Normaal maakt Vanhulley boxershorts van oude overhemden en rest textiel. Nu is het een bruisende hub van tijdelijke vrijwilligers die mondkapjes en schorten maken voor de industrieën, die daar door Corona crisis een nijpend tekort aan hebben.

“Ik wilde al direct mondkapjes gaan maken”, zegt Jolijn Creutzberg oprichtster van Vanhulley, een werkervaringsplek is voor vrouwen met een afstand tot de arbeidsmarkt. “Maar het bleek dat het best lastig is om goede mondkapjes te maken voor de zorg. Dat zou alleen maar voor schijnzekerheid zorgen.”

In eerste instantie bleef het naaiatelier dicht na de aankondiging van de maatregelen van het kabinet, het maken van de boxershorts lag stil en ook de mondkapjes werden niet gemaakt. “Voor veel van onze vrouwen is het een beangstigende tijd. Ze vinden het heel spannend om de deur uit te gaan. Al merken we nu wel, dat nu het wat langer duurt ze zich wat veiliger gaan voelen en vaak als ze een ochtend geweest zijn ze weer terugkomen om weer te helpen.”

Een paar weken geleden begon Vanhulley toch met het maken van mondkapjes. “Ik werd benaderd al snel door andere industrieën benaderd die nu een te kort hebben aan mondkapjes. Alle beschikbare mondkapjes gaan nu naar de zorg”, legt Jolijn uit. “Daarom zijn we toch begonnen met het maken ervan.”

Dat doen ze met een heleboel vrijwilligers die in dagdelen komen werken. “Veel mensen zeggen: we zitten anders toch thuis en nu kunnen we wat bijdragen. Het atelier is groot genoeg waardoor we gemakkelijk die anderhalve meter afstand kunnen bewaren en lunchen doen we in shifts”, zegt Jolijn.

De bijdrage van de vrijwilligers is tweevoudig. Aan de ene kant zorgen ze er samen voor dat er voor iedereen genoeg mondkapjes zijn, en aan de andere kant zorgen de vrijwilligers er voor dat Vanhulley financieel overeind blijft door mee te helpen aan de orders die binnenkomen. “We hebben vorig jaar geen goed jaar gehad. We zijn begonnen met een B2B lijn en dat kost tijd om op te zetten”, zegt Jolijn. “Dit jaar begon onze B2B lijn echt goed te lopen en we hadden in maart een fantastische maand. Dus we dachten: als we nu het tweede kwartaal hard gaan knallen, dan hebben we wat meer spek op onze botten. En toen kwam Corona.”

Schorten maken voor de zorg

Naast het maken van de mondkapjes heeft Vanhulley nu ook andere orders die zorgen dat de inkomsten blijven binnenkomen. Bijvoorbeeld een order van het UMCG. “We vervangen de elastieken van de mondkapjes die ze hebben. De elastieken van mondkapjes die ze hebben gekregen uit China laten snel los.”

Daarnaast maakt Vanhulley in samenwerking met andere Nederlandse naaiateliers beschermende schorten. “Er is een nijpend te kort aan deze schorten. Voor het maken van de schorten zijn veel minder vereisten qua hygiëne in vergelijking met de mondkapjes. Maar het gaat wel om grote aantallen.”

Op dit moment is Vanhulley voornamelijk bezig met het maken van mondkapjes en maken ze helemaal geen boxers meer. Alles is gefocust op het ondersteunen van de bedrijven die daar behoefte aan hebben tijdens Corona.

Dankbaarheid

Ondanks dat Corona geen fijne situatie is, is Jolijn dankbaar en optimistisch. “Het is goed om te zien dat we zo’n hoge productiecapaciteit aankunnen en dat er zoveel mensen komen helpen.”

Ondanks dat we door social distancing niet bij elkaar op bezoek kunnen komen, heeft Jolijn wel het gevoel dat mensen dichter bij elkaar komen. “Ik vind het heel gaaf om te zien dat er toch zoveel mensen betrokken zijn en willen komen helpen. Dat geeft echt een heel goed gevoel, dat mensen het zo fijn vinden wat je opgezet hebt”, zegt Jolijn. “Ik heb zelf leren leven met het idee dat ik niet weet of Vanhulley volgend jaar nog bestaat. En dat geeft een soort rust. Ik kan daardoor heel erg genieten van wat ik nu in het atelier zie. Dat had ik echt nooit willen missen. Wat er ook gebeurt, ik heb dit wel meegemaakt. Het geeft echt een boost om te zien hoe betrokken iedereen is bij iets wat je hebt opgebouwd.”

Ook meehelpen als vrijwilliger bij Vanhulley. Je kunt je hier opgegeven.

Minder klimaatimpact maken met blijvende bloemen. Het is de basis van Ellyne Bierman’s bedrijf Reflower. “Met Reflower bied ik mensen een duurzamere levensstijl met bloemen.”

Het idee is heel simpel: Reflower is een duurzame bloemenbieb waar je bloemen kunt huren. Je betaalt maandelijks 20 euro voor de huur van een boeket en als je een ‘andere’ vaas met nieuwe bloemen wil, betaal je 15 euro per wissel. Daarna maakt Ellyne de bloemen en de vaas helemaal schoon en kunnen ze weer naar een andere klant. “Het is dus eigenlijk net zoiets als en een Netflix abonnement, maar dan met bloemen.”

“Reflower is de Netflix voor bloemen, altijd mooie blijvende bloemen op tafel en als je erop uitgekeken bent, krijg je een andere bos

Van bloemenboog naar duurzaam concept

Een leuk, nieuw idee, maar met een achtergrond in marketing en bedrijfskunde had Ellyne geen achtergrond in de bloemenwereld. “We gingen trouwen en we hadden een bloemenboog met verse bloemen in de tuin. Heel mooi, maar na een dag gebruik je hem niet meer”, vertelt Ellyne. “Dat is niet alleen heel kostbaar, maar ook zonde dat je hem zo snel weer weggooit.” Daarom dacht Ellyne: wat als ik zoiets zo kunnen maken van kunstbloemen om te verhuren?

Dat is ze gaan maken. “Toen kwam ik er al snel achter dat blijvende bloemen heel erg duur zijn. Er zitten een paar winkels hier in Amsterdam die hele mooie bloemen verkopen, maar dan ben je al snel 200-300 euro kwijt voor een bos met bloemen. Dan heb je diezelfde bos bloemen het hele jaar op tafel staan.”

“Ik kwam er ook achter dat de consumenten vaak geen blijvende bloemen kopen omdat ze niet goed weten hoe ze zelf een mooi boeket maken, en dat ze het saai vinden omdat het steeds dezelfde bos is. Met deze duurzame bloemen neem je niet alleen die bezwaren weg, maar ook een heel stuk van de klimaatimpact vergeleken met verse bloemen. Verse bloemen worden de hele wereld overgevlogen en worden gekweekt in kassen, dat zorgt voor veel CO2 uitstoot.”

Reduce, re-use, recycle, reflower

“Voor mijn bedrijf hou ik me heel erg aan reduce, re-use, recycle en reflower”, zegt Ellyne. Dat houdt in dat ze met haar bloemenbieb de uitstoot van CO2 wil verminderen , doordat de klanten minder verse bloemen en verpakkingen weggooien. Dat geldt niet alleen voor de bloemen maar ook voor de vazen. “Veel van mijn vazen zijn tweedehands, ingekocht via reliving.nl, vazen met een mooie verhaal zoals Return to Sender of ze zijn gemaakt van gerecyclede materialen.”

Zelfs als de bloemen die niet mooi genoeg meer zijn voor verhuur worden niet weggegooid. “De bloemen gaan ongeveer vijf jaar mee, maar soms hebben ze ergens gestaan waarna ik ze niet meer goed schoon krijg. Dan zijn ze nog steeds mooi, maar niet voor de verhuur. Dan breng ik ze met mijn Reflower Power Programma naar een bejaarden- of verzorgingstehuis. Degene die de bloemen gaat brengen, krijgt iets lekkers mee en kan dan een praatje maken met de mensen die de bloemen ontvangen. Win-win toch?”

Aannames testen en aanpassen

Voordat ze begon had Ellyne een aantal aannames over hoe ze dacht dat haar bloemenbieb eruit zou zien. “Ik had bedacht dat mensen een abonnement konden afsluiten en dan kregen ze daar elke maand nieuwe bloemen voor. Daar ben ik heel snel vanaf gestapt”, zegt Ellyne. “Er zijn mensen die de bloemen langer willen laten staan, of nu met de Corona crisis is wisselen gewoon geen optie is. Dit is voor mensen veel duidelijker: een basis prijs en een prijs voor elke wissel. Soms moet je ergens beginnen en het maar gewoon doen.”

Een andere aanname was dat ze dacht, de bloemen moeten in de keramieken vaas staan, omdat je in een glazen vaas ziet dat er geen water instaat. Dat klopt, maar keramieken vazen zijn lastiger in te kopen en veel bepalender voor de uitstraling van een boeket. “Ik vind het zelf heel leuk zo’n oude, of zo’n Delfts Blauwe vaas, maar smaken verschillen. En ik merkte dat goede vazen moeilijk te vinden zijn, bijvoorbeeld in de kringloopwinkel. En sommigen willen de vaas nu liever houden omdat ze juist waarde hechtten aan die ene mooie vaas. Voor de zakelijke klanten maakt het wat minder uit, die vinden heel veel dingen leuk als het er maar mooi uit ziet.”

De nieuwe economie: product as a service

Reflower is een stap in de richting van de nieuwe circulaire economie: Product as a Service. Amsterdam is bezig met een verschuiving naar het Smart City model waarbij bewoners steeds meer producten kunnen lenen en delen ipv kopen. “Binnen het PAAS-model zijn verschillende categorieën, voor huishoudelijke taken kan je wasmachine huren ( die wordt beter gemaakt door de fabrikant omdat hij er baat bij heeft als de wasmachine zo lang mogelijk meegaat) binnen vervoer kan je gebruik maken van Greenwheels, kleding kan je in Amsterdam lenen bij de Fashion Library Lena.”

Ellyne hoopt dat de bloemen voor veel mensen een stap in de goede richting naar een duurzame levensstijl zal zijn. “Als je elke dag die bloemen ziet staan dan ga je vanzelf denken: wat kan ik nog meer doen om het klimaat positief te beïnvloeden. Omdat ik bij de mensen thuis kom, kan ik dat gesprek ook aangaan en mensen meer tips geven. Dat vind ik echt heel leuk.”

Een ding is duidelijk voor Ellyne dit is nog maar het begin. “Ik richt me nu als eerste vooral op Amsterdam, zodat dat goed staat. Maar ik wil zo snel mogelijk, het liefst dit jaar, kunnen uitbreiden om mijn duurzame bloemen ook in andere steden aan te bieden.”

Duurzaamheid vindt Carl Drenth een rot woord, maar het omschrijft wel het beste wat hij bedoelt: een goede balans tussen people, planet, profit en pleasure. “Zoals Johan Cruijff zei: Het goede doel is niet je eigen doel. Daar ben ik heilig van overtuigd. Daar wil ik een belangrijke rol in hebben”, zegt Carl.

Accountant kantoor Alfa is 75 jaar geleden ontstaan vanuit het verzet. “Van oudsher waren we er echt voor de boeren. We hebben het nooit voor ogen gehad om te gaan voor maximale winst. Dat zit gewoon niet in onze organisatie”, zegt Carl. “We gaan echt voor duurzame relaties met klanten, medewerkers een maatschappij. Sommige van onze klanten zijn al 50 jaar klant. En onze medewerkers krijgen de kans om zich ruim te ontwikkelen. Doen we dat niet, dan zijn ze snel weg.”

Medewerkersparticipatie en samen het gesprek aan gaan

Ongeveer twintig jaar geleden verkocht Alfa het bedrijf aan de medewerkers. “Door medewerkersparticipatie profiteer je als medewerker als het bedrijf goed loopt. Alle medewerkers hebben nu de mogelijkheid om aandelen in het bedrijf te kopen en van de 1000 die er werken hebben ook ruim 600 dat gedaan”, zegt Carl.

Daarnaast is het binnen Alfa ook belangrijk dat iedereen zich blijft ontwikkelen. “Iedereen is bij ons verplicht om educatiepunten te halen. Zo zorgen we ervoor dat onze mensen zich constant blijven ontwikkelen. Daarnaast hebben we ook de functioneringsgesprekken anders ingericht. We noemen ze nu V3 gesprekken. Die gaan over wat wil je Versterken, wat wil je Veranderen en hoe wil je Vooruit. Dat geeft net even een andere insteek die meer gericht is op groei van de mens.”

Interne bewustwording is ook een onderdeel van de cultuur binnen Alfa. “We willen dat iedereen weet wat maatschappelijk relevant ondernemen is. En dat ze daar ook het gesprek met onze klanten mee aan kunnen gaan. Ik zou het heel mooi vinden als wij als Alfa daarop kunnen rapporteren voor onze klanten. Dus niet alleen over financiële cijfers, maar ook over impact cijfers. Om op die manier in kaart te brengen wat het onderscheidend vermogen van onze klanten is. ”

Om dat voor elkaar te krijgen investeert Alfa ook in gastsprekers en geeft Carl zelf zoveel mogelijk het goede voorbeeld. “Ik doe zelf bijvoorbeeld vrijwilligerswerk bij ZOA. Ik ben echt van mening dat je aandacht voor de mens moet hebben en goed moeten kijken hoe we met de planeet om gaan.”

Het gesprek aangaan met klanten

De volgende stap is het bewustzijn vergroten bij de klanten. “Met de kennis die onze medewerkers hebben, kunnen ze het gesprek aangaan met klanten. En dan niet alleen laten zien hoe het beter kan, maar juist ook laten zien hoe goed onze klanten al bezig zijn”, zegt Carl.

“Een van onze klanten is een veeboer en heeft net een stal voor 400 koeien gebouwd. Die voldoet aan alle milieuregels, de dieren hebben daar een prachtig leven met veel ruimte en vrije uitloopt. Daarnaast heeft hij twintig man in vaste dienst. De mensen kunnen opleidingen doen en de Arbo omstandigheden zijn goed. Maar zodra je begint over duurzaamheid, daar gruwelen de boeren van. Ik wil ze daarom juist laten zien hoe goed ze al bezig zijn. Daar gaat het om.”

“Ik heb de eerste keer de boeren op het Malieveld ook gesponsord”, zegt Carl. “Ik begreep hun heel goed. De manier waarop zij werken en de manier waarop zij hun geld verdienen is ontstaan vanuit de maatschappij en de vraag naar producten. Maar nu moet je wel kijken naar een vervolg stap. Als 17 miljoen mensen vinden dat er iets moet veranderen, dan moet je kijken wat dat voor jou als bedrijf betekent en hoe je daarin mee kan gaan. Heel veel doen de boeren namelijk al. Die impact in beeld brengen dat is echt een uitdaging.”

De nieuwe economie

Hoewel Alfa ondertussen ook veel sociale ondernemers als klant heeft, willen ze juist ook de traditionele bedrijven helpen om de transitie te maken naar de nieuwe economie. “Het activistische vingertje werkt niet bij deze bedrijven”, meent Carl. “Je moet ze laten zien hoe goed ze al bezig zijn en dan helpen om dat nog beter neer te zetten. Als kledingzaak moet het bijvoorbeeld niet zo zijn dat je niet weet waar je kleding vandaan komt. Dat is waarschijnlijk sowieso geen goede match als klant van Alfa.”

“Ten tweede willen we onze klanten 100% inzicht gegeven in hun eigen impact. Nu rapporteren we op basis van cijfers, maar we willen het gesprek op een andere manier aangaan. Je kan je afvragen of je dat als accountant wil doen, en dat is best een subjectief gebied, maar ik geloof er heilig in dat het kan.”

Op dit moment heeft Alfa een pilot lopen met een aantal kanten waarin ze rapporteren hoeveel impact er nou daadwerkelijk gemaakt wordt. “Daar zijn we ook speciale producten voor aan het ontwikkelen.”, zegt Carl. “Wat je wil is dat het uiteindelijk niet alleen meer over profit gaat.”

Daarnaast is verbinding ook een belangrijk element voor Alfa. De sociale ondernemers aan de traditionele bedrijven verbinden en laten zien wat er allemaal mogelijk is. “Ik zie daar voor mezelf een rol in, want ik vind het leuk om mensen te verbinden. Niemand doet het echt fout en we kunnen allemaal van elkaar leren.”

“Het gaat gewoon om het zetten van kleine stapjes”, zegt Carl. “We hoeven niet allemaal een Kees Klomp te zijn. Maar als je kleine stapjes blijft zetten kom je er ook. Zolang je ‘globaal denken, lokaal handelen’, aanhoudt maak je hoe dan ook impact.”

In 2012 was Jos Meijers het zat om voor een baas te werken. En terwijl hij thuiszat, bedacht hij een revolutionair nieuw idee: een voedseltuin voor de voedselbank, midden in Groningen stad. Daar is Toentje uit ontstaan. “In het hoogseizoen leveren we nu 4500 kilo aan de voedselbank. Dat komt neer op 18.000 porties per jaar. En met ons nieuwe project ‘Boeren voor de voedselbank’, wordt dit alleen maar meer. Toentje, Terra en een aantal akkerbouwers gaan samen aan de slag voor een nog grotere stroom van groenten voor de voedselbanken.”

“In mijn vorige werk kwam ik veel jongens tegen, die van de voedselbank afhankelijk waren”, vertelt Jos. “Die vertelden dat er veel houdbare producten waren zoals macaroni, en producten in blikken, maar geen verse levensmiddelen. Daar wilde ik wat aan gaan doen.”

“Dus toen ik zonder baan kwam te zitten ben ik gaan denken: wat vind ik nou leuk? Daar is Toentje, uit ontstaan. Ik maakte een plan, ging naar de gemeente, en het bleek dat die net een nieuw armoedebeleid hadden gemaakt. Daarin stond een regeltje waardoor ik subsidie kon krijgen en samen met de gemeente aan de slag kon gaan.”

Van stichting naar sociale onderneming

Nu, zeven jaar later is Toentje geen stichting meer, maar een sociale onderneming. Nog steeds krijgen ze 50% uit subsidies, maar 50% zijn ook eigen inkomsten. “Dat vond de gemeente best heel spannend, die eigen inkomsten. Dat is eigenlijk een terrein waarin nog niet zoveel bedrijven opereren. Maar het voelde voor ons ook nodig om een andere geld bron te vinden. Subsidies zijn natuurlijk niet gegarandeerd, en we wilden een wat vastere inkomensbron voor onszelf maken op deze manier.”

Daarom heeft Toentje inmiddels haar eigen buurtrestaurant en een aantal producten ontwikkeld. “We hebben onze eigen honing: Groning. Dat is begonnen omdat we een gesprek hadden met de imker in onze tuin. Die verkocht een groot deel van zijn honing aan de groothandel. Dat is zonde natuurlijk! Hoe leuk is het als lokale mensen de honing kunnen kopen van bijen die gewoon door Groningen vliegen. Die honing heeft gewoon een goed verhaal.” Inmiddels werkt Jos samen met verschillende imkers in de stad.

Maar dat is niet het enige, Toentje heeft ook een hoptuin, waar ze hop kweken voor bierbrouwerij Bax. “We wilden de lokale keten stimuleren. Dat doe je het beste door een aantal dingen aan elkaar te koppelen. Zo zijn we bij Bax terecht gekomen en we hebben nu de enige hoptuin in Nederland midden in de stad. Als Groninger kun je dus je biertje zien groeien. Dat is echt heel goed ontvangen. Bij het Forum en Dille en Kamille lopen het biertje ‘Kon Minder’ en de Groning honing als een trein.”

Volgens Jos komt dat omdat mensen gewoon behoefte hebben aan een goed verhaal. “ Zeker in de tijd waar er al zoveel op iedereen af komt. Dan gaan mensen juist op zoek naar authenticiteit. Groning en Kon Minder hebben dat. Maar de mensen die het kopen blijven wel consumenten, dus het kan wel een goed verhaal hebben, het moet daarnaast ook wel echt gewoon een goed product zijn.”

Een lange adem

Een van de grootste uitdagingen die Jos tegenkwam in de afgelopen zeven jaar is naar eigen zeggen toch wel het gebrek aan tijd en focus. “Je moet je wel echt blijven focussen en veel versimpelen. Er zijn zoveel dingen leuk en voor veel dingen is ook een kwestie van een lange adem hebben.”

Gelukkig levert dat ook veel op. “Omdat we een lange adem hebben gehad, zijn we nu één van de spelers die vooraan staan in het veld. Er komen vaak mensen van verschillende scholen en universiteiten kijken hoe wij het gedaan hebben. Maar ook mensen die een eigen initiatief willen starten. Zo zijn er in verschillende steden al voedseltuinen voor de voedselbank ontstaan. Daar word ik heel blij van”, zegt Jos.

Iedereen is welkom

“We hebben allerlei soorten mensen van ex-daklozen tot expats. Je kan het zo gek niet bedenken: iedereen is hier welkom”. “Wat je vaak ziet is dat mensen in hetzelfde vijvertje blijven zitten, maar wij brengen mensen van alle lagen van de samenleving samen. Dat maakt ons heel uniek.”

Die combinatie is ook heel goed voor de mensen die bij Toentje werken. “Iedereen gaat heel respectvol met elkaar om. We hebben een hele nuchtere, open manier van samenwerken. Dat is echt onze kracht. Er is plek voor mensen die samen willen werken, maar er is ook plek voor mensen die meer rust nodig hebben.”

Ruimte en persoonlijke aandacht is bij Toentje dan ook heel belangrijk. “We kijken echt naar wat mensen nodig hebben, maar laten ze vaak ook eerst tot rust komen. Er komen veel mensen bij ons met een zware rugzak, die helemaal moegestreden zijn van het systeem. Dan is het fijn om eerst tot rust te komen en te kijken waar ze naar toe willen. We hebben geen uitgestippeld plan, en kijken echt met iedereen persoonlijk mee.”

De sociale hub van de stad

Behalve mensen via de voedselbank van eten voorzien, doen ze nog veel meer. Zo geven ze les aan basisschoolkinderen om te laten zien waar hun eten vandaan komt, waarna de kinderen in de lente een aantal dagen in de tuin komen werken om in speciale bakken hun eigen groente te verbouwen. Later komen ze ook nog om in de keuken van Toentje’s buurtrestaurant Bie de Buuf hun eigen eten klaar te maken.

“We willen kinderen zo laten zien dat je heel gemakkelijk en goedkoop lokaal eten kan klaarmaken dat gezond en lekker is”, aldus Jos. “Heel veel scholen hebben nu nog geen leerlijnen rondom voedsel. We zijn in gesprek met de scholen en gemeente om te zorgen dat dit standaard wel in het pakket komt. Het is een heel groot onderwerp en daarom zijn wij gewoon aan de slag gegaan. Daardoor wordt het straks gewoon een beleid.”

Koko Toko zit inmiddels al 6,5 jaar in de Oosterstraat in Groningen. Amber Crommelin verkoopt in haar winkel duurzame kleding en aanverwanten spullen voor een duurzame leefstijl. Of zoals ze zelf zegt: “We verkopen happy stuff.”

Toen Amber begon met haar winkel, was duurzaamheid nog niet zo trendy als nu. “Ik was gelukkig niet te vroeg met de winkel, maar ik merk wel degelijk een verschil. Zo worden mijn klanten nu steeds jonger. En heel opvallend, ik heb de afgelopen twee jaar heel weinig discussie gevoerd met mensen over het belang van duurzame spullen en kleding. Dus er is zeker een shift gaande.”

Zelf betere keuzes maken

“Ik ben heel biologisch opgevoed”, zegt Amber. “We hadden niet veel geld, maar wat we hadden ging naar de biologische winkel. Bovendien komt mijn moeder van een achtergrond waar ze veel dingen zelf maakte, hergebruikte en dingen van goede kwaliteit kocht. De boodschap die ik van huis uit mee kreeg was: je moet je geld wel nuttig besteden.”

“Ik wilde zelf betere keuzes leren maken. Eerlijk gezegd worstelde ik er zelf mee en vond ik het lastig om die goede keuzes ook echt te maken. Dus ik dacht, als ik nou een winkel begin en mezelf omring met allemaal goede en duurzame spullen, dan wordt het ook makkelijker om het leven te leven wat ik eigenlijk echt graag wil.” En dat is ze gaan doen. Nu inspireert ze elke dag mensen in haar winkel met mooie duurzame spullen. “Ik verkoop happy stuff en wil mensen er bewust van maken dat hoe meer happiness en geluk je verzamelt in je leven, hoe makkelijker het is om het met anderen te delen en dat gevoel te vermenigvuldigen.”

In dit geval gaat het niet alleen om Amber’s klanten, maar geldt het voor de hele keten. “De keten, van de spullen die ik verkoop, zit gewoon goed in elkaar. Als je in mijn winkel duurzame spullen koopt dan zorgt dat ook weer voor geluk bij mensen die het gemaakt hebben. Zo wordt het gevoel van welbevinden bij iedereen groter. Dat vind ik heel belangrijk.”

Voor Amber is het belangrijk dat mensen ook goed nadenken over wat ze echt nodig hebben. Dat is iets wat ze zelf ook doortrekt naar alle aspecten in haar leven, niet alleen met spullen. In de winkel loopt haar hond Oscar rond, een lieverd die bij iedereen even komt knuffelen. “Ik heb hem uit Griekenland geadopteerd. Er zitten zoveel lieve honden in het asiel die ook een fijn huisje verdienen. Dat heb ik hem geboden en ik heb het echt heel erg getroffen met hem.”

Werken in de ruitersport

“Ik heb ook een tijdje in de ruitersport gezeten”, vertelt Amber. “Ik vond het heerlijk om af en toe in het magazijn te werken, omdat het fysiek werk was. Maar altijd als de containers uit India binnenkwamen had ik het idee dat ik een gasmasker nodig had. Die containers worden helemaal volgespoten met pesticiden. Dat ging me heel erg tegenstaan, ook in de grote getalen waarin de spullen binnenkwamen. Zoveel hebben we gewoon helemaal niet nodig.”
“Af en toe kwamen ik dan briefjes of snoeppapiertjes tegen in die containers, van de mensen uit India die, die spullen erin gestopt hebben. Dat zet je wel echt aan het denken.”

Amber wilde dus iets goed voor de wereld doen. “Eerst dacht ik aan horeca, maar ik heb helemaal geen horeca ervaring. Daarom ben ik een winkel begonnen, want als de fysieke winkel niet zou lopen, dan zou ik altijd nog online een webshop op kunnen zetten.” Dat bleek helemaal niet nodig te zijn, want nu bijna zeven jaar na oprichting loopt de winkel goed, zonder online winkel.
De winkel is dus ook niet ontstaan uit de wens om te verkopen “We kijken veel holistischer naar het geheel. Echt vanuit het idealisme, wat heb je als mens nodig. Het gaat ook om de mens die het maakt en minder om de mens die het koopt.”

Iets anders doen

Nu de winkel bijna 7 jaar bestaat heeft Amber een hoop dingen geleerd. Ook over zichzelf. “Een van de dingen waar ik nog geen rust in gevonden heb is dat je toch zes dagen in de week in de winkel zit. Het beheerst compleet je agenda. Je moet heel veel zelf regelen, dingen doen, en het is gewoon heel hard werken. Ik doe dat met heel veel liefde, maar uiteindelijk heb je je ook aan openingstijden te houden.”

Daarom heeft ze zichzelf permissie gegeven om dit jaar rond te kijken en uit te zoeken wat nog meer haar interesse heeft. Met een achtergrond in commerciële economie en heel veel Retail ervaring is ze nu op zoek naar haar volgende stap. “Ik wil in ieder geval heel veel reizen en ontdekken wie ik ben als ik geen winkel heb. Tot nu toe vind ik het een hele leuke zoektocht, omdat ik van veel mensen hoor wat mijn kracht is en daar soms verrassende dingen uitkomen.”

Een ding is wel duidelijk, Amber wil zeker iets blijven doen waar ze de wereld een stukje beter mee maakt. “Ik doe nu al veel andere dingen naast de winkel, ik coach bijvoorbeeld een jonge ondernemer van 17 en ik heb meerdere winkels tegelijk gehad. Die variatie van dingen wil ik zeker blijven doen.”

Wilbert van de Kamp doet heel veel verschillende dingen. Maar het belangrijkste is dat hij de verbinding zoekt met mensen en, naar eigen zeggen, dingen aan elkaar knoopt. Bijvoorbeeld door etentjes met boeren te organiseren. “Ik vind dat mensen met boeren moeten praten, want de meesten hebben nog nooit met een boer gepraat. En praten met elkaar creëert begrip.”

Verbinding en mensen verbinden

Dingen samen doen en elkaar verder helpen is iets wat voor Wilbert erg belangrijk is. “Ik heb de meest positieve ervaringen gehad door op mensen te vertrouwen en ik heb juist de meest negatieve ervaringen gehad als ik alles alleen probeerde te doen.”

“Eigenlijk vind ik verbinding gewoon een rot woord”, zegt Wilbert. “Maar het is wel de kern. Er zijn een heleboel dingen die niet op te lossen zijn met een oplossing, maar door de verbinding met elkaar aan te gaan kom je veel verder. Neem bijvoorbeeld de boerencrisis. Dat probleem kan je proberen op te lossen, maar zonder de verbinding aan te gaan, heb je geen idee waar iedereen op zit te wachten en wat er echt nodig is.”

Om ergens te komen is het wel echt belangrijk om goed naar elkaar te luisteren en daar moet je mensen in meenemen. “Als jij voor mensen besluit zonder dat je weet waar je het over hebt, dan weet je helemaal niet of ze daar wel op zitten te wachten”, meent Wilbert. “Ik maak nu een documentaire over witte mannen aan de macht. Helaas bestaat het team volledig uit witte mannen. Het was veel beter geweest als iemand met een andere huidskleur onderdeel van het team was geweest. Want dan krijg je een tegenovergestelde visie.”

9000 pompoenen en praten met boeren

Behalve verschillende mensen met elkaar verbinden doet Wilbert soms ook dingen waarvan mensen denken: hij is knettergek. Zo kocht hij vorig jaar 9000 pompoenen van een boer. “Gewoon omdat ik dat graag wilde. Daarna kwam ik er pas achter waarom ik dat heb gedaan”, zegt Wilbert. “Ik heb ervan geleerd hoe erg het is voor een boer om met producten te blijven zitten die je niet kwijt kunt. Maar ook hoeveel er nog bij de voedselbank te verbeteren is. Ik heb ook geleerd hoe moeilijk het is om pompoenen kwijt te raken. Ik dacht dat ik er wel 7000 kwijt zou kunnen, en dat viel even flink tegen.”

“Een vriendin zei laatst tegen me dat ik oplossingen zie voordat ik de problemen zie. Dat is ook echt zo. Met die pompoenen bijvoorbeeld, die heb ik gekocht omdat ik dacht ‘waarom niet’, en daar heb ik achteraf heel veel van geleerd.”

Een schop onder je kont

Problemen oplossen en mensen aanzetten tot actie, dat is wat Wilbert het meeste doet. “Het probleem met mensen inspireren is, dat er vaak geen actie ondernomen wordt. Soms moet je mensen echt een schop onder hun kont geven om te zorgen dat er iets gebeurt.”

Zo is het ook met Omapost gegaan. “Ik ben daarin gestruikeld. Iemand pitchte dat idee op een start-up weekend en toen zijn we dat gaan doen. Dat komt ook een beetje omdat ik te a-relaxed ben om dingen los te laten, dus dan ga ik maar gewoon aan de slag.”

Maar ook hier, was er eerst een oplossing voordat Wilbert echt het probleem kende. “Ik dacht: ja mijn oma wordt blij van die kaartjes, maar wat voor impact maakt het nou echt? Ik ben toen vrijwilligerswerk gaan doen in een verzorgingstehuis en toen begreep ik pas echt waarom ik dit was gaan doen en welke impact het maakte op de mensen die daar zitten.”

Dat is sowieso iets waar Wilbert vindt dat veel mensen nog meer betrokken kunnen worden; bij de maatschappij. “Veel dingen zijn te vrijblijvend. Iets liken op Facebook, of interesse tonen in een event en dan toch niet gaan. Het is allemaal te vrijblijvend. We missen tegenwoordig het community gevoel. Daarom moeten mensen echt over een drempel om zich ergens mee te verbinden.”

In actie komen

En daar is Wilbert dan weer goed in. Zoals hij zelf zegt: mensen een schop onder hun hol geven. In actie komen. “Ik vind het ook fijn om dingen te doen die groter zijn dan ik. Bijvoorbeeld de talk show ‘HELP!?’ in het Forum dat doe ik met drie anderen. Dat zijn van die dingen die nog steeds bestaan als ik onder een bus zou lopen. Daar zit natuurlijk ook wel een beetje ego achter; dat ik wat achterlaat, want ik ben niet Roomser dan de paus.”

“Als je samenwerkt met andere mensen, dan gebeuren er dingen. En er zijn heel veel mensen met veel ideeën, maar niet iedereen doet er iets concreets mee. Die mensen help ik om echt door te pakken en hun ideeën uit te voeren, want als je het nooit gedaan hebt, dan weet je het ook niet. Soms moet je gewoon eerst beginnen en dan leer je daar heel veel van en kun je zo positieve impact maken.”

Duurzame kleding, saai? Niet als het aan Julia Visser ligt. In haar hippe winkel, Regverdig, in Leeuwarden verkoopt ze tweehandskleding voor een fijn prijsje. “Er komen dagelijks mensen in de winkel die zeggen: ‘oh ik had niet door dat dit tweedehands is.’”

Duurzaamheid zat er altijd al wel een beetje in bij Julia. Vroeger struinde ze al vaak de kringloop door op zoek naar mooie dingen te vinden. “Ik had een bijbaan in de kringloopwinkel en later, toen ik in Engeland woonde, ook in de Engelse variant daarvan: een charity shop”, zegt ze. “Toen viel het me op hoeveel mooie dingen mensen afdanken. Dingen die gewoon prima nog een tweede leven kunnen krijgen.”

Duurzame kleding leuker maken

Vroeger rustte er een soort taboe op tweedehands kleding. Naar de kringloop ging je eigenlijk alleen maar als je geen geld had, en arm was. Het rook er vaak stoffig en muf. “De kringloopwinkels waren altijd een soort van loods”, zegt Julia. “Nu noemen ze het hier in Leeuwarden de Recycle Boulevard. Dat klinkt gelijk veel hipper. En verder stijlen ze het ook met allemaal verschillende kamers.”

“Ik zie nu ook dat jongeren steeds meer met duurzaamheid en de klimaatcrisis bezig zijn. Tweedehandskleding kopen wordt ook steeds normaler voor hun. Er zijn zelfs hele groepen waar het juist heel cool is om alleen maar tweedehands te kopen.”

“99% van de reacties in de winkel zijn positief, en soms ook juist omdat het tweedehands is. Ik heb veel mensen die zeggen ‘wat ziet het er netjes uit, ik had helemaal niet verwacht dat dit een tweedehandswinkel is.’ Aan de ene kant is het heel fijn dat mensen het zo positief ervaren, aan de andere kant is het ook heel schrijnend dat er toch nog steeds zo’n vooroordeel is rondom tweedehandskleding.”

“Ik wil met mijn winkel tweedehandskleding en dus ook duurzame kledingopties aantrekkelijker maken. Tweedehands winkelen is niet meer alleen voor mensen die weinig te besteden hebben, het is juist heel erg hip. Daarom ben ik mijn winkel ook begonnen, ik wilde wel tweedehandskleding kopen, maar ik miste een beetje een fijne winkel waar ik dat kon doen. Daarom ben ik hem zelf begonnen.”

Starten vanuit een burn-out

Dat starten van een bedrijf was voor Julia nooit helemaal de intentie geweest. “Ik kwam met een burn-out thuis te zitten”, vertelt ze. “En in die tijd kon ik eigenlijk niet zoveel. Iedereen zegt dan wel dat je gewoon maar leuke dingen moet doen, maar dat lukt ook totaal niet.”

“Ik was eigenlijk docent Engels aan het MBO, maar na een jaar fulltime werken kreeg ik een fikse burn-out te pakken. Toen ben ik gaan nadenken waar ik nou echt heel erg blij van wordt om te doen en waar ik gelukkig van werd. Ik heb ook gesprekken met een coach gehad en daar kwam wel uit dat ik tweedehands heel erg leuk vind.”

Omdat Julia op dat moment zelf ook bezig was met het verduurzamen van haar kledingkast, was ze veel op zoek naar tweedehandskleding. “We wonen zelf boven de winkel. En toen we daar kwamen wonen stond het pand leeg. Ik heb aan mijn huurbaas gevraagd of ik ook het winkelpand mocht huren om mijn winkel te beginnen”, vertelt Julia. “Ik heb eerlijk de situatie uitgelegd en dat ik geen groot startkapitaal had. Van de huurbaas heb ik toen heel veel goodwill gekregen zodat ik kon starten.”

In mei 2019 opende ze de winkel. “Eigenlijk zonder al teveel bombarie, want daar had ik toen de energie nog niet voor. Ik heb voor mezelf grenzen gesteld en heb nog steeds hele beperkte openingstijden om mezelf de rust te geven die ik nog steeds nodig heb. Het was voor mij op dat moment ook een project wat ik nodig had om weer beter in mijn vel te komen en mezelf weer nuttig te voelen.”

Klein beginnen

Ondanks dat Julia weinig startkapitaal had was het niet lastig om aan kleding te komen. “Alle kleding wordt ingebracht door mijn klanten”, vertelt Julia. “Ik sorteer uit wat nog mee kan en wat past bij de tijd van het jaar. De klanten krijgen dan 40% van de verkoopprijs als het verkocht is. Dat kunnen ze dan contant krijgen, of ze kunnen tegoed krijgen om in de winkel uit te geven, wat veel mensen ook doen. Daardoor wordt het een heel circulair proces.”

“Mensen zijn daardoor heel erg betrokken bij de winkel. Het is een community geworden op deze manier. Dat had ik van tevoren nooit zo kunnen bedenken. De klanten voelen zich verbonden en willen mij en de winkel steunen omdat ze het zo’n mooi concept vinden. Dat vind ik een van de leukste dingen aan het runnen van de winkel.”

Doordat Julia zo klein begon, was het ook makkelijker om de winkel snel zonder groot start kapitaal te openen. “Daarnaast maak ik ook geen verschil in merken en neem ik ook Zara of Primark aan. Tweedehands is tweedehands en ik weiger geen merken”, zegt Julia. Maar daardoor zijn de marges op de kleding ook niet erg groot. “Ik kan er van leven, maar ik word er niet rijk van. Voor mij is dat genoeg, ik doe iets waar ik heel gelukkig van word en waarmee ik iets goeds doe voor de wereld.”

Onrechtvaardigheid

In de tijd van haar burn-out heeft ze ook verschillende documentaires gezien waaronder The True Cost. “Dat is echt een eye-opener geweest. En het lastige vind ik als je eenmaal iets weet, dat je niet meer kan doen alsof je het niet weet.”

Daardoor kan ze niet meer zonder schuldgevoel een bloesje kopen bij de H&M. “Ik besloot in 2015 een heel jaar geen (nieuwe) kleding meer te kopen. En dat vond ik toen heel erg moeilijk. Ik ging wel naar de kringloop, maar kleding kopen is ook een soort hobby van me en ik miste het om nieuwe combinaties te maken.”

Na een jaar pakte ze het kleding kopen toch weer op. Maar dit jaar van heel bewust geen nieuwe kleding kopen en het zien van de documentaires zorgde er wel voor dat ze in 2019 Regverdig opende. Een bijzonder naam met een mooie betekenis. “Mensen denken vaak dat het Fries of Scandinavisch is, maar dat is niet zo. De naam komt uit Zuid-Afrika.”

De betekenis? Rechtvaardig.

“Ik kan heel slecht tegen onrechtvaardigheid. Deze naam past daar precies bij. Het gevoel dat ik bijdraag aan rechtvaardigheid met mijn winkel en dat de keuzes die dagelijks maak bijdragen aan meer rechtvaardigheid. Daar doe ik het voor.”

Vrouwen helpen met het verbeteren van hun relatie met eten, om zo beter voor zichzelf en hun omgeving te kunnen zorgen. Dat is Saraï Pannekoek’s missie. “Het creëren van een duurzamere, betere wereld begint bij de jeugd en dat begint weer bij de ouders.”

Bij Saraï begon het ook bij haar ouders. “Mijn moeder is Molukse en mijn vader een Zeeuw. Dus we waren best zuinig bij ons thuis. Als er iets stuk was, dan werd er altijd eerst gekeken of we het konden maken. Er werd bijna niks verspild bij ons thuis. Nu noemen we dat duurzaam, maar het is bij mij echt met de paplepel ingegoten.” Dat is tot op de dag van vandaag ook een thema in Saraï’s leven. “Ik houd bijvoorbeeld ook helemaal niet van winkelen. Als ik iets moet kopen dan kan ik daar rustig twee tot drie weken over nadenken voordat ik het dan toch maar ga kopen. Het is voor mij ook heel belangrijk dat alle spullen een betekenis en een verhaal hebben. Ik zal dus ook niet zomaar wat kopen.”

Kleding is voor haar een van die dingen. “Ik zou niet snel een kledingstuk kopen. Voornamelijk omdat ik mijn kledingkast heel fijn vindt zoals het nu is. Een nieuw kledingstuk kan dan de synergie van alles verstoren. Dus het moet wel echt iets toevoegen of nodig zijn, voor ik een nieuw kledingstuk koop.” Daarnaast houdt het dingen eenvoudig en overzichtelijk.

Eenvoud in voeding is geen gebrek aan smaak

Voor Saraï is eenvoud dus belangrijk. Dat vertaalt zich door naar haar werk en de manier waarop ze naar eten kijkt. “Ik adviseer klanten veel groenten, fruit, noten, zaden, granen en peulvruchten te eten. Daarbinnen is zoveel variatie mogelijk om lekkere gerechten te maken. Maar ik denk wel dat het heel goed is om de extraatje te beperken. Neem een paar goede recepten voor als je trek hebt in iets lekkers en hang die in de keuken. Daardoor word je je ook heel bewust van wat je eet. En als je het zelf maakt, weet je ook het effect van voeding en de tijd die je erin hebt gestopt. Dat geeft meer betekenis dan dat je bijvoorbeeld cake of koekjes in de winkel koopt met vijf verschillende soorten suiker erin.”

Zelf is Saraï gek op koken. “Ik snap het nog niet echt als mensen zeggen dat ze geen tijd hebben om zelf te koken. Als je van de zeven dagen in de week geen tijd hebt om zelf te koken, dan heb je je prioriteiten niet goed. Dat is net zoiets als dat je zegt dat je geen tijd hebt om te slapen.”

Kimchi (red. gefermenteerde groente) is bijvoorbeeld ook een goede manier om extra smaak aan je gerechten toe te voegen. En dat maakt ze zelf ook regelmatig, net als Kombucha (red. gefermenteerde zoete thee). Kimchi is niet alleen een hele lekkere toevoeging aan je maaltijden, maar ook gewoon heel erg leuk om te doen. “Ik voel me net een soort tovenaar dan. Dat proces is zo leuk en zoiets magisch. En de smaak verschilt ook altijd.”

“Kimchi is heerlijk bij een bonengerecht”, zegt Saraï. “Mensen denken onterecht dat plantaardige voeding saai is, maar het is zo smaakvol. Ik heb ook voor atleten staan koken en ik geef mijn cliënten makkelijke gerechten mee om ze te laten zien dat het heel simpel en makkelijk is om smaakvol plantaardig te koken.”

Niet alleen houdt Saraï ervan om zelf eten te koken, ze gaat ook bezig met het groeien van de plantaardige producten. “Mijn schoonfamilie zit al 200 jaar in de melkveehouderij. Sinds een aantal jaar zijn ze een transitie aan het maken.” Elk jaar krijgen de kinderen van Saraï’s schoonvader een stuk land waar ze stapsgewijs een voedselbos aanplanten. Uiteindelijk zal het bos twintig hectare tellen. “We zijn deze maand begonnen met het planten van de eerste struiken van ons voedelbos. Over zeven jaar verwachten we dat we de eerste vruchten kunnen plukken. Maar tot die tijd zorgt het bos al voor schonere lucht door CO2 op te slaan. Daarnaast zorgt het voor meer biodiversiteit in de grond en het landschap.”

De kleine wereldverbeteraar

Zelf noemt ze zich van jongs af aan al een kleine wereldverbeteraar. Dat zet ze nu door, door middel van voeding. Wie Saraï al een tijdje volgt zal haar voornamelijk kennen als voedingskundige en diëtist voor topsporters. Iets wat ze jarenlang heeft gedaan en zelfs een boek over heeft geschreven. Het is een wereld waar de nadruk ligt op een wetenschappelijke aanpak en de druk op presteren erg hoog ligt. En ook een wereld waar Saraï, in aanloop voor de spelen van 2020, steeds meer afstand van neemt “Het voelt voor mij goed, ik wil echt meer focussen op het menselijk aspect. Dat is voor mij echt heel belangrijk.”

“Mijn bedrijfsnaam is nu Nourismentis, wat betekent ‘het voeden van’. Dat kan op allerlei manieren. Ik wil de spiritualiteit en de wetenschap met elkaar verbinden om zo een duurzame verandering ingang te zetten voor de mensen die ik help. Doordat ze leren op een duurzame manier naar voeding te kijken, gaan ze andere keuzes maken. Keuzes zoals het kopen van meer lokale of Europese producten, en producten die hun lichaam echt voeden waardoor ze weer een gezondere relatie met voeding krijgen. Hoe meer mensen dat gaan doen, hoe meer dat uitstraalt naar de omgeving en naar de aarde.”

Sustainable Athlete

Dat is ook de reden dat Saraï en haar man de Stichting Sustainable Athlete opzette. “De topsport is wel een wereld die zich richt op ‘quick fixes’, veel plastic flessen en veel kip, kwark en eieren. Voor mij voelde het gewoon niet goed meer om steeds kip en kwark te adviseren. Terwijl als je wat meer tofu eet, je ook dezelfde hoeveelheid eiwitten binnenkrijgt. We hebben de stichting opgezet om zoveel mogelijk atleten te laten zien dat het ook anders kan. We wilden de sporters laten inzien dat zij een voorbeeldfunctie hebben voor de nieuwe generatie. Dat als zij dingen anders doen, ze daarin echt een voorbeeld zijn. Echt ‘lead bij example’ dus.”

Toch wil Saraï net een stapje verder daarin gaan. Hoewel de stichting dicht bij haar hart ligt, ziet ze toch een ander pad voor zich: “Door het Sjamanisme is dit nog duidelijker geworden. Ik wil mensen verbinden. Met zichzelf, elkaar, en ook met de aarde. Op deze manier kan ik mensen helpen om bewustere keuzes te maken voor zichzelf en de planeet.”

Maar denkt ze dan dat we op die manier de klimaatverandering tegen kunnen houden? “Ik denk dat we met z’n allen moeten accepteren dat er een verandering aankomt. En dat we de verbintenis met elkaar mogen zoeken. Ook met de mensen die keuzes maken waar je zelf niet achterstaat. Als we ons richten op verbinding in plaats van polarisatie, dan zijn we samen weerbaar en veerkrachtig en kunnen we de verandering, die eraan komt, samen aan. Daar vertrouw ik op.”

Een kaart die hotelgasten kunnen scannen met hun mobiel en daardoor alle informatie direct op hun mobiel krijgen. “Het lijkt zo simpel dat we ons eigenlijk verbazen dat het er nog niet was”, lacht Diente Jacobs van Our Mapp. En die kaarten zijn is dus precies wat Diente en haar bedrijfspartner Shirley Nijman met Our Mapp maken.

“Shirley en ik zijn met een illustrator om tafel gegaan om mooie kaarten van Amsterdam en Rotterdam te maken”, vertelt Diente. “Daar hebben we allerlei bezienswaardigheden op getekend. Die kaart kunnen hotels dan in hun lobby hangen.” Het idee is dat de kaart, die de bedenkers een Mapp noemen, de folderbak in hotellobby’s vervangt. “Die bakken met folders zijn eigenlijk heel erg achterhaald. Als prijzen, locatie, informatie of data wijzigen moet je als bedrijf weer een heleboel nieuwe folders printen en die langsbrengen bij de hotels. De rest verdwijnt dan in de papierbak, of nog erger; op straat. En ook: hotels doen erg hun best om de lobby zo mooi mogelijk in te richten zodat de klant een optimale ervaring krijgt. Zo’n folderbak hoort daar helemaal niet bij en verdwijnt vaak achter een plant of in een hoekje.”

“Onze Mapps zijn compleet aan te passen naar de wensen van het hotel”, legt Diente uit. Van de kleur en stijl tot de bezienswaardigheden. Elk hotel kan custom made items toevoegen, denk aan tickets maar ook bepaalde informatie is te delen via de Mapp. Bijvoorbeeld tips van de front desk medewerkers, ieder kan zijn of haar favoriete restaurant benoemen of andere tips mee geven aan de gasten. Zo wordt het een verlengstuk van hotel-receptie-naar gasten. Zelfs de kleuren kunnen aangepast worden. “Daardoor passen de Mapps helemaal bij de lobby van een hotel.”

Duurzame bonusnormen

In 2019 werd er (ten tijde van schrijven) al 462 miljoen ton papier geproduceerd en dat blijft met de seconde groeien. “Nou lijkt de impact van het vervangen van de folders niet zo groot, maar als elk hotel zou overstappen naar onze Mapp, dan zou dat heel veel papier schelen. Nu belanden de folders vaak op straat of in de bak. Hartstikke zonde van het papier!”, aldus Diente.

Amsterdam en Rotterdam stonden ooit op plek 4 en 5 in de sustainable city index. Tegenwoordig staan ze op plek 11 en 19. Er is dus zeker nog winst te behalen. “Er is een verduurzaming bezig in de hotelbranche. Steeds meer zie je dat hotels zich laten certificeren als duurzaam en op zoek zijn naar nieuwe duurzame en innovatieve ideeën. Die certificering gaat aan de hand van een puntensysteem en met onze Mapp krijgen hotels vier bonuspunten. Daarnaast is het ook iets wat de gasten graag willen. De Mapp zorgt voor interactie met de gasten omdat hij de aandacht trekt.”

“Het mooie aan onze Mapp is ook dat we voorrang geven aan duurzame en kleinere initiatieven. Zo wordt het makkelijker om de toeristen andere plekken van de stad te laten ervaren, niet alleen de toeristische gedeelten. Dat is ook weer goed nieuws voor de kleinere ondernemers.”

Op die manier kun je mensen ook sturen zonder dat ze het doorhebben. “Want als de prijs en de beleving niet uitmaakt, waarom zou je dan niet de duurzamere optie kiezen? Tegelijkertijd is het voor gemeenten ook heel fijn dat toeristen zich meer door de stad verspreiden.”

Om die duurzaamheid aan te moedigen heeft Diente nog meer goede ideeën. “We zijn aan het experimenteren met het opzetten van een puntensysteem. Als de gasten duurzame plekken bezoeken kunnen ze daarmee punten sparen. Deze kunnen ze dan weer gebruiken voor andere dingen, bijvoorbeeld in de vorm van kortingen.” Duurzaamheid is niet meer weg te denken uit de huidige maatschappij. “Die keuzes willen wij makkelijker maken voor hotelgasten”, zegt Diente.

Tracken en inspelen op behoeften

Met de folders is het voor hotels veel giswerk: waar gaan hun gasten heen? Wat willen ze zien? Door middel van de Mapp wordt het heel gemakkelijk om te zien wat de gasten interessant vinden, waar ze naar kijken en welke toegangskaarten en tickets ze kopen via de Mapp. “Voor hotels is dat goed nieuws, het geeft hen de mogelijkheid om bepaalde acties en kortingen af te spreken met de bezienswaardigheden en andere plekken op de Mapp. Als een hotel ziet dat veel van hun gasten naar, bijvoorbeeld, het van Gogh Museum gaan, dan kunnen ze die benaderen en daar een speciale actie mee doen. Het wordt zo veel makkelijker om echt in te spelen op de behoefte van de gasten.”

Pilot en testen

Het belangrijkste natuurlijk is dat de Mapp ook echt uitnodigt om te scannen en dat alles werkt. “We zijn nu een maand echt fulltime bezig en hebben net een pilot gedaan zodat we de Mapp nog konden aanpassen en de techniek konden verbeteren. Dat is allemaal goed gegaan en we zijn nu in gesprek met vijftien hotels om voor hun Mapp te maken”, vertelt Diente. “Er is zelfs een hotel met een tragere lift. Die wil dus een Mapp in de lift hangen én op elke verdieping. Zo gebruik je de wachttijd van de gasten goed.”

De Mapps zijn niet alleen geschikt voor hotels. Je kunt de interactieve Mapp ook op events of binnen de gemeente gebruiken. Daardoor zijn ze voor heel veel verschillende partijen interessant.

Momenteel zijn de eerste Mapps besteld. “We wachten nog op een paar aanpassingen en dan hopen we dat binnenkort de eerste Mapps in de hotels hangen”, zegt Diente. “We beginnen met Amsterdam en Rotterdam, maar ik kan niet wachten om dit ook voor andere steden in Nederland te doen. En daarna voor de rest van de wereld.”

Bh’s die niet alleen goed zijn voor het milieu, die maar ook nog eens lekker zitten. Is het mogelijk? Ja, zegt Eva van Schijndel die de laatste hand legt aan de samples van haar eerste duurzame bh-lijn onder de naam Savara.

Van frustratie naar topidee

“Toen ik afgestudeerd was aan de master Financial Economics, ging ik direct aan de slag. Ik had gelijk mijn droombaan te pakken, dacht ik. Want toen ik begon dacht ik ook echt dat dit dé baan voor mij was”, vertelt Eva. “Maar na een aantal maanden dacht ik: waar zijn we helemaal mee bezig met z’n allen? Dus ben ik daar al heel snel gestopt. Daarna ben ik gaan kijken wat ik dan wel wilde. Ik kwam al heel snel uit op iets doen waar de wereld beter van wordt.”

Maar waarom dan bh’s? Met een achtergrond in financiën had ze geen achtergrond in mode en nam ze eerst naailessen om aan de slag te kunnen gaan met haar idee. “Ik hield heel erg van bh’s kopen, maar ik merkte dat ze al na twee weken niet lekker meer zaten. De voorgevormde cup stond ineens van de borst af, de bh zat ineens te strak, of de beugel prikte door de stof heen. Dus ik dacht: als ik daar last van heb, dan zijn er vast meer mensen die daar last van hebben.”

Voor vrouwen is het normaal dat het gewicht door de maand fluctueert, en daardoor dus ook de borstomvang. Dat kan te maken hebben met licht gewicht af- en toename door de maand heen, maar ook met hormonen. Voorgevormde bh’s en bh’s met een beugel zitten dan al snel niet lekker meer. “Na de eerste paar missers, heb ik er nu een gemaakt die fantastisch zit”, vertelt Eva. “Ik heb ze getest tot en met een E-cup. Samen met vriendinnen heb ik gekeken waar de bh goed zit en waar ik hem kan verbeteren. Nu heb een model dat bij alle vormen goed zit, mooi aansluit en voldoende ondersteuning biedt.”

Hout zonder verlies van bomen

De bh’s worden gemaakt van TENCEL een stof gemaakt van eucalyptushoutsnippers. Bomen dus. Hoe duurzaam is het dan écht als er bomen gebruikt worden voor het maken van de bh’s?

Eva moet lachen. “Dat vroeg ik me dus ook af toen ik hier van hoorde. TENCEL is niet alleen een stof, het is ook tegelijkertijd een keurmerk. Als een stof zo heet dan mag je er vanuit gaan dat het op een duurzame manier gemaakt is. De bomen worden namelijk speciaal geplant om stof van te maken. Het is dus niet zo dat ze bomen uit de natuur kappen. Voor elke boom die ze kappen, wordt een nieuwe boom geplant in speciale duurzame plantages. Zo neemt de netto-hoeveelheid bomen niet af.”

Naast TENCEL wordt er ook kant gebruikt, iets wat moeilijk duurzaam te verkrijgen is. “Verder kopen we reststukken kant in”, zegt Eva. “Ik heb gekeken naar duurzaam kant, maar dat is er bijna niet. Wat je ziet is dat fabrieken vaak teveel kant inkopen en het dan weggooien, hartstikke zonde natuurlijk! Dat koop ik in om het zo toch duurzaam te maken.”

Duurzame productie

Nu Eva haar eerste sample klaar heeft en de stof gekozen is, is ze nog opzoek naar de juiste fabriek om de eerste lijn te maken. “Dat blijkt nog lastiger dan ik dacht. Veel grotere fabrieken kunnen de lijn pas van 500-1000 stuks maken, maar dat is te veel. Niet alleen is het een grote investering vooraf, ik moet eerst nog testen welke lijn het beste werkt. Daarnaast werk ik met reststoffen die maar beperkt beschikbaar zijn kunnen er van een bepaald type maar een beperkt aantal stuks gemaakt worden.”

“Ik heb nu een kleiner familiebedrijf gevonden in Slovenië . Die hebben niet de juiste certificaten, maar werken wel op de juiste manier. Ik ga daar binnenkort kijken of de fabriek op de duurzame manier werken die ik zoek. Zo kan ik toch kan starten en een duurzame productie waarborgen.”

Tijdens dat bezoek kijkt Eva onder andere naar de omstandigheden van de werknemers, de hoeveelheid pauze, of ze naar de wc kunnen, of ze verzekerdheid zijn en of ze geen gebruik maakt van kinderarbeid. Daarnaast kijkt ze ook of er geen chemicaliën worden gebruikt en wat er gedaan wordt met restjes.

“Helaas ontkom ik er niet aan om de productie in een land te doen waar de leefkosten lager liggen. Zo houd ik de bh’s betaalbaar. Het is dus ook niet te vermijden dat er CO2 uitstoot plaatsvindt voor transport naar Nederland, maar ook naar de klanten die een bh gekocht hebben. Daarom doneer ik voor elke verkochte bh geld voor het planten van bomen ter compensatie.”

Circulaire bh’s

Omdat de bh’s van natuurlijke stof gemaakt zijn, zijn ze de stof gemakkelijk te recyclen. “Hoe dat precies in zijn werk gaat weet ik nog niet, dat moet ik nog verder uitzoeken”, zegt Eva. “Maar de hardware, dus het metaal, is wel herbruikbaar. Het idee wat er nu ligt, is dat mensen hun oude Savara-bh terugsturen op onze kosten en dat ze dan korting krijgen op hun volgende bestelling.”

ASN Bank Wereldprijs 2019

In 2019 dit jaar was Savara genomineerd voor de ASN Bank Wereldprijs 2019. “Dat heeft zeker wel wat meer naamsbekendheid opgeleverd. En ze hebben me gekoppeld aan de winnaar van 2016, die kon ik een uur lang alles vragen. Dat heeft echt heel erg geholpen! Daarnaast was het gewoon een goede validatie voor het idee en dat ze er echt wat in zagen”, vertelt Eva. “Ik ben helaas niet door naar de volgende ronde, het idee had nog wat meer werk nodig vergeleken met de andere deelnemers. Maar ik kan volgend jaar weer meedoen.”

“Daarnaast heb ik dankzij de nominatie ook contact met een webshop gekregen die waarschijnlijk mijn bh’s wil verkopen, dus het heeft genoeg goede dingen opgeleverd en ik ben nog steeds hele blij met de nominatie.”

She got this

Bij een mooi product hoort natuurlijk een goed verhaal. Dus Eva wil niet alleen focussen op het duurzame aspect van de bh’s, maar ook op empowerment. Daarom gaat ze de lijn lanceren met de campagne #SheGotThis. “We gaan krachtige vrouwen, die ook model voor ons staan, aan het woord laten over hun verhaal op een pure en echte manier.”

“Als merk ga je dingen uitstralen naar de wereld en ik heb een hele bewuste keus gemaakt om daar een sterke boodschap van te maken. Ik wil juist niet voor het perfecte plaatje gaan zoals veel merken dat wel doen. Nu zie je vaak dat de boodschap is dat als je bepaalde kleding draagt dat je mooi en goed bent. Of dat je in bepaalde situaties pas succesvol bent. En ik merkte om me heen dat vriendinnen en andere mensen juist heel erg worstelen met die boodschap. Want als iedereen hetzelfde doet en niemand echt gelukkig is, dan moet je dat doorbreken.” En dat is precies wat Eva met Savara gaat doen.

“Maar ik vind het wel spannend. Ik heb natuurlijk geen idee hoe het precies gaat uitpakken en wat er allemaal uit gaat komen. Maar dat maakt het ook wel weer leuk.”

Inmiddels heeft Eva besloten de eerst lijn bh’s zelf te produceren en is de eerste productie in de voorverkoop gegaan.