dat ze er echt wat in zagen”, vertelt Eva. “Ik ben helaas niet door naar de volgende ronde, het idee had nog wat meer werk nodig vergeleken met de andere deelnemers. Maar ik kan volgend jaar weer meedoen.”

“Daarnaast heb ik dankzij de nominatie ook contact met een webshop gekregen die waarschijnlijk mijn bh’s wil verkopen, dus het heeft genoeg goede dingen opgeleverd en ik ben nog steeds hele blij met de nominatie.”

She got this

Bij een mooi product hoort natuurlijk een goed verhaal. Dus Eva wil niet alleen focussen op het duurzame aspect van de bh’s, maar ook op empowerment. Daarom gaat ze de lijn lanceren met de campagne #SheGotThis. “We gaan krachtige vrouwen, die ook model voor ons staan, aan het woord laten over hun verhaal op een pure en echte manier.”

“Als merk ga je dingen uitstralen naar de wereld en ik heb een hele bewuste keus gemaakt om daar een sterke boodschap van te maken. Ik wil juist niet voor het perfecte plaatje gaan zoals veel merken dat wel doen. Nu zie je vaak dat de boodschap is dat als je bepaalde kleding draagt dat je mooi en goed bent. Of dat je in bepaalde situaties pas succesvol bent. En ik merkte om me heen dat vriendinnen en andere mensen juist heel erg worstelen met die boodschap. Want als iedereen hetzelfde doet en niemand echt gelukkig is, dan moet je dat doorbreken.” En dat is precies wat Eva met Savara gaat doen.

“Maar ik vind het wel spannend. Ik heb natuurlijk geen idee hoe het precies gaat uitpakken en wat er allemaal uit gaat komen. Maar dat maakt het ook wel weer leuk.”

Inmiddels heeft Eva besloten de eerst lijn bh’s zelf te produceren en is de eerste productie in de voorverkoop gegaan.

Hoeveel kledingstukken heb jij in je kast? En hoeveel gebruik je daar écht van? Waarschijnlijk gebruik je, zoals de meeste mensen, maar een fractie van de kleding die je hebt. Zonde, vindt Marije Douma. Op Instagram posts ze onder @marije_sustainablecollective tips over het combineren van kleding, hoe je duurzame, leuke items shopt en hoe je zoveel mogelijk uit je eigen kledingkast haalt. ”Ik wil mensen laten zien dat ze niet steeds meer nieuwe spullen nodig hebben”, aldus Marije.

Recent is Marije begonnen om mensen een-op-een te begeleiden om zoveel mogelijk uit hun kledingkast te halen en het echt definiëren van hun eigen stijl. Zo shop je veel bewuster, maak je goede keuzes en voorkom je dat je een kledingkast vol hebt met dingen die je nooit draagt. Dat wilde ik zelf ook wel eens uitproberen, want ook ik had een dikke kledingkast waar maar tien items regelmatig in de wasmand lagen.

Haal meer uit je eigen kledingkast

“Probeer dit shirt eens met deze broek.” Marije geeft me een shirt aan. Het bed ligt bezaaid met kledingstukken uit de kast. Ruim drie uur lang pas ik verschillende kledingstukken in verschillende combinaties die ik zelf nooit had kunnen bedenken. Ik probeer bloesjes onder truien, shirtjes in broeken, rokjes met shirtjes, jurkjes met dingen er onder en erover. Ik kom erachter dat een kledingsessie ook betekent dat ik vooral heel veel in mijn onderbroek sta. Tijdens de sessie herontdek ik mijn kledingkast en wordt het makkelijker om dingen weg te doen die niet meer bij mij en mijn stijl passen.

Toch is er ook een knelpunt waardoor ik altijd terugval op dezelfde kledingstukken: mijn kledingkast is niet geschikt voor de koudere maanden. Eyecatchers genoeg, maar warm is het allemaal niet. Een paar dagen later ontvang ik van Marije een beschrijving van mijn stijl, en een aantal vestjes van Marktplaats die mijn kledingkast een stuk warmer gaan maken en links naar duurzame basic shirts met lange mouwen. Simpel, effectief en ineens voel ik me een stuk gelukkiger met mijn eigen kledingkast. Dat is precies wat Marije voor ogen heeft: mensen laten zien dat ze niet altijd heel veel (nieuwe) kleding nodig hebben.

Tweedehands kleding, duurzaam en eerlijk

Tweedehands kleding en duurzaamheid zijn voor Marije een belangrijk onderdeel van haar leven. Dat begon voor haar tijdens haar modeopleiding waar ze af en toe wat tweedehands kocht, maar kwam pas echt toen ze kinderen kreeg. “Ik ging me toen steeds meer in de kledingindustrie verdiepen. Ik leerde ook steeds meer over de impact die kleding heeft, hoeveel water er nodig is om een kledingstuk te maken en hoe de maatschappij mensen aanspoort om steeds meer te kopen. Dat ging me steeds meer tegenstaan”, legt Marije uit.

De productie is vaak iets wat door veel mensen vergeten wordt. “Katoen kost namelijk ontzettend veel water en er worden heel veel chemicaliën gebruikt. Hennep, bamboe en brandnetel zijn veel betere opties voor nieuwe kleding. Of bijvoorbeeld Tencel wat op een duurzame manier in een gesloten systeem wordt geproduceerd.”

Tweedehands is natuurlijk nog beter. En Marije is heel goed in het scoren van toffe tweedehands kledingstukken. Kijk maar naar haar Instagramaccount: een kleurrijke inspiratiebron vol tweedehands en vintage. “Ik ben vrij ver doorgeslagen in tweedehandskleding”, lacht ze. “Maar hoewel ik voornamelijk vegan eet, eet ik ook wel eens een ei en eet ik liever de kaas van het brood van mijn kinderen op dan dat ik de restje weggooi. Maar een t-shirt van H&M zou ik nooit kopen. De focus ligt voor mij gewoon heel erg op kleding. Maar met Kerst kocht ik bijvoorbeeld ook tweedehands en duurzame Kerstcadeaus.”

“Omdat ik zoveel tweedehands koop vind ik het moeilijk om de prijs van nieuwe producten in te schatten. En duurzame producten zijn dan natuurlijk nog duurder. Dat komt niet omdat het materiaal duurder is, maar omdat de hele keten op een eerlijkere manier verloopt. Iets wat ik erg belangrijk vind. Ik koop dan ook zoveel mogelijk lokaal en bij kleinere ondernemers en blijf weg bij de grote ketens.”

“Ik merk ook dat ik nu veel blijer word van iets nieuws. Als ik nu een duurzaam basic hemdje koop dan kan ik daar echt heel erg blij van worden. Blijer dan toen ik het nog gewoon bij de Hema kocht. Dat komt waarschijnlijk omdat ik het echt heel bewust uitkies.”

Recyclekid, offline naar online

Om haar liefde voor tweedehandskleding te delen begon Marije in eerste instantie haar winkel Recyclekid met tweedehandskleding voor kinderen. “Ik kwam vaak in tweedehandskledingzaken en ik vond dat dat leuker en frisser kon. Ik was na mijn baan in het museum ook toe aan iets nieuws en toen ben ik de winkel begonnen.”

Momenteel is ze op zoek naar een verkoper voor de winkel die het in dezelfde lijn wil en kan voortzetten. “Ik vond het ontzettend leuk om te doen, maar ik merk nu dat ik via mijn kanalen andere dingen wil doen. Ik wil mensen inspireren duurzamere kledingkeuzes te maken, maar ook een eigen stijl te vinden.” En dat combineren met een fysieke winkel is lastig.

Aan ideeën heeft ze geen gebrek. Nu host ze al challenges zoals printjes bij elkaar dragen, meer uit je kledingkast halen en je eigen stijl vinden. “Ik merk wel dat ik heel veel wil delen over waarom het belangrijk is om duurzame kleding te kopen, dus dat wil ik luchtiger maken zodat het meer mensen aanspreekt.”

Verder wil ze bij mensen op bezoek om meer uit hun eigen kledingkast te halen en mensen te inspireren anders naar kleding te kijken. Maar ze denkt ook aan het organiseren van workshops en kledingruilen.

Waardeer wat je hebt

“Ik wil mensen ook leren waarderen wat ze hebben. Echt een band met een kledingstuk opbouwen. Als je een jas hebt met een gaatje erin en je laat het maken, dan wordt het echt van jou.” Ze is dan ook niet bang om kledingstukken aan te passen en het zo te maken dat het helemaal bij haar past. “Ik vind dat je spullen niet te belangrijk moet maken, maar ik vind wel dat als je iets koopt, dat je er een verantwoordelijkheid voor hebt. Het is niet iets dat je weggooit en dat het zomaar weg is. Daar moet je je bewust van zijn.”