Vrouwen helpen met het verbeteren van hun relatie met eten, om zo beter voor zichzelf en hun omgeving te kunnen zorgen. Dat is Saraï Pannekoek’s missie. “Het creëren van een duurzamere, betere wereld begint bij de jeugd en dat begint weer bij de ouders.”

Bij Saraï begon het ook bij haar ouders. “Mijn moeder is Molukse en mijn vader een Zeeuw. Dus we waren best zuinig bij ons thuis. Als er iets stuk was, dan werd er altijd eerst gekeken of we het konden maken. Er werd bijna niks verspild bij ons thuis. Nu noemen we dat duurzaam, maar het is bij mij echt met de paplepel ingegoten.” Dat is tot op de dag van vandaag ook een thema in Saraï’s leven. “Ik houd bijvoorbeeld ook helemaal niet van winkelen. Als ik iets moet kopen dan kan ik daar rustig twee tot drie weken over nadenken voordat ik het dan toch maar ga kopen. Het is voor mij ook heel belangrijk dat alle spullen een betekenis en een verhaal hebben. Ik zal dus ook niet zomaar wat kopen.”

Kleding is voor haar een van die dingen. “Ik zou niet snel een kledingstuk kopen. Voornamelijk omdat ik mijn kledingkast heel fijn vindt zoals het nu is. Een nieuw kledingstuk kan dan de synergie van alles verstoren. Dus het moet wel echt iets toevoegen of nodig zijn, voor ik een nieuw kledingstuk koop.” Daarnaast houdt het dingen eenvoudig en overzichtelijk.

Eenvoud in voeding is geen gebrek aan smaak

Voor Saraï is eenvoud dus belangrijk. Dat vertaalt zich door naar haar werk en de manier waarop ze naar eten kijkt. “Ik adviseer klanten veel groenten, fruit, noten, zaden, granen en peulvruchten te eten. Daarbinnen is zoveel variatie mogelijk om lekkere gerechten te maken. Maar ik denk wel dat het heel goed is om de extraatje te beperken. Neem een paar goede recepten voor als je trek hebt in iets lekkers en hang die in de keuken. Daardoor word je je ook heel bewust van wat je eet. En als je het zelf maakt, weet je ook het effect van voeding en de tijd die je erin hebt gestopt. Dat geeft meer betekenis dan dat je bijvoorbeeld cake of koekjes in de winkel koopt met vijf verschillende soorten suiker erin.”

Zelf is Saraï gek op koken. “Ik snap het nog niet echt als mensen zeggen dat ze geen tijd hebben om zelf te koken. Als je van de zeven dagen in de week geen tijd hebt om zelf te koken, dan heb je je prioriteiten niet goed. Dat is net zoiets als dat je zegt dat je geen tijd hebt om te slapen.”

Kimchi (red. gefermenteerde groente) is bijvoorbeeld ook een goede manier om extra smaak aan je gerechten toe te voegen. En dat maakt ze zelf ook regelmatig, net als Kombucha (red. gefermenteerde zoete thee). Kimchi is niet alleen een hele lekkere toevoeging aan je maaltijden, maar ook gewoon heel erg leuk om te doen. “Ik voel me net een soort tovenaar dan. Dat proces is zo leuk en zoiets magisch. En de smaak verschilt ook altijd.”

“Kimchi is heerlijk bij een bonengerecht”, zegt Saraï. “Mensen denken onterecht dat plantaardige voeding saai is, maar het is zo smaakvol. Ik heb ook voor atleten staan koken en ik geef mijn cliënten makkelijke gerechten mee om ze te laten zien dat het heel simpel en makkelijk is om smaakvol plantaardig te koken.”

Niet alleen houdt Saraï ervan om zelf eten te koken, ze gaat ook bezig met het groeien van de plantaardige producten. “Mijn schoonfamilie zit al 200 jaar in de melkveehouderij. Sinds een aantal jaar zijn ze een transitie aan het maken.” Elk jaar krijgen de kinderen van Saraï’s schoonvader een stuk land waar ze stapsgewijs een voedselbos aanplanten. Uiteindelijk zal het bos twintig hectare tellen. “We zijn deze maand begonnen met het planten van de eerste struiken van ons voedelbos. Over zeven jaar verwachten we dat we de eerste vruchten kunnen plukken. Maar tot die tijd zorgt het bos al voor schonere lucht door CO2 op te slaan. Daarnaast zorgt het voor meer biodiversiteit in de grond en het landschap.”

De kleine wereldverbeteraar

Zelf noemt ze zich van jongs af aan al een kleine wereldverbeteraar. Dat zet ze nu door, door middel van voeding. Wie Saraï al een tijdje volgt zal haar voornamelijk kennen als voedingskundige en diëtist voor topsporters. Iets wat ze jarenlang heeft gedaan en zelfs een boek over heeft geschreven. Het is een wereld waar de nadruk ligt op een wetenschappelijke aanpak en de druk op presteren erg hoog ligt. En ook een wereld waar Saraï, in aanloop voor de spelen van 2020, steeds meer afstand van neemt “Het voelt voor mij goed, ik wil echt meer focussen op het menselijk aspect. Dat is voor mij echt heel belangrijk.”

“Mijn bedrijfsnaam is nu Nourismentis, wat betekent ‘het voeden van’. Dat kan op allerlei manieren. Ik wil de spiritualiteit en de wetenschap met elkaar verbinden om zo een duurzame verandering ingang te zetten voor de mensen die ik help. Doordat ze leren op een duurzame manier naar voeding te kijken, gaan ze andere keuzes maken. Keuzes zoals het kopen van meer lokale of Europese producten, en producten die hun lichaam echt voeden waardoor ze weer een gezondere relatie met voeding krijgen. Hoe meer mensen dat gaan doen, hoe meer dat uitstraalt naar de omgeving en naar de aarde.”

Sustainable Athlete

Dat is ook de reden dat Saraï en haar man de Stichting Sustainable Athlete opzette. “De topsport is wel een wereld die zich richt op ‘quick fixes’, veel plastic flessen en veel kip, kwark en eieren. Voor mij voelde het gewoon niet goed meer om steeds kip en kwark te adviseren. Terwijl als je wat meer tofu eet, je ook dezelfde hoeveelheid eiwitten binnenkrijgt. We hebben de stichting opgezet om zoveel mogelijk atleten te laten zien dat het ook anders kan. We wilden de sporters laten inzien dat zij een voorbeeldfunctie hebben voor de nieuwe generatie. Dat als zij dingen anders doen, ze daarin echt een voorbeeld zijn. Echt ‘lead bij example’ dus.”

Toch wil Saraï net een stapje verder daarin gaan. Hoewel de stichting dicht bij haar hart ligt, ziet ze toch een ander pad voor zich: “Door het Sjamanisme is dit nog duidelijker geworden. Ik wil mensen verbinden. Met zichzelf, elkaar, en ook met de aarde. Op deze manier kan ik mensen helpen om bewustere keuzes te maken voor zichzelf en de planeet.”

Maar denkt ze dan dat we op die manier de klimaatverandering tegen kunnen houden? “Ik denk dat we met z’n allen moeten accepteren dat er een verandering aankomt. En dat we de verbintenis met elkaar mogen zoeken. Ook met de mensen die keuzes maken waar je zelf niet achterstaat. Als we ons richten op verbinding in plaats van polarisatie, dan zijn we samen weerbaar en veerkrachtig en kunnen we de verandering, die eraan komt, samen aan. Daar vertrouw ik op.”

Lanceren is een feestje! Daarom geven we nóg een boek weg. Voor mensen die zich meer willen verdiepen in het consuminderen van dieren is het boek Ooit aten we dieren van Rosanne van Voorst een aanrader. En jij kan hem winnen!

Op de achterflap:

Melk is goed voor elk. Een ei hoort erbij. We zijn opgegroeid in een tijd waarin het eten van dierlijke producten volkomen geaccepteerd is. Wetenschappers voorspellen echter dat dit in de nabije toekomst taboe zal worden. Net zoals ooit heksenverbranding, slavernij en homodiscriminatie ineens niet meer konden. Over een aantal decennia zal veganistisch de norm zijn, en vragen onze kleinkinderen ons hoe we ooit dieren hebben kunnen eten.

Met een optimistische blik laat Roanne van Voorst zien hoe we ons op deze toekomst kunnen voorbereiden. Ze gaat in gesprek met boeren, blikt terug op de tijd dat er giraffen werden gegeten en doet uit de doeken waar zelf tegenaan loopt als beginnend veganist.

Dit maakt Ooit aten we dieren tot een onmisbaar boek voor vegetariërs, flexitariërs én overtuigde vleeseters.

En jij kan hem winnen!

Wat moet je doen om te winnen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en laat een reactie achter in de comments met wat welke kleine stap jij kunt zetten om te verduurzamen.

Je kan meedoen tot en met 16 februari!

Een lancering wordt pas echt een feestje als er iets te winnen valt. Daarom kun je hét boek voor impact ondernemers winnen: Pioniers van de nieuwe Welvaart van Kees Klomp en Nadine Maarhuis.

Op de achterflap:

In “Pioniers van de nieuwe welvaart‘ gaan Kees Klomp en Nadine Maarhuis dieper in op de betekeniseconomie, die alsmaar groeit. Ondernemers als Tony’s Chocolonely, Dopper en De Vegetarische Slager zijn succesvol bij een groot publiek en in alle hoeken van de samenleving is belangstelling voor ondernemers met een maatschappelijke missie.

Maar een financieel gezonde business runnen die tegelijk sociale en ecologische meerwaarde creëert is niet altijd gemakkelijk. Welke dilemma’s ervaren de pioniers van de nieuwe welvaart bij het bouwen van hun missiegedreven bedrijven? En hoe tackelen ze die?

In dit boek vertellen impactondernemers openhartig over hun pieken en dalen en delen ze de lessen uit hun praktijk. Parallel daaraan schetsen Klomp en Maarhuis de essentiële elementen van de betekeniseconomie. Dit boek is daarom verplichte kost voor beginnende én groeiende pioniers – maar ook voor leiders in gevestigde bedrijven die de omslag naar maatschappelijke impact willen maken.

En jij kan hem winnen!

Wat moet je doen om te winnen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en laat een reactie achter in de comments en vertel welke impact jij wil gaan maken dit jaar.

Je kan meedoen tot en met 16 februari!

De klimaatcrisis is een probleem van iedereen. Alleen, niet iedereen ervaart het als zijn of haar probleem. Sterker nog, de meesten zien het als ‘een ver-van-mijn-bed-show’. Om dat aan te pakken heeft Correspondent-journalist Rutger Bergman een brief aan de Nederlanders geschreven. En die kun je nu gratis downloaden.

In de brief schets hij beeldend het verhaal van de dijkdoorbraak op 1 februari 1953. Dat is nu op de kop af 67 jaar geleden. Grote delen van Nederland liepen toen onder water en als het gat niet gedicht was door schipper Arie Evegroen, had het water binnen een maand de buitenwijken van Amsterdam bereikt. Maar, zoals Bergman in zijn brief zegt: de Nederlanders zijn vergeetachtig.

Nederland is een badkuip

Iedereen heeft vast wel eens de plaatjes gezien: een groot deel van Nederland ligt onder de zeespiegel. Nederland is nu al een grote badkuip die volloopt als de dijken breken. Als de zeespiegel met twee meter of meer stijgt, dan wordt dit gebied alleen maar groter. Dat houdt in dat de komende generaties kinderen en kleinkinderen steden als Amsterdam, Rotterdam en Leiden en meer, niet meer zullen kennen.

Bergman was ook in De Wereld Draait Door en vertelde daar over Johan van Veen, die weggeschreven werd als gek en paniekzaaier, terwijl hij al tijden de dijkbreuk zag aankomen. Nu, 67 jaar later, staat hij bekend als de bedenker van de Deltawerken.

In zijn pamflet, en bijbehorend YouTube-filmpje maakt Rutger heel concreet waarom klimaatverandering voor iedere Nederlander van belang is. En waarom we nu actie moeten ondernemen om de, door het kabinet gestelde doelen, in 2050 te gaan halen. Maar ook wat de gevolgen zijn als we de klimaatdoelen niet halen.

Je kunt jouw exemplaar gratis bestellen bij De Correspondent. https://decorrespondent.nl/hetwaterkomt

Kinderen zijn de toekomst en als we de klimaatcrisis een positieve draai willen geven, dan zijn de kinderen degene die het straks gaan doen. Er zijn talloze initiatieven ontstaan om kinderen bij het klimaat te betrekken. De nieuwste is de Kinderklimaatboekprijs uitgereikt door Grootouders voor het Klimaat. De eerste editie is op vrijdag 31 januari uitgereikt aan Mathilda Masters voor haar boek: 123 superslimme dingen die je moet weten over het klimaat.

Op Grootouders voor het Klimaat zegt ze: “Wat een heerlijk nieuws! We hebben het klimaatboek geschreven vanuit een persoonlijk engagement en het doet deugd dat het nu de prijs heeft gewonnen. Een mooi gegeven vind ik ook dat twee kinderen deel uitmaken van de jury, te weten Lian Kandelaar, auteur van Missie Red de Dieren en blogger. En Lilly Platt, klimaatstaker en initiatiefnemer van Lilly’s Plastic Pickup.”

Het boek werd door de jury zowel informatief als inspirerend gevonden. Naar hun zeggen verdienen kinderen het om goed geïnformeerd te worden. En dat zit in dit boek wel goed.

De andere genomineerde boeken waren:

Wat als er een plek is waar jij je talenten kunt ontwikkelen? Een plek waar je kunt laten zien wat je kan bijdragen, maken of hoe jij de wereld mooier kan maken? Die plek is er. Toolbox in Emmen heeft een plek gecreëerd waar ze zowel mensen als gemeenten laten zien dat je meer kan bereiken als je denkt in mogelijkheden in plaats van beperkingen.

“Toolbox is een ontwikkelcentrum”, legt Adriaan Pals uit. Samen met Bert Leiting en Johan Wachtmeester opende hij in december 2016 de deuren van Toolbox. “We zijn een flexplek voor makers, hebben werkplaatsen en ondersteunen de gemeente met dagbesteding. Op dit moment groeien we gemiddeld met vier deelnemers per maand. Maar om te komen waar we nu staan hebben we echt hard moeten werken om te zorgen dat onze deelnemers krijgen waar ze recht op hebben. Inmiddels staat de organisatie goed en zijn we bezig met verdere professionalisering om zo nog meer mensen te helpen en te ondersteunen.”

De Toolboxfilosofie

Bij Toolbox staan de deelnemers dus centraal. “Wij ondersteunen mensen zodat zij weer actief deel kunnen nemen aan de maatschappij. Het huidige systeem in Nederland zit zo in elkaar dat jij als mens niet altijd krijgt wat je nodig hebt om jezelf te ontwikkelen. Wij vinden dat de maatschappij te weinig investeert in de ontwikkeling van de medemens en hoe zorginstanties met elkaar omgaan. Als je instanties per uur betaalt zullen ze ook zorgen dat ze zoveel mogelijk uren maken en de mensen vanuit hun beperking benaderen. Maar de vraag die niet gesteld wordt, is: ‘wat heb je nodig?’ Dat willen wij veranderen”, legt Pals uit. “Wij willen mensen benaderen door hun talenten te erkennen, ze meer zelfvertrouwen te geven, hun eigenwaarde te verhogen en ze een veilige omgeving te geven waar ze kunnen doen waar ze goed in zijn en juist dat verder ontwikkelen.”

Zo is ook Aerial 51 ontstaan, een indoor drone racebaan in het oude AmeriCase. Het was een idee wat ontstond wat aansloot bij een aantal Toolbox deelnemers waaronder een dronevlieger en een racedrone-bouwer. Het zijn geen kwaliteiten die je in een normale baan kan inzetten, daarom heeft Toolbox een baan rondom de kwaliteiten gecreëerd.

Luisteren naar behoeftes

Toch was het idee voor Toolbox in eerste instantie anders dan hoe het er nu uitziet. “Mijn theorie was dat een professional een abonnement kon kopen zodat hij iets kon maken in de werkplaats wat hij dan vervolgens weer kon verkopen”, legt Pals uit. “Iemand met afstand tot de arbeidsmarkt zouden wij dan aan die professional koppelen zodat die persoon daarvan kon leren. Een soort gildesysteem.”

In de praktijk kwamen ze er al snel achter dat dat niet werkte. “We zagen dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt vaak veel technischer waren dan de professionals die een abonnement afnamen. Alleen door alles wat ze meegemaakt hadden, waren die mensen er niet van overtuigd dat ze een toegevoegde waarde hebben. Het blijkt dus in de praktijk dat wij onze waarde behalen door deelnemers te overtuigen dat ze er wel toe doen en wel degelijk toegevoegde waarde hebben. En niet door het leren van technische vaardigheden.

“Nu begeleiden en coachen we mensen om meer zelfvertrouwen te krijgen. Dat doen we door het zorgvuldig opbouwen van de interne cultuur. Bijvoorbeeld: hoe gaan we bij Toolbox met elkaar om? Maar ook mensen oprecht complimentjes geven, mensen laten doen waar ze goed in zijn en dan oprecht verbaasd zijn hoe goed ze iets doen en juist dat complimenteren. Daarnaast evalueren we elke vier tot zes weken met de deelnemers. Daarin kijken we hoe het gaat, waar ze tegenaan lopen en wat ze nodig hebben. Die een-op-een gesprekken dragen ook bij aan het vergroten van het zelfvertrouwen en eigenwaarde. Als laatste is een groot deel van ons werk ook het observeren van de deelnemers om zo op te merken waar ze goed in zijn en ze aan te moedigen daar meer van te gaan doen.”

Doelen voor 2020 en verder

Ten tijde van het interview vierde Toolbox zijn driejarige bestaan. En daar stopt het zeker niet. In december 2019 kreeg Toolbox een raad van toezicht. “Deze onafhankelijke partij controleert of we ook doen wat we zeggen. We hebben ze onze plannen voor 2020 voorgelegd en ze zijn niet alleen een goede stok achter de deur, maar ook een stap in de richting van verdere professionalisering.”

Toolbox wil namelijk echt een verandering teweegbrengen bij gemeentes en andere overheden om zo een verschil te maken voor de mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Maar daar zijn subsidies voor nodig. De raad van toezicht is niet alleen een extra professionaliseringsstap, maar ook een extra zekerheid voor overheidsinstanties dat Toolbox de subsidies goed gebruikt.

“Naast de verdere professionalisering willen we in 2020 onder andere verder groeien in het aantal deelnemers. Op die manier kunnen we nog beter ondersteunen in de ontwikkeling van onze deelnemers, en nog meer werk voor hun creëren zowel binnen Toolbox als daar buiten. Maar we willen ook verder onderzoek doen naar het huidige systeem in Nederland, en hoe we dat kunnen verbeteren. Daarover willen we ook echt die discussie aanzwengelen.”

En dat onderzoek is hard nodig volgens Toolbox en kan voor een positieve ontwikkeling zorgen voor de maatschappij. “We werken samen met de Hanze Hogeschool aan een onderzoek om de ontwikkeling van de deelnemers op verschillende levensgebieden beter in kaart te brengen”, zegt Pals. “En daarnaast ook wat de ontwikkeling van deze mensen voor positieve invloed kan hebben en welke besparing dat oplevert voor de maatschappij. We willen een systeem creëren in 2020 dat werkt en wat dus ook door andere partijen te gebruiken is.

Impact maken en systemen doorbreken

Toolbox’s missie voor 2020 en verder is dus het doorbreken van de huidige systemen rondom mensen met een afstand tot de maatschappij en arbeidsmarkt. “We willen laten zien welk gedrag er wordt uitgelokt met de huidige verdienmodellen. Dat als organisaties een budget per individu krijgen, ze dat als verdienmodel gaan zien en gaan praten in beperkingen in plaatst van de mogelijkheden. En dat als je een organisatie beloond per uur, dat ze zoveel mogelijk uren gaan maken in plaatst van te kijken hoe ze iemand echt kunnen helpen”, zegt Pals. “En daarom kijken wij bij Toolbox naar de mogelijkheden in plaats van de beperkingen.”

Toolbox zit midden in het Rensenpark in Emmen. Het park wat eerder het thuis was van het Noorder Dierenpark Emmen is nu thuis voor verschillende ondernemingen.

Hoeveel kledingstukken heb jij in je kast? En hoeveel gebruik je daar écht van? Waarschijnlijk gebruik je, zoals de meeste mensen, maar een fractie van de kleding die je hebt. Zonde, vindt Marije Douma. Op Instagram posts ze onder @marije_sustainablecollective tips over het combineren van kleding, hoe je duurzame, leuke items shopt en hoe je zoveel mogelijk uit je eigen kledingkast haalt. ”Ik wil mensen laten zien dat ze niet steeds meer nieuwe spullen nodig hebben”, aldus Marije.

Recent is Marije begonnen om mensen een-op-een te begeleiden om zoveel mogelijk uit hun kledingkast te halen en het echt definiëren van hun eigen stijl. Zo shop je veel bewuster, maak je goede keuzes en voorkom je dat je een kledingkast vol hebt met dingen die je nooit draagt. Dat wilde ik zelf ook wel eens uitproberen, want ook ik had een dikke kledingkast waar maar tien items regelmatig in de wasmand lagen.

Haal meer uit je eigen kledingkast

“Probeer dit shirt eens met deze broek.” Marije geeft me een shirt aan. Het bed ligt bezaaid met kledingstukken uit de kast. Ruim drie uur lang pas ik verschillende kledingstukken in verschillende combinaties die ik zelf nooit had kunnen bedenken. Ik probeer bloesjes onder truien, shirtjes in broeken, rokjes met shirtjes, jurkjes met dingen er onder en erover. Ik kom erachter dat een kledingsessie ook betekent dat ik vooral heel veel in mijn onderbroek sta. Tijdens de sessie herontdek ik mijn kledingkast en wordt het makkelijker om dingen weg te doen die niet meer bij mij en mijn stijl passen.

Toch is er ook een knelpunt waardoor ik altijd terugval op dezelfde kledingstukken: mijn kledingkast is niet geschikt voor de koudere maanden. Eyecatchers genoeg, maar warm is het allemaal niet. Een paar dagen later ontvang ik van Marije een beschrijving van mijn stijl, en een aantal vestjes van Marktplaats die mijn kledingkast een stuk warmer gaan maken en links naar duurzame basic shirts met lange mouwen. Simpel, effectief en ineens voel ik me een stuk gelukkiger met mijn eigen kledingkast. Dat is precies wat Marije voor ogen heeft: mensen laten zien dat ze niet altijd heel veel (nieuwe) kleding nodig hebben.

Tweedehands kleding, duurzaam en eerlijk

Tweedehands kleding en duurzaamheid zijn voor Marije een belangrijk onderdeel van haar leven. Dat begon voor haar tijdens haar modeopleiding waar ze af en toe wat tweedehands kocht, maar kwam pas echt toen ze kinderen kreeg. “Ik ging me toen steeds meer in de kledingindustrie verdiepen. Ik leerde ook steeds meer over de impact die kleding heeft, hoeveel water er nodig is om een kledingstuk te maken en hoe de maatschappij mensen aanspoort om steeds meer te kopen. Dat ging me steeds meer tegenstaan”, legt Marije uit.

De productie is vaak iets wat door veel mensen vergeten wordt. “Katoen kost namelijk ontzettend veel water en er worden heel veel chemicaliën gebruikt. Hennep, bamboe en brandnetel zijn veel betere opties voor nieuwe kleding. Of bijvoorbeeld Tencel wat op een duurzame manier in een gesloten systeem wordt geproduceerd.”

Tweedehands is natuurlijk nog beter. En Marije is heel goed in het scoren van toffe tweedehands kledingstukken. Kijk maar naar haar Instagramaccount: een kleurrijke inspiratiebron vol tweedehands en vintage. “Ik ben vrij ver doorgeslagen in tweedehandskleding”, lacht ze. “Maar hoewel ik voornamelijk vegan eet, eet ik ook wel eens een ei en eet ik liever de kaas van het brood van mijn kinderen op dan dat ik de restje weggooi. Maar een t-shirt van H&M zou ik nooit kopen. De focus ligt voor mij gewoon heel erg op kleding. Maar met Kerst kocht ik bijvoorbeeld ook tweedehands en duurzame Kerstcadeaus.”

“Omdat ik zoveel tweedehands koop vind ik het moeilijk om de prijs van nieuwe producten in te schatten. En duurzame producten zijn dan natuurlijk nog duurder. Dat komt niet omdat het materiaal duurder is, maar omdat de hele keten op een eerlijkere manier verloopt. Iets wat ik erg belangrijk vind. Ik koop dan ook zoveel mogelijk lokaal en bij kleinere ondernemers en blijf weg bij de grote ketens.”

“Ik merk ook dat ik nu veel blijer word van iets nieuws. Als ik nu een duurzaam basic hemdje koop dan kan ik daar echt heel erg blij van worden. Blijer dan toen ik het nog gewoon bij de Hema kocht. Dat komt waarschijnlijk omdat ik het echt heel bewust uitkies.”

Recyclekid, offline naar online

Om haar liefde voor tweedehandskleding te delen begon Marije in eerste instantie haar winkel Recyclekid met tweedehandskleding voor kinderen. “Ik kwam vaak in tweedehandskledingzaken en ik vond dat dat leuker en frisser kon. Ik was na mijn baan in het museum ook toe aan iets nieuws en toen ben ik de winkel begonnen.”

Momenteel is ze op zoek naar een verkoper voor de winkel die het in dezelfde lijn wil en kan voortzetten. “Ik vond het ontzettend leuk om te doen, maar ik merk nu dat ik via mijn kanalen andere dingen wil doen. Ik wil mensen inspireren duurzamere kledingkeuzes te maken, maar ook een eigen stijl te vinden.” En dat combineren met een fysieke winkel is lastig.

Aan ideeën heeft ze geen gebrek. Nu host ze al challenges zoals printjes bij elkaar dragen, meer uit je kledingkast halen en je eigen stijl vinden. “Ik merk wel dat ik heel veel wil delen over waarom het belangrijk is om duurzame kleding te kopen, dus dat wil ik luchtiger maken zodat het meer mensen aanspreekt.”

Verder wil ze bij mensen op bezoek om meer uit hun eigen kledingkast te halen en mensen te inspireren anders naar kleding te kijken. Maar ze denkt ook aan het organiseren van workshops en kledingruilen.

Waardeer wat je hebt

“Ik wil mensen ook leren waarderen wat ze hebben. Echt een band met een kledingstuk opbouwen. Als je een jas hebt met een gaatje erin en je laat het maken, dan wordt het echt van jou.” Ze is dan ook niet bang om kledingstukken aan te passen en het zo te maken dat het helemaal bij haar past. “Ik vind dat je spullen niet te belangrijk moet maken, maar ik vind wel dat als je iets koopt, dat je er een verantwoordelijkheid voor hebt. Het is niet iets dat je weggooit en dat het zomaar weg is. Daar moet je je bewust van zijn.”

Minimalisme is leven met minder spullen. Maar het gaat verder dan dat. Je kunt minimalisme ook gebruiken als visie om je bedrijf te runnen. Dat is precies wat Kim Buining doet: op een minimalistische manier haar bedrijf runnen.

Een minimalistische manier van bedrijf runnen betekent in dit geval niet dat ze zich minimaal inzet voor haar bedrijf. In tegendeel. Ze zet zich juist volledig in voor haar klanten. Het minimalisme komt naar voren in haar aanpak: focus op wat belangrijk is en focus op wat je al hebt.

“Minimalisme is voor mij iets wat steeds belangrijker werd”, vertelt Kim. “Ik ben begonnen met mijn bedrijf toen ik in de bijstand zat. Ondanks dat ik niet veel geld had, kon ik altijd heel goed rondkomen.” Minimalisme begon voor haar in 2013 met kleding. “Ik kocht altijd heel veel kleding, omdat ik bang was dat ik niet goed genoeg was. Toen ben ik mezelf gaan uitdagen of ik meer rust kreeg als ik met minder ging leven. Dat hielp. Ik merkte snel dat ik niet meer elke ochtend het ‘wat trek ik aan’-dilemma had en daardoor veel meer rust kreeg.”

In die tijd startte Kim haar blog over mode. Ze begon met vintage mode en dat ontwikkelde zich tot een blog over duurzame mode. “Het ging zich steeds meer verweven met het minimalisme. Nadat ik mijn capsule wardrobe begon (red. een kledingcollectie met een beperkt aantal items die goed te combineren zijn), ben ik gaan kijken op welke aspecten van mijn leven ik minimalisme nog meer kon toepassen.”

Minimalisme en energie

“Alles is energie en alles wat een plek inneemt vraagt ook energie”, legt Kim uit. “Als ik minder spullen om me heen heb, dan heb ik meer rust. Dat is ook het uitgangspunt van mijn bedrijf geweest: ik heb niet zoveel nodig. Ik zie bij veel ondernemers dat ze denken dat ze heel veel nodig hebben voor ze kunnen starten. Ik vind het bijvoorbeeld ook echt belangrijk om contact te hebben met mensen. Leuk dat je veel volgers hebt, maar je hebt veel meer aan tien mensen die je ook echt kent en die jou vertrouwen.”

Minimalisme is dus niet meer alleen iets wat Kim in haar huis toepast, het is een filosofie geworden die ze gebruikt in haar leven en in haar bedrijf. “Ik zie dat heel veel mensen zich richten op meer meer meer. Meer geld. Meer klanten. Meer volgers. Maar wat ga je doen als je meer geld hebt? Waarom wil je meer geld hebben? Wat is het doel erachter? Een hoog omzetdoel is niet altijd nodig, maar een goed doel wel. Waarom wil je een bepaald omzetdoel halen? Wat kun je dan bereiken wat je anders niet kunt?”

“Om goed te kunnen ondernemen moet je ook heel erg naar jezelf kijken en bepaalde dingen van jezelf achterlaten. Ondernemen gaat niet alleen over het groeien van je bedrijf, maar ook over het groeien van jou als persoon.”

Sinds maart 2019 woont Kim in Amerika, daarvoor woonde ze in Engeland. Niet alleen was minimalisme makkelijk tijdens de verhuizing, de mentaliteit in Amerika over ondernemen vindt ze ook heel prettig. “Als je in Nederland zegt dat je geen klanten hebt, of dat het even moeilijk gaat, denken mensen heel snel dat er iets mis is en willen ze juist niet bij je kopen. Terwijl in Amerika mensen elkaar veel meer steunen. Ik heb mensen gesproken die in een auto wonen en zeggen: ik kom er wel. Dat is echt heel anders dan in Nederland.”

Loslaten van het negatieve en focus op het positieve

Het is belangrijk om dingen los te laten, ook negatieve gedachten. “Dat heb ik door minimalisme geleerd. Ik heb bijvoorbeeld mijn dagboeken uit mijn pubertijd verbrand, die negativiteit hoef ik nu als volwassene echt niet meer met me mee te dragen. Als volwassene kan en mag je kiezen om die dingen los te laten en dat gaat ervoor zorgen dat je gaat groeien in je bedrijf. Minimalisme draait om datgene energie te geven wat je verder gaat helpen.”

“Wat ik zie is dat mensen het vaak veel te moeilijk maken. Dat ze hun hele hoofd vol stress hebben omdat ze alles tegelijk willen doen. Maar daar gaat het niet om, je moet beginnen en dan steeds verbeteren. Mijn website en video’s zijn ook niet perfect, maar dat boeit me niet. Ik heb klanten en die klanten vinden het juist fijn dat niet alles perfect is. Dat hoeft ook niet.”

“Mensen moeten het idee loslaten dat ze alleen maar perfect kunnen en mogen zijn als ze er keihard voor gewerkt hebben. Dat is niet zo, je hebt het nu al verdiend. Je mag alles krijgen wat je wilt. Het gaat er om dat je elke dag een stap in die richting blijft zetten, zonder jezelf over de kop te werken.”

Kim had eerder ook een YouTube kanaal over minimalisme.

Bh’s die niet alleen goed zijn voor het milieu, die maar ook nog eens lekker zitten. Is het mogelijk? Ja, zegt Eva van Schijndel die de laatste hand legt aan de samples van haar eerste duurzame bh-lijn onder de naam Savara.

Van frustratie naar topidee

“Toen ik afgestudeerd was aan de master Financial Economics, ging ik direct aan de slag. Ik had gelijk mijn droombaan te pakken, dacht ik. Want toen ik begon dacht ik ook echt dat dit dé baan voor mij was”, vertelt Eva. “Maar na een aantal maanden dacht ik: waar zijn we helemaal mee bezig met z’n allen? Dus ben ik daar al heel snel gestopt. Daarna ben ik gaan kijken wat ik dan wel wilde. Ik kwam al heel snel uit op iets doen waar de wereld beter van wordt.”

Maar waarom dan bh’s? Met een achtergrond in financiën had ze geen achtergrond in mode en nam ze eerst naailessen om aan de slag te kunnen gaan met haar idee. “Ik hield heel erg van bh’s kopen, maar ik merkte dat ze al na twee weken niet lekker meer zaten. De voorgevormde cup stond ineens van de borst af, de bh zat ineens te strak, of de beugel prikte door de stof heen. Dus ik dacht: als ik daar last van heb, dan zijn er vast meer mensen die daar last van hebben.”

Voor vrouwen is het normaal dat het gewicht door de maand fluctueert, en daardoor dus ook de borstomvang. Dat kan te maken hebben met licht gewicht af- en toename door de maand heen, maar ook met hormonen. Voorgevormde bh’s en bh’s met een beugel zitten dan al snel niet lekker meer. “Na de eerste paar missers, heb ik er nu een gemaakt die fantastisch zit”, vertelt Eva. “Ik heb ze getest tot en met een E-cup. Samen met vriendinnen heb ik gekeken waar de bh goed zit en waar ik hem kan verbeteren. Nu heb een model dat bij alle vormen goed zit, mooi aansluit en voldoende ondersteuning biedt.”

Hout zonder verlies van bomen

De bh’s worden gemaakt van TENCEL een stof gemaakt van eucalyptushoutsnippers. Bomen dus. Hoe duurzaam is het dan écht als er bomen gebruikt worden voor het maken van de bh’s?

Eva moet lachen. “Dat vroeg ik me dus ook af toen ik hier van hoorde. TENCEL is niet alleen een stof, het is ook tegelijkertijd een keurmerk. Als een stof zo heet dan mag je er vanuit gaan dat het op een duurzame manier gemaakt is. De bomen worden namelijk speciaal geplant om stof van te maken. Het is dus niet zo dat ze bomen uit de natuur kappen. Voor elke boom die ze kappen, wordt een nieuwe boom geplant in speciale duurzame plantages. Zo neemt de netto-hoeveelheid bomen niet af.”

Naast TENCEL wordt er ook kant gebruikt, iets wat moeilijk duurzaam te verkrijgen is. “Verder kopen we reststukken kant in”, zegt Eva. “Ik heb gekeken naar duurzaam kant, maar dat is er bijna niet. Wat je ziet is dat fabrieken vaak teveel kant inkopen en het dan weggooien, hartstikke zonde natuurlijk! Dat koop ik in om het zo toch duurzaam te maken.”

Duurzame productie

Nu Eva haar eerste sample klaar heeft en de stof gekozen is, is ze nog opzoek naar de juiste fabriek om de eerste lijn te maken. “Dat blijkt nog lastiger dan ik dacht. Veel grotere fabrieken kunnen de lijn pas van 500-1000 stuks maken, maar dat is te veel. Niet alleen is het een grote investering vooraf, ik moet eerst nog testen welke lijn het beste werkt. Daarnaast werk ik met reststoffen die maar beperkt beschikbaar zijn kunnen er van een bepaald type maar een beperkt aantal stuks gemaakt worden.”

“Ik heb nu een kleiner familiebedrijf gevonden in Slovenië . Die hebben niet de juiste certificaten, maar werken wel op de juiste manier. Ik ga daar binnenkort kijken of de fabriek op de duurzame manier werken die ik zoek. Zo kan ik toch kan starten en een duurzame productie waarborgen.”

Tijdens dat bezoek kijkt Eva onder andere naar de omstandigheden van de werknemers, de hoeveelheid pauze, of ze naar de wc kunnen, of ze verzekerdheid zijn en of ze geen gebruik maakt van kinderarbeid. Daarnaast kijkt ze ook of er geen chemicaliën worden gebruikt en wat er gedaan wordt met restjes.

“Helaas ontkom ik er niet aan om de productie in een land te doen waar de leefkosten lager liggen. Zo houd ik de bh’s betaalbaar. Het is dus ook niet te vermijden dat er CO2 uitstoot plaatsvindt voor transport naar Nederland, maar ook naar de klanten die een bh gekocht hebben. Daarom doneer ik voor elke verkochte bh geld voor het planten van bomen ter compensatie.”

Circulaire bh’s

Omdat de bh’s van natuurlijke stof gemaakt zijn, zijn ze de stof gemakkelijk te recyclen. “Hoe dat precies in zijn werk gaat weet ik nog niet, dat moet ik nog verder uitzoeken”, zegt Eva. “Maar de hardware, dus het metaal, is wel herbruikbaar. Het idee wat er nu ligt, is dat mensen hun oude Savara-bh terugsturen op onze kosten en dat ze dan korting krijgen op hun volgende bestelling.”

ASN Bank Wereldprijs 2019

In 2019 dit jaar was Savara genomineerd voor de ASN Bank Wereldprijs 2019. “Dat heeft zeker wel wat meer naamsbekendheid opgeleverd. En ze hebben me gekoppeld aan de winnaar van 2016, die kon ik een uur lang alles vragen. Dat heeft echt heel erg geholpen! Daarnaast was het gewoon een goede validatie voor het idee en dat ze er echt wat in zagen”, vertelt Eva. “Ik ben helaas niet door naar de volgende ronde, het idee had nog wat meer werk nodig vergeleken met de andere deelnemers. Maar ik kan volgend jaar weer meedoen.”

“Daarnaast heb ik dankzij de nominatie ook contact met een webshop gekregen die waarschijnlijk mijn bh’s wil verkopen, dus het heeft genoeg goede dingen opgeleverd en ik ben nog steeds hele blij met de nominatie.”

She got this

Bij een mooi product hoort natuurlijk een goed verhaal. Dus Eva wil niet alleen focussen op het duurzame aspect van de bh’s, maar ook op empowerment. Daarom gaat ze de lijn lanceren met de campagne #SheGotThis. “We gaan krachtige vrouwen, die ook model voor ons staan, aan het woord laten over hun verhaal op een pure en echte manier.”

“Als merk ga je dingen uitstralen naar de wereld en ik heb een hele bewuste keus gemaakt om daar een sterke boodschap van te maken. Ik wil juist niet voor het perfecte plaatje gaan zoals veel merken dat wel doen. Nu zie je vaak dat de boodschap is dat als je bepaalde kleding draagt dat je mooi en goed bent. Of dat je in bepaalde situaties pas succesvol bent. En ik merkte om me heen dat vriendinnen en andere mensen juist heel erg worstelen met die boodschap. Want als iedereen hetzelfde doet en niemand echt gelukkig is, dan moet je dat doorbreken.” En dat is precies wat Eva met Savara gaat doen.

“Maar ik vind het wel spannend. Ik heb natuurlijk geen idee hoe het precies gaat uitpakken en wat er allemaal uit gaat komen. Maar dat maakt het ook wel weer leuk.”

Inmiddels heeft Eva besloten de eerst lijn bh’s zelf te produceren en is de eerste productie in de voorverkoop gegaan.

Een kaart die hotelgasten kunnen scannen met hun mobiel en daardoor alle informatie direct op hun mobiel krijgen. “Het lijkt zo simpel dat we ons eigenlijk verbazen dat het er nog niet was”, lacht Diente Jacobs van Our Mapp. En die kaarten zijn is dus precies wat Diente en haar bedrijfspartner Shirley Nijman met Our Mapp maken.

“Shirley en ik zijn met een illustrator om tafel gegaan om mooie kaarten van Amsterdam en Rotterdam te maken”, vertelt Diente. “Daar hebben we allerlei bezienswaardigheden op getekend. Die kaart kunnen hotels dan in hun lobby hangen.” Het idee is dat de kaart, die de bedenkers een Mapp noemen, de folderbak in hotellobby’s vervangt. “Die bakken met folders zijn eigenlijk heel erg achterhaald. Als prijzen, locatie, informatie of data wijzigen moet je als bedrijf weer een heleboel nieuwe folders printen en die langsbrengen bij de hotels. De rest verdwijnt dan in de papierbak, of nog erger; op straat. En ook: hotels doen erg hun best om de lobby zo mooi mogelijk in te richten zodat de klant een optimale ervaring krijgt. Zo’n folderbak hoort daar helemaal niet bij en verdwijnt vaak achter een plant of in een hoekje.”

“Onze Mapps zijn compleet aan te passen naar de wensen van het hotel”, legt Diente uit. Van de kleur en stijl tot de bezienswaardigheden. Elk hotel kan custom made items toevoegen, denk aan tickets maar ook bepaalde informatie is te delen via de Mapp. Bijvoorbeeld tips van de front desk medewerkers, ieder kan zijn of haar favoriete restaurant benoemen of andere tips mee geven aan de gasten. Zo wordt het een verlengstuk van hotel-receptie-naar gasten. Zelfs de kleuren kunnen aangepast worden. “Daardoor passen de Mapps helemaal bij de lobby van een hotel.”

Duurzame bonusnormen

In 2019 werd er (ten tijde van schrijven) al 462 miljoen ton papier geproduceerd en dat blijft met de seconde groeien. “Nou lijkt de impact van het vervangen van de folders niet zo groot, maar als elk hotel zou overstappen naar onze Mapp, dan zou dat heel veel papier schelen. Nu belanden de folders vaak op straat of in de bak. Hartstikke zonde van het papier!”, aldus Diente.

Amsterdam en Rotterdam stonden ooit op plek 4 en 5 in de sustainable city index. Tegenwoordig staan ze op plek 11 en 19. Er is dus zeker nog winst te behalen. “Er is een verduurzaming bezig in de hotelbranche. Steeds meer zie je dat hotels zich laten certificeren als duurzaam en op zoek zijn naar nieuwe duurzame en innovatieve ideeën. Die certificering gaat aan de hand van een puntensysteem en met onze Mapp krijgen hotels vier bonuspunten. Daarnaast is het ook iets wat de gasten graag willen. De Mapp zorgt voor interactie met de gasten omdat hij de aandacht trekt.”

“Het mooie aan onze Mapp is ook dat we voorrang geven aan duurzame en kleinere initiatieven. Zo wordt het makkelijker om de toeristen andere plekken van de stad te laten ervaren, niet alleen de toeristische gedeelten. Dat is ook weer goed nieuws voor de kleinere ondernemers.”

Op die manier kun je mensen ook sturen zonder dat ze het doorhebben. “Want als de prijs en de beleving niet uitmaakt, waarom zou je dan niet de duurzamere optie kiezen? Tegelijkertijd is het voor gemeenten ook heel fijn dat toeristen zich meer door de stad verspreiden.”

Om die duurzaamheid aan te moedigen heeft Diente nog meer goede ideeën. “We zijn aan het experimenteren met het opzetten van een puntensysteem. Als de gasten duurzame plekken bezoeken kunnen ze daarmee punten sparen. Deze kunnen ze dan weer gebruiken voor andere dingen, bijvoorbeeld in de vorm van kortingen.” Duurzaamheid is niet meer weg te denken uit de huidige maatschappij. “Die keuzes willen wij makkelijker maken voor hotelgasten”, zegt Diente.

Tracken en inspelen op behoeften

Met de folders is het voor hotels veel giswerk: waar gaan hun gasten heen? Wat willen ze zien? Door middel van de Mapp wordt het heel gemakkelijk om te zien wat de gasten interessant vinden, waar ze naar kijken en welke toegangskaarten en tickets ze kopen via de Mapp. “Voor hotels is dat goed nieuws, het geeft hen de mogelijkheid om bepaalde acties en kortingen af te spreken met de bezienswaardigheden en andere plekken op de Mapp. Als een hotel ziet dat veel van hun gasten naar, bijvoorbeeld, het van Gogh Museum gaan, dan kunnen ze die benaderen en daar een speciale actie mee doen. Het wordt zo veel makkelijker om echt in te spelen op de behoefte van de gasten.”

Pilot en testen

Het belangrijkste natuurlijk is dat de Mapp ook echt uitnodigt om te scannen en dat alles werkt. “We zijn nu een maand echt fulltime bezig en hebben net een pilot gedaan zodat we de Mapp nog konden aanpassen en de techniek konden verbeteren. Dat is allemaal goed gegaan en we zijn nu in gesprek met vijftien hotels om voor hun Mapp te maken”, vertelt Diente. “Er is zelfs een hotel met een tragere lift. Die wil dus een Mapp in de lift hangen én op elke verdieping. Zo gebruik je de wachttijd van de gasten goed.”

De Mapps zijn niet alleen geschikt voor hotels. Je kunt de interactieve Mapp ook op events of binnen de gemeente gebruiken. Daardoor zijn ze voor heel veel verschillende partijen interessant.

Momenteel zijn de eerste Mapps besteld. “We wachten nog op een paar aanpassingen en dan hopen we dat binnenkort de eerste Mapps in de hotels hangen”, zegt Diente. “We beginnen met Amsterdam en Rotterdam, maar ik kan niet wachten om dit ook voor andere steden in Nederland te doen. En daarna voor de rest van de wereld.”