Koko Toko zit inmiddels al 6,5 jaar in de Oosterstraat in Groningen. Amber Crommelin verkoopt in haar winkel duurzame kleding en aanverwanten spullen voor een duurzame leefstijl. Of zoals ze zelf zegt: “We verkopen happy stuff.”

Toen Amber begon met haar winkel, was duurzaamheid nog niet zo trendy als nu. “Ik was gelukkig niet te vroeg met de winkel, maar ik merk wel degelijk een verschil. Zo worden mijn klanten nu steeds jonger. En heel opvallend, ik heb de afgelopen twee jaar heel weinig discussie gevoerd met mensen over het belang van duurzame spullen en kleding. Dus er is zeker een shift gaande.”

Zelf betere keuzes maken

“Ik ben heel biologisch opgevoed”, zegt Amber. “We hadden niet veel geld, maar wat we hadden ging naar de biologische winkel. Bovendien komt mijn moeder van een achtergrond waar ze veel dingen zelf maakte, hergebruikte en dingen van goede kwaliteit kocht. De boodschap die ik van huis uit mee kreeg was: je moet je geld wel nuttig besteden.”

“Ik wilde zelf betere keuzes leren maken. Eerlijk gezegd worstelde ik er zelf mee en vond ik het lastig om die goede keuzes ook echt te maken. Dus ik dacht, als ik nou een winkel begin en mezelf omring met allemaal goede en duurzame spullen, dan wordt het ook makkelijker om het leven te leven wat ik eigenlijk echt graag wil.” En dat is ze gaan doen. Nu inspireert ze elke dag mensen in haar winkel met mooie duurzame spullen. “Ik verkoop happy stuff en wil mensen er bewust van maken dat hoe meer happiness en geluk je verzamelt in je leven, hoe makkelijker het is om het met anderen te delen en dat gevoel te vermenigvuldigen.”

In dit geval gaat het niet alleen om Amber’s klanten, maar geldt het voor de hele keten. “De keten, van de spullen die ik verkoop, zit gewoon goed in elkaar. Als je in mijn winkel duurzame spullen koopt dan zorgt dat ook weer voor geluk bij mensen die het gemaakt hebben. Zo wordt het gevoel van welbevinden bij iedereen groter. Dat vind ik heel belangrijk.”

Voor Amber is het belangrijk dat mensen ook goed nadenken over wat ze echt nodig hebben. Dat is iets wat ze zelf ook doortrekt naar alle aspecten in haar leven, niet alleen met spullen. In de winkel loopt haar hond Oscar rond, een lieverd die bij iedereen even komt knuffelen. “Ik heb hem uit Griekenland geadopteerd. Er zitten zoveel lieve honden in het asiel die ook een fijn huisje verdienen. Dat heb ik hem geboden en ik heb het echt heel erg getroffen met hem.”

Werken in de ruitersport

“Ik heb ook een tijdje in de ruitersport gezeten”, vertelt Amber. “Ik vond het heerlijk om af en toe in het magazijn te werken, omdat het fysiek werk was. Maar altijd als de containers uit India binnenkwamen had ik het idee dat ik een gasmasker nodig had. Die containers worden helemaal volgespoten met pesticiden. Dat ging me heel erg tegenstaan, ook in de grote getalen waarin de spullen binnenkwamen. Zoveel hebben we gewoon helemaal niet nodig.”
“Af en toe kwamen ik dan briefjes of snoeppapiertjes tegen in die containers, van de mensen uit India die, die spullen erin gestopt hebben. Dat zet je wel echt aan het denken.”

Amber wilde dus iets goed voor de wereld doen. “Eerst dacht ik aan horeca, maar ik heb helemaal geen horeca ervaring. Daarom ben ik een winkel begonnen, want als de fysieke winkel niet zou lopen, dan zou ik altijd nog online een webshop op kunnen zetten.” Dat bleek helemaal niet nodig te zijn, want nu bijna zeven jaar na oprichting loopt de winkel goed, zonder online winkel.
De winkel is dus ook niet ontstaan uit de wens om te verkopen “We kijken veel holistischer naar het geheel. Echt vanuit het idealisme, wat heb je als mens nodig. Het gaat ook om de mens die het maakt en minder om de mens die het koopt.”

Iets anders doen

Nu de winkel bijna 7 jaar bestaat heeft Amber een hoop dingen geleerd. Ook over zichzelf. “Een van de dingen waar ik nog geen rust in gevonden heb is dat je toch zes dagen in de week in de winkel zit. Het beheerst compleet je agenda. Je moet heel veel zelf regelen, dingen doen, en het is gewoon heel hard werken. Ik doe dat met heel veel liefde, maar uiteindelijk heb je je ook aan openingstijden te houden.”

Daarom heeft ze zichzelf permissie gegeven om dit jaar rond te kijken en uit te zoeken wat nog meer haar interesse heeft. Met een achtergrond in commerciële economie en heel veel Retail ervaring is ze nu op zoek naar haar volgende stap. “Ik wil in ieder geval heel veel reizen en ontdekken wie ik ben als ik geen winkel heb. Tot nu toe vind ik het een hele leuke zoektocht, omdat ik van veel mensen hoor wat mijn kracht is en daar soms verrassende dingen uitkomen.”

Een ding is wel duidelijk, Amber wil zeker iets blijven doen waar ze de wereld een stukje beter mee maakt. “Ik doe nu al veel andere dingen naast de winkel, ik coach bijvoorbeeld een jonge ondernemer van 17 en ik heb meerdere winkels tegelijk gehad. Die variatie van dingen wil ik zeker blijven doen.”

Duurzame kleding, saai? Niet als het aan Julia Visser ligt. In haar hippe winkel, Regverdig, in Leeuwarden verkoopt ze tweehandskleding voor een fijn prijsje. “Er komen dagelijks mensen in de winkel die zeggen: ‘oh ik had niet door dat dit tweedehands is.’”

Duurzaamheid zat er altijd al wel een beetje in bij Julia. Vroeger struinde ze al vaak de kringloop door op zoek naar mooie dingen te vinden. “Ik had een bijbaan in de kringloopwinkel en later, toen ik in Engeland woonde, ook in de Engelse variant daarvan: een charity shop”, zegt ze. “Toen viel het me op hoeveel mooie dingen mensen afdanken. Dingen die gewoon prima nog een tweede leven kunnen krijgen.”

Duurzame kleding leuker maken

Vroeger rustte er een soort taboe op tweedehands kleding. Naar de kringloop ging je eigenlijk alleen maar als je geen geld had, en arm was. Het rook er vaak stoffig en muf. “De kringloopwinkels waren altijd een soort van loods”, zegt Julia. “Nu noemen ze het hier in Leeuwarden de Recycle Boulevard. Dat klinkt gelijk veel hipper. En verder stijlen ze het ook met allemaal verschillende kamers.”

“Ik zie nu ook dat jongeren steeds meer met duurzaamheid en de klimaatcrisis bezig zijn. Tweedehandskleding kopen wordt ook steeds normaler voor hun. Er zijn zelfs hele groepen waar het juist heel cool is om alleen maar tweedehands te kopen.”

“99% van de reacties in de winkel zijn positief, en soms ook juist omdat het tweedehands is. Ik heb veel mensen die zeggen ‘wat ziet het er netjes uit, ik had helemaal niet verwacht dat dit een tweedehandswinkel is.’ Aan de ene kant is het heel fijn dat mensen het zo positief ervaren, aan de andere kant is het ook heel schrijnend dat er toch nog steeds zo’n vooroordeel is rondom tweedehandskleding.”

“Ik wil met mijn winkel tweedehandskleding en dus ook duurzame kledingopties aantrekkelijker maken. Tweedehands winkelen is niet meer alleen voor mensen die weinig te besteden hebben, het is juist heel erg hip. Daarom ben ik mijn winkel ook begonnen, ik wilde wel tweedehandskleding kopen, maar ik miste een beetje een fijne winkel waar ik dat kon doen. Daarom ben ik hem zelf begonnen.”

Starten vanuit een burn-out

Dat starten van een bedrijf was voor Julia nooit helemaal de intentie geweest. “Ik kwam met een burn-out thuis te zitten”, vertelt ze. “En in die tijd kon ik eigenlijk niet zoveel. Iedereen zegt dan wel dat je gewoon maar leuke dingen moet doen, maar dat lukt ook totaal niet.”

“Ik was eigenlijk docent Engels aan het MBO, maar na een jaar fulltime werken kreeg ik een fikse burn-out te pakken. Toen ben ik gaan nadenken waar ik nou echt heel erg blij van wordt om te doen en waar ik gelukkig van werd. Ik heb ook gesprekken met een coach gehad en daar kwam wel uit dat ik tweedehands heel erg leuk vind.”

Omdat Julia op dat moment zelf ook bezig was met het verduurzamen van haar kledingkast, was ze veel op zoek naar tweedehandskleding. “We wonen zelf boven de winkel. En toen we daar kwamen wonen stond het pand leeg. Ik heb aan mijn huurbaas gevraagd of ik ook het winkelpand mocht huren om mijn winkel te beginnen”, vertelt Julia. “Ik heb eerlijk de situatie uitgelegd en dat ik geen groot startkapitaal had. Van de huurbaas heb ik toen heel veel goodwill gekregen zodat ik kon starten.”

In mei 2019 opende ze de winkel. “Eigenlijk zonder al teveel bombarie, want daar had ik toen de energie nog niet voor. Ik heb voor mezelf grenzen gesteld en heb nog steeds hele beperkte openingstijden om mezelf de rust te geven die ik nog steeds nodig heb. Het was voor mij op dat moment ook een project wat ik nodig had om weer beter in mijn vel te komen en mezelf weer nuttig te voelen.”

Klein beginnen

Ondanks dat Julia weinig startkapitaal had was het niet lastig om aan kleding te komen. “Alle kleding wordt ingebracht door mijn klanten”, vertelt Julia. “Ik sorteer uit wat nog mee kan en wat past bij de tijd van het jaar. De klanten krijgen dan 40% van de verkoopprijs als het verkocht is. Dat kunnen ze dan contant krijgen, of ze kunnen tegoed krijgen om in de winkel uit te geven, wat veel mensen ook doen. Daardoor wordt het een heel circulair proces.”

“Mensen zijn daardoor heel erg betrokken bij de winkel. Het is een community geworden op deze manier. Dat had ik van tevoren nooit zo kunnen bedenken. De klanten voelen zich verbonden en willen mij en de winkel steunen omdat ze het zo’n mooi concept vinden. Dat vind ik een van de leukste dingen aan het runnen van de winkel.”

Doordat Julia zo klein begon, was het ook makkelijker om de winkel snel zonder groot start kapitaal te openen. “Daarnaast maak ik ook geen verschil in merken en neem ik ook Zara of Primark aan. Tweedehands is tweedehands en ik weiger geen merken”, zegt Julia. Maar daardoor zijn de marges op de kleding ook niet erg groot. “Ik kan er van leven, maar ik word er niet rijk van. Voor mij is dat genoeg, ik doe iets waar ik heel gelukkig van word en waarmee ik iets goeds doe voor de wereld.”

Onrechtvaardigheid

In de tijd van haar burn-out heeft ze ook verschillende documentaires gezien waaronder The True Cost. “Dat is echt een eye-opener geweest. En het lastige vind ik als je eenmaal iets weet, dat je niet meer kan doen alsof je het niet weet.”

Daardoor kan ze niet meer zonder schuldgevoel een bloesje kopen bij de H&M. “Ik besloot in 2015 een heel jaar geen (nieuwe) kleding meer te kopen. En dat vond ik toen heel erg moeilijk. Ik ging wel naar de kringloop, maar kleding kopen is ook een soort hobby van me en ik miste het om nieuwe combinaties te maken.”

Na een jaar pakte ze het kleding kopen toch weer op. Maar dit jaar van heel bewust geen nieuwe kleding kopen en het zien van de documentaires zorgde er wel voor dat ze in 2019 Regverdig opende. Een bijzonder naam met een mooie betekenis. “Mensen denken vaak dat het Fries of Scandinavisch is, maar dat is niet zo. De naam komt uit Zuid-Afrika.”

De betekenis? Rechtvaardig.

“Ik kan heel slecht tegen onrechtvaardigheid. Deze naam past daar precies bij. Het gevoel dat ik bijdraag aan rechtvaardigheid met mijn winkel en dat de keuzes die dagelijks maak bijdragen aan meer rechtvaardigheid. Daar doe ik het voor.”

Vrouwen helpen met het verbeteren van hun relatie met eten, om zo beter voor zichzelf en hun omgeving te kunnen zorgen. Dat is Saraï Pannekoek’s missie. “Het creëren van een duurzamere, betere wereld begint bij de jeugd en dat begint weer bij de ouders.”

Bij Saraï begon het ook bij haar ouders. “Mijn moeder is Molukse en mijn vader een Zeeuw. Dus we waren best zuinig bij ons thuis. Als er iets stuk was, dan werd er altijd eerst gekeken of we het konden maken. Er werd bijna niks verspild bij ons thuis. Nu noemen we dat duurzaam, maar het is bij mij echt met de paplepel ingegoten.” Dat is tot op de dag van vandaag ook een thema in Saraï’s leven. “Ik houd bijvoorbeeld ook helemaal niet van winkelen. Als ik iets moet kopen dan kan ik daar rustig twee tot drie weken over nadenken voordat ik het dan toch maar ga kopen. Het is voor mij ook heel belangrijk dat alle spullen een betekenis en een verhaal hebben. Ik zal dus ook niet zomaar wat kopen.”

Kleding is voor haar een van die dingen. “Ik zou niet snel een kledingstuk kopen. Voornamelijk omdat ik mijn kledingkast heel fijn vindt zoals het nu is. Een nieuw kledingstuk kan dan de synergie van alles verstoren. Dus het moet wel echt iets toevoegen of nodig zijn, voor ik een nieuw kledingstuk koop.” Daarnaast houdt het dingen eenvoudig en overzichtelijk.

Eenvoud in voeding is geen gebrek aan smaak

Voor Saraï is eenvoud dus belangrijk. Dat vertaalt zich door naar haar werk en de manier waarop ze naar eten kijkt. “Ik adviseer klanten veel groenten, fruit, noten, zaden, granen en peulvruchten te eten. Daarbinnen is zoveel variatie mogelijk om lekkere gerechten te maken. Maar ik denk wel dat het heel goed is om de extraatje te beperken. Neem een paar goede recepten voor als je trek hebt in iets lekkers en hang die in de keuken. Daardoor word je je ook heel bewust van wat je eet. En als je het zelf maakt, weet je ook het effect van voeding en de tijd die je erin hebt gestopt. Dat geeft meer betekenis dan dat je bijvoorbeeld cake of koekjes in de winkel koopt met vijf verschillende soorten suiker erin.”

Zelf is Saraï gek op koken. “Ik snap het nog niet echt als mensen zeggen dat ze geen tijd hebben om zelf te koken. Als je van de zeven dagen in de week geen tijd hebt om zelf te koken, dan heb je je prioriteiten niet goed. Dat is net zoiets als dat je zegt dat je geen tijd hebt om te slapen.”

Kimchi (red. gefermenteerde groente) is bijvoorbeeld ook een goede manier om extra smaak aan je gerechten toe te voegen. En dat maakt ze zelf ook regelmatig, net als Kombucha (red. gefermenteerde zoete thee). Kimchi is niet alleen een hele lekkere toevoeging aan je maaltijden, maar ook gewoon heel erg leuk om te doen. “Ik voel me net een soort tovenaar dan. Dat proces is zo leuk en zoiets magisch. En de smaak verschilt ook altijd.”

“Kimchi is heerlijk bij een bonengerecht”, zegt Saraï. “Mensen denken onterecht dat plantaardige voeding saai is, maar het is zo smaakvol. Ik heb ook voor atleten staan koken en ik geef mijn cliënten makkelijke gerechten mee om ze te laten zien dat het heel simpel en makkelijk is om smaakvol plantaardig te koken.”

Niet alleen houdt Saraï ervan om zelf eten te koken, ze gaat ook bezig met het groeien van de plantaardige producten. “Mijn schoonfamilie zit al 200 jaar in de melkveehouderij. Sinds een aantal jaar zijn ze een transitie aan het maken.” Elk jaar krijgen de kinderen van Saraï’s schoonvader een stuk land waar ze stapsgewijs een voedselbos aanplanten. Uiteindelijk zal het bos twintig hectare tellen. “We zijn deze maand begonnen met het planten van de eerste struiken van ons voedelbos. Over zeven jaar verwachten we dat we de eerste vruchten kunnen plukken. Maar tot die tijd zorgt het bos al voor schonere lucht door CO2 op te slaan. Daarnaast zorgt het voor meer biodiversiteit in de grond en het landschap.”

De kleine wereldverbeteraar

Zelf noemt ze zich van jongs af aan al een kleine wereldverbeteraar. Dat zet ze nu door, door middel van voeding. Wie Saraï al een tijdje volgt zal haar voornamelijk kennen als voedingskundige en diëtist voor topsporters. Iets wat ze jarenlang heeft gedaan en zelfs een boek over heeft geschreven. Het is een wereld waar de nadruk ligt op een wetenschappelijke aanpak en de druk op presteren erg hoog ligt. En ook een wereld waar Saraï, in aanloop voor de spelen van 2020, steeds meer afstand van neemt “Het voelt voor mij goed, ik wil echt meer focussen op het menselijk aspect. Dat is voor mij echt heel belangrijk.”

“Mijn bedrijfsnaam is nu Nourismentis, wat betekent ‘het voeden van’. Dat kan op allerlei manieren. Ik wil de spiritualiteit en de wetenschap met elkaar verbinden om zo een duurzame verandering ingang te zetten voor de mensen die ik help. Doordat ze leren op een duurzame manier naar voeding te kijken, gaan ze andere keuzes maken. Keuzes zoals het kopen van meer lokale of Europese producten, en producten die hun lichaam echt voeden waardoor ze weer een gezondere relatie met voeding krijgen. Hoe meer mensen dat gaan doen, hoe meer dat uitstraalt naar de omgeving en naar de aarde.”

Sustainable Athlete

Dat is ook de reden dat Saraï en haar man de Stichting Sustainable Athlete opzette. “De topsport is wel een wereld die zich richt op ‘quick fixes’, veel plastic flessen en veel kip, kwark en eieren. Voor mij voelde het gewoon niet goed meer om steeds kip en kwark te adviseren. Terwijl als je wat meer tofu eet, je ook dezelfde hoeveelheid eiwitten binnenkrijgt. We hebben de stichting opgezet om zoveel mogelijk atleten te laten zien dat het ook anders kan. We wilden de sporters laten inzien dat zij een voorbeeldfunctie hebben voor de nieuwe generatie. Dat als zij dingen anders doen, ze daarin echt een voorbeeld zijn. Echt ‘lead bij example’ dus.”

Toch wil Saraï net een stapje verder daarin gaan. Hoewel de stichting dicht bij haar hart ligt, ziet ze toch een ander pad voor zich: “Door het Sjamanisme is dit nog duidelijker geworden. Ik wil mensen verbinden. Met zichzelf, elkaar, en ook met de aarde. Op deze manier kan ik mensen helpen om bewustere keuzes te maken voor zichzelf en de planeet.”

Maar denkt ze dan dat we op die manier de klimaatverandering tegen kunnen houden? “Ik denk dat we met z’n allen moeten accepteren dat er een verandering aankomt. En dat we de verbintenis met elkaar mogen zoeken. Ook met de mensen die keuzes maken waar je zelf niet achterstaat. Als we ons richten op verbinding in plaats van polarisatie, dan zijn we samen weerbaar en veerkrachtig en kunnen we de verandering, die eraan komt, samen aan. Daar vertrouw ik op.”

Minimalisme is leven met minder spullen. Maar het gaat verder dan dat. Je kunt minimalisme ook gebruiken als visie om je bedrijf te runnen. Dat is precies wat Kim Buining doet: op een minimalistische manier haar bedrijf runnen.

Een minimalistische manier van bedrijf runnen betekent in dit geval niet dat ze zich minimaal inzet voor haar bedrijf. In tegendeel. Ze zet zich juist volledig in voor haar klanten. Het minimalisme komt naar voren in haar aanpak: focus op wat belangrijk is en focus op wat je al hebt.

“Minimalisme is voor mij iets wat steeds belangrijker werd”, vertelt Kim. “Ik ben begonnen met mijn bedrijf toen ik in de bijstand zat. Ondanks dat ik niet veel geld had, kon ik altijd heel goed rondkomen.” Minimalisme begon voor haar in 2013 met kleding. “Ik kocht altijd heel veel kleding, omdat ik bang was dat ik niet goed genoeg was. Toen ben ik mezelf gaan uitdagen of ik meer rust kreeg als ik met minder ging leven. Dat hielp. Ik merkte snel dat ik niet meer elke ochtend het ‘wat trek ik aan’-dilemma had en daardoor veel meer rust kreeg.”

In die tijd startte Kim haar blog over mode. Ze begon met vintage mode en dat ontwikkelde zich tot een blog over duurzame mode. “Het ging zich steeds meer verweven met het minimalisme. Nadat ik mijn capsule wardrobe begon (red. een kledingcollectie met een beperkt aantal items die goed te combineren zijn), ben ik gaan kijken op welke aspecten van mijn leven ik minimalisme nog meer kon toepassen.”

Minimalisme en energie

“Alles is energie en alles wat een plek inneemt vraagt ook energie”, legt Kim uit. “Als ik minder spullen om me heen heb, dan heb ik meer rust. Dat is ook het uitgangspunt van mijn bedrijf geweest: ik heb niet zoveel nodig. Ik zie bij veel ondernemers dat ze denken dat ze heel veel nodig hebben voor ze kunnen starten. Ik vind het bijvoorbeeld ook echt belangrijk om contact te hebben met mensen. Leuk dat je veel volgers hebt, maar je hebt veel meer aan tien mensen die je ook echt kent en die jou vertrouwen.”

Minimalisme is dus niet meer alleen iets wat Kim in haar huis toepast, het is een filosofie geworden die ze gebruikt in haar leven en in haar bedrijf. “Ik zie dat heel veel mensen zich richten op meer meer meer. Meer geld. Meer klanten. Meer volgers. Maar wat ga je doen als je meer geld hebt? Waarom wil je meer geld hebben? Wat is het doel erachter? Een hoog omzetdoel is niet altijd nodig, maar een goed doel wel. Waarom wil je een bepaald omzetdoel halen? Wat kun je dan bereiken wat je anders niet kunt?”

“Om goed te kunnen ondernemen moet je ook heel erg naar jezelf kijken en bepaalde dingen van jezelf achterlaten. Ondernemen gaat niet alleen over het groeien van je bedrijf, maar ook over het groeien van jou als persoon.”

Sinds maart 2019 woont Kim in Amerika, daarvoor woonde ze in Engeland. Niet alleen was minimalisme makkelijk tijdens de verhuizing, de mentaliteit in Amerika over ondernemen vindt ze ook heel prettig. “Als je in Nederland zegt dat je geen klanten hebt, of dat het even moeilijk gaat, denken mensen heel snel dat er iets mis is en willen ze juist niet bij je kopen. Terwijl in Amerika mensen elkaar veel meer steunen. Ik heb mensen gesproken die in een auto wonen en zeggen: ik kom er wel. Dat is echt heel anders dan in Nederland.”

Loslaten van het negatieve en focus op het positieve

Het is belangrijk om dingen los te laten, ook negatieve gedachten. “Dat heb ik door minimalisme geleerd. Ik heb bijvoorbeeld mijn dagboeken uit mijn pubertijd verbrand, die negativiteit hoef ik nu als volwassene echt niet meer met me mee te dragen. Als volwassene kan en mag je kiezen om die dingen los te laten en dat gaat ervoor zorgen dat je gaat groeien in je bedrijf. Minimalisme draait om datgene energie te geven wat je verder gaat helpen.”

“Wat ik zie is dat mensen het vaak veel te moeilijk maken. Dat ze hun hele hoofd vol stress hebben omdat ze alles tegelijk willen doen. Maar daar gaat het niet om, je moet beginnen en dan steeds verbeteren. Mijn website en video’s zijn ook niet perfect, maar dat boeit me niet. Ik heb klanten en die klanten vinden het juist fijn dat niet alles perfect is. Dat hoeft ook niet.”

“Mensen moeten het idee loslaten dat ze alleen maar perfect kunnen en mogen zijn als ze er keihard voor gewerkt hebben. Dat is niet zo, je hebt het nu al verdiend. Je mag alles krijgen wat je wilt. Het gaat er om dat je elke dag een stap in die richting blijft zetten, zonder jezelf over de kop te werken.”

Kim had eerder ook een YouTube kanaal over minimalisme.

Hoeveel kledingstukken heb jij in je kast? En hoeveel gebruik je daar écht van? Waarschijnlijk gebruik je, zoals de meeste mensen, maar een fractie van de kleding die je hebt. Zonde, vindt Marije Douma. Op Instagram posts ze onder @marije_sustainablecollective tips over het combineren van kleding, hoe je duurzame, leuke items shopt en hoe je zoveel mogelijk uit je eigen kledingkast haalt. ”Ik wil mensen laten zien dat ze niet steeds meer nieuwe spullen nodig hebben”, aldus Marije.

Recent is Marije begonnen om mensen een-op-een te begeleiden om zoveel mogelijk uit hun kledingkast te halen en het echt definiëren van hun eigen stijl. Zo shop je veel bewuster, maak je goede keuzes en voorkom je dat je een kledingkast vol hebt met dingen die je nooit draagt. Dat wilde ik zelf ook wel eens uitproberen, want ook ik had een dikke kledingkast waar maar tien items regelmatig in de wasmand lagen.

Haal meer uit je eigen kledingkast

“Probeer dit shirt eens met deze broek.” Marije geeft me een shirt aan. Het bed ligt bezaaid met kledingstukken uit de kast. Ruim drie uur lang pas ik verschillende kledingstukken in verschillende combinaties die ik zelf nooit had kunnen bedenken. Ik probeer bloesjes onder truien, shirtjes in broeken, rokjes met shirtjes, jurkjes met dingen er onder en erover. Ik kom erachter dat een kledingsessie ook betekent dat ik vooral heel veel in mijn onderbroek sta. Tijdens de sessie herontdek ik mijn kledingkast en wordt het makkelijker om dingen weg te doen die niet meer bij mij en mijn stijl passen.

Toch is er ook een knelpunt waardoor ik altijd terugval op dezelfde kledingstukken: mijn kledingkast is niet geschikt voor de koudere maanden. Eyecatchers genoeg, maar warm is het allemaal niet. Een paar dagen later ontvang ik van Marije een beschrijving van mijn stijl, en een aantal vestjes van Marktplaats die mijn kledingkast een stuk warmer gaan maken en links naar duurzame basic shirts met lange mouwen. Simpel, effectief en ineens voel ik me een stuk gelukkiger met mijn eigen kledingkast. Dat is precies wat Marije voor ogen heeft: mensen laten zien dat ze niet altijd heel veel (nieuwe) kleding nodig hebben.

Tweedehands kleding, duurzaam en eerlijk

Tweedehands kleding en duurzaamheid zijn voor Marije een belangrijk onderdeel van haar leven. Dat begon voor haar tijdens haar modeopleiding waar ze af en toe wat tweedehands kocht, maar kwam pas echt toen ze kinderen kreeg. “Ik ging me toen steeds meer in de kledingindustrie verdiepen. Ik leerde ook steeds meer over de impact die kleding heeft, hoeveel water er nodig is om een kledingstuk te maken en hoe de maatschappij mensen aanspoort om steeds meer te kopen. Dat ging me steeds meer tegenstaan”, legt Marije uit.

De productie is vaak iets wat door veel mensen vergeten wordt. “Katoen kost namelijk ontzettend veel water en er worden heel veel chemicaliën gebruikt. Hennep, bamboe en brandnetel zijn veel betere opties voor nieuwe kleding. Of bijvoorbeeld Tencel wat op een duurzame manier in een gesloten systeem wordt geproduceerd.”

Tweedehands is natuurlijk nog beter. En Marije is heel goed in het scoren van toffe tweedehands kledingstukken. Kijk maar naar haar Instagramaccount: een kleurrijke inspiratiebron vol tweedehands en vintage. “Ik ben vrij ver doorgeslagen in tweedehandskleding”, lacht ze. “Maar hoewel ik voornamelijk vegan eet, eet ik ook wel eens een ei en eet ik liever de kaas van het brood van mijn kinderen op dan dat ik de restje weggooi. Maar een t-shirt van H&M zou ik nooit kopen. De focus ligt voor mij gewoon heel erg op kleding. Maar met Kerst kocht ik bijvoorbeeld ook tweedehands en duurzame Kerstcadeaus.”

“Omdat ik zoveel tweedehands koop vind ik het moeilijk om de prijs van nieuwe producten in te schatten. En duurzame producten zijn dan natuurlijk nog duurder. Dat komt niet omdat het materiaal duurder is, maar omdat de hele keten op een eerlijkere manier verloopt. Iets wat ik erg belangrijk vind. Ik koop dan ook zoveel mogelijk lokaal en bij kleinere ondernemers en blijf weg bij de grote ketens.”

“Ik merk ook dat ik nu veel blijer word van iets nieuws. Als ik nu een duurzaam basic hemdje koop dan kan ik daar echt heel erg blij van worden. Blijer dan toen ik het nog gewoon bij de Hema kocht. Dat komt waarschijnlijk omdat ik het echt heel bewust uitkies.”

Recyclekid, offline naar online

Om haar liefde voor tweedehandskleding te delen begon Marije in eerste instantie haar winkel Recyclekid met tweedehandskleding voor kinderen. “Ik kwam vaak in tweedehandskledingzaken en ik vond dat dat leuker en frisser kon. Ik was na mijn baan in het museum ook toe aan iets nieuws en toen ben ik de winkel begonnen.”

Momenteel is ze op zoek naar een verkoper voor de winkel die het in dezelfde lijn wil en kan voortzetten. “Ik vond het ontzettend leuk om te doen, maar ik merk nu dat ik via mijn kanalen andere dingen wil doen. Ik wil mensen inspireren duurzamere kledingkeuzes te maken, maar ook een eigen stijl te vinden.” En dat combineren met een fysieke winkel is lastig.

Aan ideeën heeft ze geen gebrek. Nu host ze al challenges zoals printjes bij elkaar dragen, meer uit je kledingkast halen en je eigen stijl vinden. “Ik merk wel dat ik heel veel wil delen over waarom het belangrijk is om duurzame kleding te kopen, dus dat wil ik luchtiger maken zodat het meer mensen aanspreekt.”

Verder wil ze bij mensen op bezoek om meer uit hun eigen kledingkast te halen en mensen te inspireren anders naar kleding te kijken. Maar ze denkt ook aan het organiseren van workshops en kledingruilen.

Waardeer wat je hebt

“Ik wil mensen ook leren waarderen wat ze hebben. Echt een band met een kledingstuk opbouwen. Als je een jas hebt met een gaatje erin en je laat het maken, dan wordt het echt van jou.” Ze is dan ook niet bang om kledingstukken aan te passen en het zo te maken dat het helemaal bij haar past. “Ik vind dat je spullen niet te belangrijk moet maken, maar ik vind wel dat als je iets koopt, dat je er een verantwoordelijkheid voor hebt. Het is niet iets dat je weggooit en dat het zomaar weg is. Daar moet je je bewust van zijn.”