Normaal maakt Vanhulley boxershorts van oude overhemden en rest textiel. Nu is het een bruisende hub van tijdelijke vrijwilligers die mondkapjes en schorten maken voor de industrieën, die daar door Corona crisis een nijpend tekort aan hebben.

“Ik wilde al direct mondkapjes gaan maken”, zegt Jolijn Creutzberg oprichtster van Vanhulley, een werkervaringsplek is voor vrouwen met een afstand tot de arbeidsmarkt. “Maar het bleek dat het best lastig is om goede mondkapjes te maken voor de zorg. Dat zou alleen maar voor schijnzekerheid zorgen.”

In eerste instantie bleef het naaiatelier dicht na de aankondiging van de maatregelen van het kabinet, het maken van de boxershorts lag stil en ook de mondkapjes werden niet gemaakt. “Voor veel van onze vrouwen is het een beangstigende tijd. Ze vinden het heel spannend om de deur uit te gaan. Al merken we nu wel, dat nu het wat langer duurt ze zich wat veiliger gaan voelen en vaak als ze een ochtend geweest zijn ze weer terugkomen om weer te helpen.”

Een paar weken geleden begon Vanhulley toch met het maken van mondkapjes. “Ik werd benaderd al snel door andere industrieën benaderd die nu een te kort hebben aan mondkapjes. Alle beschikbare mondkapjes gaan nu naar de zorg”, legt Jolijn uit. “Daarom zijn we toch begonnen met het maken ervan.”

Dat doen ze met een heleboel vrijwilligers die in dagdelen komen werken. “Veel mensen zeggen: we zitten anders toch thuis en nu kunnen we wat bijdragen. Het atelier is groot genoeg waardoor we gemakkelijk die anderhalve meter afstand kunnen bewaren en lunchen doen we in shifts”, zegt Jolijn.

De bijdrage van de vrijwilligers is tweevoudig. Aan de ene kant zorgen ze er samen voor dat er voor iedereen genoeg mondkapjes zijn, en aan de andere kant zorgen de vrijwilligers er voor dat Vanhulley financieel overeind blijft door mee te helpen aan de orders die binnenkomen. “We hebben vorig jaar geen goed jaar gehad. We zijn begonnen met een B2B lijn en dat kost tijd om op te zetten”, zegt Jolijn. “Dit jaar begon onze B2B lijn echt goed te lopen en we hadden in maart een fantastische maand. Dus we dachten: als we nu het tweede kwartaal hard gaan knallen, dan hebben we wat meer spek op onze botten. En toen kwam Corona.”

Schorten maken voor de zorg

Naast het maken van de mondkapjes heeft Vanhulley nu ook andere orders die zorgen dat de inkomsten blijven binnenkomen. Bijvoorbeeld een order van het UMCG. “We vervangen de elastieken van de mondkapjes die ze hebben. De elastieken van mondkapjes die ze hebben gekregen uit China laten snel los.”

Daarnaast maakt Vanhulley in samenwerking met andere Nederlandse naaiateliers beschermende schorten. “Er is een nijpend te kort aan deze schorten. Voor het maken van de schorten zijn veel minder vereisten qua hygiëne in vergelijking met de mondkapjes. Maar het gaat wel om grote aantallen.”

Op dit moment is Vanhulley voornamelijk bezig met het maken van mondkapjes en maken ze helemaal geen boxers meer. Alles is gefocust op het ondersteunen van de bedrijven die daar behoefte aan hebben tijdens Corona.

Dankbaarheid

Ondanks dat Corona geen fijne situatie is, is Jolijn dankbaar en optimistisch. “Het is goed om te zien dat we zo’n hoge productiecapaciteit aankunnen en dat er zoveel mensen komen helpen.”

Ondanks dat we door social distancing niet bij elkaar op bezoek kunnen komen, heeft Jolijn wel het gevoel dat mensen dichter bij elkaar komen. “Ik vind het heel gaaf om te zien dat er toch zoveel mensen betrokken zijn en willen komen helpen. Dat geeft echt een heel goed gevoel, dat mensen het zo fijn vinden wat je opgezet hebt”, zegt Jolijn. “Ik heb zelf leren leven met het idee dat ik niet weet of Vanhulley volgend jaar nog bestaat. En dat geeft een soort rust. Ik kan daardoor heel erg genieten van wat ik nu in het atelier zie. Dat had ik echt nooit willen missen. Wat er ook gebeurt, ik heb dit wel meegemaakt. Het geeft echt een boost om te zien hoe betrokken iedereen is bij iets wat je hebt opgebouwd.”

Ook meehelpen als vrijwilliger bij Vanhulley. Je kunt je hier opgegeven.

Stel je voor, je opent ’s ochtends je gordijn en in plaats van een een zwart dak, zie je een mooi groen dak? Dat gevoel willen Eelko Sieval en Coen Visser van TOPGROEN voor elkaar krijgen. “We willen het zo makkelijk mogelijk maken voor mensen om een groen dak zelf te leggen”, zegt Coen.

Het idee voor het platform TOPGROEN is ontstaan toen Eelko en Coen samen op reis in India waren, waar ze samen vrijwilligerswerk doen. Beiden hebben ze andere bedrijven, waaronder een in de bouw (Coen) en in de software (Eelko), maar samen een bedrijf beginnen stond nog op de wishlist. “TOPGROEN is ook echt missie een gedreven bedrijf”, zegt Coen. “We willen binnen 10 jaar 1 miljoen vierkante meter groene daken leggen. We zijn geen klimaatridders, maar vinden wel dat er wat moet gebeuren. Daarom willen we het groen en de natuur weer terug naar de stad halen.”

Daarnaast is het een leggen van een groen dak een makkelijke en langdurige investering die mensen snel een goed gevoel geeft. Het ziet er niet alleen leuk uit, maar het speelt ook in op de behoefte van mensen om iets goed te doen voor de wereld en het klimaat.

Stel je eigen groene dak samen in de webshop – groene daken makkelijker maken

“We zagen dat groene daken heel erg in opkomst zijn, maar dat het een hele behoudende en offline markt is”, legt Coen. “Het zijn veelal hoveniers die bij de mensen thuiskomen. Wij wilden het makkelijker maken. Via onze webshop kunnen mensen zelf hun dak samenstellen en bestellen. Wij denken daarbij aan alles, zodat de mensen dat niet hoeven doen. Ze krijgen dan van ons een compleet pakket. We hebben zelfs een handige animatie gemaakt zodat mensen zien hoe makkelijk het is een dak zelf te leggen.”

Coen en Eelko kozen voor een online platform omdat ze het voor iedereen toegankelijk wilde maken. “We garanderen levering in heel Nederland en hebben ook de optie om het dak te installeren als de klant het liever niet zelf doet. Daarom hebben we ook afspraken gemaakt met verschillende locale partijen.”

Inmiddels hebben ze duizenden vierkante meters gelegd en geen dak is ze te klein of te groot. Of het nu op een schuurtje gaat, of een groter dak: zolang het maar plat is maken ze het groen. “Veel wijken doen het ook samen”, zegt Coen. “We hebben nu een opdracht lopen van een wijk waarbij we bij 43 woning een groen dak gaan leggen.”

En dat maken ze makkelijker: TOPGROEN vraagt namelijk ook de subsidie aan. “Er zijn een aantal gemeentes die subsidie hiervoor geven. Wij verrekenen die al van te voren met de klant en vragen dan de subsidie zelf voor ze aan. Het scheelt nog al, of je bijvoorbeeld 2000 euro moet neerleggen waar je dan misschien de helft van terugkrijgt, of dat je gewoon 1000 euro kan neerleggen voor je dak en de subsidie verrekend is.”

Een groen dak verlengt de levensduur van je dak

Geen dak is ze te gek dus, er is alleen 1 voorwaarde: je dakbedekking en de constructie moet wel goed zijn. “Want als je lekkage onder je een groen dak krijgt, ben je verder van huis en dan moet je ook je groene dak er afhalen.”

Is je dak goed, dan heeft een groen dak alleen maar voordelen. Het verlengt de levensduur van je platte dak aanzienlijk omdat je dak niet beschadigt door UV-straling. “Een plat dak gaat ongeveer 20-25 jaar mee”, zegt Coen. “Tot de helft van de levensduur is het nog prima om er een groen dak op te leggen. Ligt het dak al 20 jaar, dan zou ik het niet meer doen. Het verlengt de levensduur van een dak, maar het is geen wondermiddel.”

Heel Europa groen maken

Maar TopGroen wil niet alleen Nederland groener maken, ze hebben plannen om uit te breiden naar heel Europa. Te beginnen met Duitsland. “Dat willen we dit jaar nog gaan doen. We zijn nu bezig de website te verbeteren en als dat staat, willen we hem in het Duits vertalen.”

Ook in Duitsland willen ze het op dezelfde manier aanpakken: een platform waar mensen hun eigen daken samen kunnen stellen. “De kweker die we gebruiken hiervoor zit hier in de provincie Utrecht en is de grootste kweker in Europa. Zij hebben ook een vestiging in Duitsland, dus dat is perfect”, zegt Coen. “Het dak wordt dan gewoon, net als hier in Nederland, met een bus of vrachtwagen aan huis geleverd.”

“We willen heel Europa groener maken, maar daar hoeft het niet per se te stoppen. Dat is het mooie van online, dat is schaalbaar en het zit niet vast aan ons als personen.”

Een ding is dus duidelijk: dit is nog maar het begin van de groene daken. Hun motto is dan ook niet voor niets: Make Holland Green Again!

Minder klimaatimpact maken met blijvende bloemen. Het is de basis van Ellyne Bierman’s bedrijf Reflower. “Met Reflower bied ik mensen een duurzamere levensstijl met bloemen.”

Het idee is heel simpel: Reflower is een duurzame bloemenbieb waar je bloemen kunt huren. Je betaalt maandelijks 20 euro voor de huur van een boeket en als je een ‘andere’ vaas met nieuwe bloemen wil, betaal je 15 euro per wissel. Daarna maakt Ellyne de bloemen en de vaas helemaal schoon en kunnen ze weer naar een andere klant. “Het is dus eigenlijk net zoiets als en een Netflix abonnement, maar dan met bloemen.”

“Reflower is de Netflix voor bloemen, altijd mooie blijvende bloemen op tafel en als je erop uitgekeken bent, krijg je een andere bos

Van bloemenboog naar duurzaam concept

Een leuk, nieuw idee, maar met een achtergrond in marketing en bedrijfskunde had Ellyne geen achtergrond in de bloemenwereld. “We gingen trouwen en we hadden een bloemenboog met verse bloemen in de tuin. Heel mooi, maar na een dag gebruik je hem niet meer”, vertelt Ellyne. “Dat is niet alleen heel kostbaar, maar ook zonde dat je hem zo snel weer weggooit.” Daarom dacht Ellyne: wat als ik zoiets zo kunnen maken van kunstbloemen om te verhuren?

Dat is ze gaan maken. “Toen kwam ik er al snel achter dat blijvende bloemen heel erg duur zijn. Er zitten een paar winkels hier in Amsterdam die hele mooie bloemen verkopen, maar dan ben je al snel 200-300 euro kwijt voor een bos met bloemen. Dan heb je diezelfde bos bloemen het hele jaar op tafel staan.”

“Ik kwam er ook achter dat de consumenten vaak geen blijvende bloemen kopen omdat ze niet goed weten hoe ze zelf een mooi boeket maken, en dat ze het saai vinden omdat het steeds dezelfde bos is. Met deze duurzame bloemen neem je niet alleen die bezwaren weg, maar ook een heel stuk van de klimaatimpact vergeleken met verse bloemen. Verse bloemen worden de hele wereld overgevlogen en worden gekweekt in kassen, dat zorgt voor veel CO2 uitstoot.”

Reduce, re-use, recycle, reflower

“Voor mijn bedrijf hou ik me heel erg aan reduce, re-use, recycle en reflower”, zegt Ellyne. Dat houdt in dat ze met haar bloemenbieb de uitstoot van CO2 wil verminderen , doordat de klanten minder verse bloemen en verpakkingen weggooien. Dat geldt niet alleen voor de bloemen maar ook voor de vazen. “Veel van mijn vazen zijn tweedehands, ingekocht via reliving.nl, vazen met een mooie verhaal zoals Return to Sender of ze zijn gemaakt van gerecyclede materialen.”

Zelfs als de bloemen die niet mooi genoeg meer zijn voor verhuur worden niet weggegooid. “De bloemen gaan ongeveer vijf jaar mee, maar soms hebben ze ergens gestaan waarna ik ze niet meer goed schoon krijg. Dan zijn ze nog steeds mooi, maar niet voor de verhuur. Dan breng ik ze met mijn Reflower Power Programma naar een bejaarden- of verzorgingstehuis. Degene die de bloemen gaat brengen, krijgt iets lekkers mee en kan dan een praatje maken met de mensen die de bloemen ontvangen. Win-win toch?”

Aannames testen en aanpassen

Voordat ze begon had Ellyne een aantal aannames over hoe ze dacht dat haar bloemenbieb eruit zou zien. “Ik had bedacht dat mensen een abonnement konden afsluiten en dan kregen ze daar elke maand nieuwe bloemen voor. Daar ben ik heel snel vanaf gestapt”, zegt Ellyne. “Er zijn mensen die de bloemen langer willen laten staan, of nu met de Corona crisis is wisselen gewoon geen optie is. Dit is voor mensen veel duidelijker: een basis prijs en een prijs voor elke wissel. Soms moet je ergens beginnen en het maar gewoon doen.”

Een andere aanname was dat ze dacht, de bloemen moeten in de keramieken vaas staan, omdat je in een glazen vaas ziet dat er geen water instaat. Dat klopt, maar keramieken vazen zijn lastiger in te kopen en veel bepalender voor de uitstraling van een boeket. “Ik vind het zelf heel leuk zo’n oude, of zo’n Delfts Blauwe vaas, maar smaken verschillen. En ik merkte dat goede vazen moeilijk te vinden zijn, bijvoorbeeld in de kringloopwinkel. En sommigen willen de vaas nu liever houden omdat ze juist waarde hechtten aan die ene mooie vaas. Voor de zakelijke klanten maakt het wat minder uit, die vinden heel veel dingen leuk als het er maar mooi uit ziet.”

De nieuwe economie: product as a service

Reflower is een stap in de richting van de nieuwe circulaire economie: Product as a Service. Amsterdam is bezig met een verschuiving naar het Smart City model waarbij bewoners steeds meer producten kunnen lenen en delen ipv kopen. “Binnen het PAAS-model zijn verschillende categorieën, voor huishoudelijke taken kan je wasmachine huren ( die wordt beter gemaakt door de fabrikant omdat hij er baat bij heeft als de wasmachine zo lang mogelijk meegaat) binnen vervoer kan je gebruik maken van Greenwheels, kleding kan je in Amsterdam lenen bij de Fashion Library Lena.”

Ellyne hoopt dat de bloemen voor veel mensen een stap in de goede richting naar een duurzame levensstijl zal zijn. “Als je elke dag die bloemen ziet staan dan ga je vanzelf denken: wat kan ik nog meer doen om het klimaat positief te beïnvloeden. Omdat ik bij de mensen thuis kom, kan ik dat gesprek ook aangaan en mensen meer tips geven. Dat vind ik echt heel leuk.”

Een ding is duidelijk voor Ellyne dit is nog maar het begin. “Ik richt me nu als eerste vooral op Amsterdam, zodat dat goed staat. Maar ik wil zo snel mogelijk, het liefst dit jaar, kunnen uitbreiden om mijn duurzame bloemen ook in andere steden aan te bieden.”

Duurzaamheid vindt Carl Drenth een rot woord, maar het omschrijft wel het beste wat hij bedoelt: een goede balans tussen people, planet, profit en pleasure. “Zoals Johan Cruijff zei: Het goede doel is niet je eigen doel. Daar ben ik heilig van overtuigd. Daar wil ik een belangrijke rol in hebben”, zegt Carl.

Accountant kantoor Alfa is 75 jaar geleden ontstaan vanuit het verzet. “Van oudsher waren we er echt voor de boeren. We hebben het nooit voor ogen gehad om te gaan voor maximale winst. Dat zit gewoon niet in onze organisatie”, zegt Carl. “We gaan echt voor duurzame relaties met klanten, medewerkers een maatschappij. Sommige van onze klanten zijn al 50 jaar klant. En onze medewerkers krijgen de kans om zich ruim te ontwikkelen. Doen we dat niet, dan zijn ze snel weg.”

Medewerkersparticipatie en samen het gesprek aan gaan

Ongeveer twintig jaar geleden verkocht Alfa het bedrijf aan de medewerkers. “Door medewerkersparticipatie profiteer je als medewerker als het bedrijf goed loopt. Alle medewerkers hebben nu de mogelijkheid om aandelen in het bedrijf te kopen en van de 1000 die er werken hebben ook ruim 600 dat gedaan”, zegt Carl.

Daarnaast is het binnen Alfa ook belangrijk dat iedereen zich blijft ontwikkelen. “Iedereen is bij ons verplicht om educatiepunten te halen. Zo zorgen we ervoor dat onze mensen zich constant blijven ontwikkelen. Daarnaast hebben we ook de functioneringsgesprekken anders ingericht. We noemen ze nu V3 gesprekken. Die gaan over wat wil je Versterken, wat wil je Veranderen en hoe wil je Vooruit. Dat geeft net even een andere insteek die meer gericht is op groei van de mens.”

Interne bewustwording is ook een onderdeel van de cultuur binnen Alfa. “We willen dat iedereen weet wat maatschappelijk relevant ondernemen is. En dat ze daar ook het gesprek met onze klanten mee aan kunnen gaan. Ik zou het heel mooi vinden als wij als Alfa daarop kunnen rapporteren voor onze klanten. Dus niet alleen over financiële cijfers, maar ook over impact cijfers. Om op die manier in kaart te brengen wat het onderscheidend vermogen van onze klanten is. ”

Om dat voor elkaar te krijgen investeert Alfa ook in gastsprekers en geeft Carl zelf zoveel mogelijk het goede voorbeeld. “Ik doe zelf bijvoorbeeld vrijwilligerswerk bij ZOA. Ik ben echt van mening dat je aandacht voor de mens moet hebben en goed moeten kijken hoe we met de planeet om gaan.”

Het gesprek aangaan met klanten

De volgende stap is het bewustzijn vergroten bij de klanten. “Met de kennis die onze medewerkers hebben, kunnen ze het gesprek aangaan met klanten. En dan niet alleen laten zien hoe het beter kan, maar juist ook laten zien hoe goed onze klanten al bezig zijn”, zegt Carl.

“Een van onze klanten is een veeboer en heeft net een stal voor 400 koeien gebouwd. Die voldoet aan alle milieuregels, de dieren hebben daar een prachtig leven met veel ruimte en vrije uitloopt. Daarnaast heeft hij twintig man in vaste dienst. De mensen kunnen opleidingen doen en de Arbo omstandigheden zijn goed. Maar zodra je begint over duurzaamheid, daar gruwelen de boeren van. Ik wil ze daarom juist laten zien hoe goed ze al bezig zijn. Daar gaat het om.”

“Ik heb de eerste keer de boeren op het Malieveld ook gesponsord”, zegt Carl. “Ik begreep hun heel goed. De manier waarop zij werken en de manier waarop zij hun geld verdienen is ontstaan vanuit de maatschappij en de vraag naar producten. Maar nu moet je wel kijken naar een vervolg stap. Als 17 miljoen mensen vinden dat er iets moet veranderen, dan moet je kijken wat dat voor jou als bedrijf betekent en hoe je daarin mee kan gaan. Heel veel doen de boeren namelijk al. Die impact in beeld brengen dat is echt een uitdaging.”

De nieuwe economie

Hoewel Alfa ondertussen ook veel sociale ondernemers als klant heeft, willen ze juist ook de traditionele bedrijven helpen om de transitie te maken naar de nieuwe economie. “Het activistische vingertje werkt niet bij deze bedrijven”, meent Carl. “Je moet ze laten zien hoe goed ze al bezig zijn en dan helpen om dat nog beter neer te zetten. Als kledingzaak moet het bijvoorbeeld niet zo zijn dat je niet weet waar je kleding vandaan komt. Dat is waarschijnlijk sowieso geen goede match als klant van Alfa.”

“Ten tweede willen we onze klanten 100% inzicht gegeven in hun eigen impact. Nu rapporteren we op basis van cijfers, maar we willen het gesprek op een andere manier aangaan. Je kan je afvragen of je dat als accountant wil doen, en dat is best een subjectief gebied, maar ik geloof er heilig in dat het kan.”

Op dit moment heeft Alfa een pilot lopen met een aantal kanten waarin ze rapporteren hoeveel impact er nou daadwerkelijk gemaakt wordt. “Daar zijn we ook speciale producten voor aan het ontwikkelen.”, zegt Carl. “Wat je wil is dat het uiteindelijk niet alleen meer over profit gaat.”

Daarnaast is verbinding ook een belangrijk element voor Alfa. De sociale ondernemers aan de traditionele bedrijven verbinden en laten zien wat er allemaal mogelijk is. “Ik zie daar voor mezelf een rol in, want ik vind het leuk om mensen te verbinden. Niemand doet het echt fout en we kunnen allemaal van elkaar leren.”

“Het gaat gewoon om het zetten van kleine stapjes”, zegt Carl. “We hoeven niet allemaal een Kees Klomp te zijn. Maar als je kleine stapjes blijft zetten kom je er ook. Zolang je ‘globaal denken, lokaal handelen’, aanhoudt maak je hoe dan ook impact.”

In 2012 was Jos Meijers het zat om voor een baas te werken. En terwijl hij thuiszat, bedacht hij een revolutionair nieuw idee: een voedseltuin voor de voedselbank, midden in Groningen stad. Daar is Toentje uit ontstaan. “In het hoogseizoen leveren we nu 4500 kilo aan de voedselbank. Dat komt neer op 18.000 porties per jaar. En met ons nieuwe project ‘Boeren voor de voedselbank’, wordt dit alleen maar meer. Toentje, Terra en een aantal akkerbouwers gaan samen aan de slag voor een nog grotere stroom van groenten voor de voedselbanken.”

“In mijn vorige werk kwam ik veel jongens tegen, die van de voedselbank afhankelijk waren”, vertelt Jos. “Die vertelden dat er veel houdbare producten waren zoals macaroni, en producten in blikken, maar geen verse levensmiddelen. Daar wilde ik wat aan gaan doen.”

“Dus toen ik zonder baan kwam te zitten ben ik gaan denken: wat vind ik nou leuk? Daar is Toentje, uit ontstaan. Ik maakte een plan, ging naar de gemeente, en het bleek dat die net een nieuw armoedebeleid hadden gemaakt. Daarin stond een regeltje waardoor ik subsidie kon krijgen en samen met de gemeente aan de slag kon gaan.”

Van stichting naar sociale onderneming

Nu, zeven jaar later is Toentje geen stichting meer, maar een sociale onderneming. Nog steeds krijgen ze 50% uit subsidies, maar 50% zijn ook eigen inkomsten. “Dat vond de gemeente best heel spannend, die eigen inkomsten. Dat is eigenlijk een terrein waarin nog niet zoveel bedrijven opereren. Maar het voelde voor ons ook nodig om een andere geld bron te vinden. Subsidies zijn natuurlijk niet gegarandeerd, en we wilden een wat vastere inkomensbron voor onszelf maken op deze manier.”

Daarom heeft Toentje inmiddels haar eigen buurtrestaurant en een aantal producten ontwikkeld. “We hebben onze eigen honing: Groning. Dat is begonnen omdat we een gesprek hadden met de imker in onze tuin. Die verkocht een groot deel van zijn honing aan de groothandel. Dat is zonde natuurlijk! Hoe leuk is het als lokale mensen de honing kunnen kopen van bijen die gewoon door Groningen vliegen. Die honing heeft gewoon een goed verhaal.” Inmiddels werkt Jos samen met verschillende imkers in de stad.

Maar dat is niet het enige, Toentje heeft ook een hoptuin, waar ze hop kweken voor bierbrouwerij Bax. “We wilden de lokale keten stimuleren. Dat doe je het beste door een aantal dingen aan elkaar te koppelen. Zo zijn we bij Bax terecht gekomen en we hebben nu de enige hoptuin in Nederland midden in de stad. Als Groninger kun je dus je biertje zien groeien. Dat is echt heel goed ontvangen. Bij het Forum en Dille en Kamille lopen het biertje ‘Kon Minder’ en de Groning honing als een trein.”

Volgens Jos komt dat omdat mensen gewoon behoefte hebben aan een goed verhaal. “ Zeker in de tijd waar er al zoveel op iedereen af komt. Dan gaan mensen juist op zoek naar authenticiteit. Groning en Kon Minder hebben dat. Maar de mensen die het kopen blijven wel consumenten, dus het kan wel een goed verhaal hebben, het moet daarnaast ook wel echt gewoon een goed product zijn.”

Een lange adem

Een van de grootste uitdagingen die Jos tegenkwam in de afgelopen zeven jaar is naar eigen zeggen toch wel het gebrek aan tijd en focus. “Je moet je wel echt blijven focussen en veel versimpelen. Er zijn zoveel dingen leuk en voor veel dingen is ook een kwestie van een lange adem hebben.”

Gelukkig levert dat ook veel op. “Omdat we een lange adem hebben gehad, zijn we nu één van de spelers die vooraan staan in het veld. Er komen vaak mensen van verschillende scholen en universiteiten kijken hoe wij het gedaan hebben. Maar ook mensen die een eigen initiatief willen starten. Zo zijn er in verschillende steden al voedseltuinen voor de voedselbank ontstaan. Daar word ik heel blij van”, zegt Jos.

Iedereen is welkom

“We hebben allerlei soorten mensen van ex-daklozen tot expats. Je kan het zo gek niet bedenken: iedereen is hier welkom”. “Wat je vaak ziet is dat mensen in hetzelfde vijvertje blijven zitten, maar wij brengen mensen van alle lagen van de samenleving samen. Dat maakt ons heel uniek.”

Die combinatie is ook heel goed voor de mensen die bij Toentje werken. “Iedereen gaat heel respectvol met elkaar om. We hebben een hele nuchtere, open manier van samenwerken. Dat is echt onze kracht. Er is plek voor mensen die samen willen werken, maar er is ook plek voor mensen die meer rust nodig hebben.”

Ruimte en persoonlijke aandacht is bij Toentje dan ook heel belangrijk. “We kijken echt naar wat mensen nodig hebben, maar laten ze vaak ook eerst tot rust komen. Er komen veel mensen bij ons met een zware rugzak, die helemaal moegestreden zijn van het systeem. Dan is het fijn om eerst tot rust te komen en te kijken waar ze naar toe willen. We hebben geen uitgestippeld plan, en kijken echt met iedereen persoonlijk mee.”

De sociale hub van de stad

Behalve mensen via de voedselbank van eten voorzien, doen ze nog veel meer. Zo geven ze les aan basisschoolkinderen om te laten zien waar hun eten vandaan komt, waarna de kinderen in de lente een aantal dagen in de tuin komen werken om in speciale bakken hun eigen groente te verbouwen. Later komen ze ook nog om in de keuken van Toentje’s buurtrestaurant Bie de Buuf hun eigen eten klaar te maken.

“We willen kinderen zo laten zien dat je heel gemakkelijk en goedkoop lokaal eten kan klaarmaken dat gezond en lekker is”, aldus Jos. “Heel veel scholen hebben nu nog geen leerlijnen rondom voedsel. We zijn in gesprek met de scholen en gemeente om te zorgen dat dit standaard wel in het pakket komt. Het is een heel groot onderwerp en daarom zijn wij gewoon aan de slag gegaan. Daardoor wordt het straks gewoon een beleid.”

Koko Toko zit inmiddels al 6,5 jaar in de Oosterstraat in Groningen. Amber Crommelin verkoopt in haar winkel duurzame kleding en aanverwanten spullen voor een duurzame leefstijl. Of zoals ze zelf zegt: “We verkopen happy stuff.”

Toen Amber begon met haar winkel, was duurzaamheid nog niet zo trendy als nu. “Ik was gelukkig niet te vroeg met de winkel, maar ik merk wel degelijk een verschil. Zo worden mijn klanten nu steeds jonger. En heel opvallend, ik heb de afgelopen twee jaar heel weinig discussie gevoerd met mensen over het belang van duurzame spullen en kleding. Dus er is zeker een shift gaande.”

Zelf betere keuzes maken

“Ik ben heel biologisch opgevoed”, zegt Amber. “We hadden niet veel geld, maar wat we hadden ging naar de biologische winkel. Bovendien komt mijn moeder van een achtergrond waar ze veel dingen zelf maakte, hergebruikte en dingen van goede kwaliteit kocht. De boodschap die ik van huis uit mee kreeg was: je moet je geld wel nuttig besteden.”

“Ik wilde zelf betere keuzes leren maken. Eerlijk gezegd worstelde ik er zelf mee en vond ik het lastig om die goede keuzes ook echt te maken. Dus ik dacht, als ik nou een winkel begin en mezelf omring met allemaal goede en duurzame spullen, dan wordt het ook makkelijker om het leven te leven wat ik eigenlijk echt graag wil.” En dat is ze gaan doen. Nu inspireert ze elke dag mensen in haar winkel met mooie duurzame spullen. “Ik verkoop happy stuff en wil mensen er bewust van maken dat hoe meer happiness en geluk je verzamelt in je leven, hoe makkelijker het is om het met anderen te delen en dat gevoel te vermenigvuldigen.”

In dit geval gaat het niet alleen om Amber’s klanten, maar geldt het voor de hele keten. “De keten, van de spullen die ik verkoop, zit gewoon goed in elkaar. Als je in mijn winkel duurzame spullen koopt dan zorgt dat ook weer voor geluk bij mensen die het gemaakt hebben. Zo wordt het gevoel van welbevinden bij iedereen groter. Dat vind ik heel belangrijk.”

Voor Amber is het belangrijk dat mensen ook goed nadenken over wat ze echt nodig hebben. Dat is iets wat ze zelf ook doortrekt naar alle aspecten in haar leven, niet alleen met spullen. In de winkel loopt haar hond Oscar rond, een lieverd die bij iedereen even komt knuffelen. “Ik heb hem uit Griekenland geadopteerd. Er zitten zoveel lieve honden in het asiel die ook een fijn huisje verdienen. Dat heb ik hem geboden en ik heb het echt heel erg getroffen met hem.”

Werken in de ruitersport

“Ik heb ook een tijdje in de ruitersport gezeten”, vertelt Amber. “Ik vond het heerlijk om af en toe in het magazijn te werken, omdat het fysiek werk was. Maar altijd als de containers uit India binnenkwamen had ik het idee dat ik een gasmasker nodig had. Die containers worden helemaal volgespoten met pesticiden. Dat ging me heel erg tegenstaan, ook in de grote getalen waarin de spullen binnenkwamen. Zoveel hebben we gewoon helemaal niet nodig.”
“Af en toe kwamen ik dan briefjes of snoeppapiertjes tegen in die containers, van de mensen uit India die, die spullen erin gestopt hebben. Dat zet je wel echt aan het denken.”

Amber wilde dus iets goed voor de wereld doen. “Eerst dacht ik aan horeca, maar ik heb helemaal geen horeca ervaring. Daarom ben ik een winkel begonnen, want als de fysieke winkel niet zou lopen, dan zou ik altijd nog online een webshop op kunnen zetten.” Dat bleek helemaal niet nodig te zijn, want nu bijna zeven jaar na oprichting loopt de winkel goed, zonder online winkel.
De winkel is dus ook niet ontstaan uit de wens om te verkopen “We kijken veel holistischer naar het geheel. Echt vanuit het idealisme, wat heb je als mens nodig. Het gaat ook om de mens die het maakt en minder om de mens die het koopt.”

Iets anders doen

Nu de winkel bijna 7 jaar bestaat heeft Amber een hoop dingen geleerd. Ook over zichzelf. “Een van de dingen waar ik nog geen rust in gevonden heb is dat je toch zes dagen in de week in de winkel zit. Het beheerst compleet je agenda. Je moet heel veel zelf regelen, dingen doen, en het is gewoon heel hard werken. Ik doe dat met heel veel liefde, maar uiteindelijk heb je je ook aan openingstijden te houden.”

Daarom heeft ze zichzelf permissie gegeven om dit jaar rond te kijken en uit te zoeken wat nog meer haar interesse heeft. Met een achtergrond in commerciële economie en heel veel Retail ervaring is ze nu op zoek naar haar volgende stap. “Ik wil in ieder geval heel veel reizen en ontdekken wie ik ben als ik geen winkel heb. Tot nu toe vind ik het een hele leuke zoektocht, omdat ik van veel mensen hoor wat mijn kracht is en daar soms verrassende dingen uitkomen.”

Een ding is wel duidelijk, Amber wil zeker iets blijven doen waar ze de wereld een stukje beter mee maakt. “Ik doe nu al veel andere dingen naast de winkel, ik coach bijvoorbeeld een jonge ondernemer van 17 en ik heb meerdere winkels tegelijk gehad. Die variatie van dingen wil ik zeker blijven doen.”

Een zero waste winkel, maar dan online. Geen gesleep met potjes, maar ook geen (plastic) verpakkingen. Ecovenience noemen de mannen van Pieter Pot het. “We willen zorgen dat een zo groot mogelijke groep mensen een beetje duurzamer gaat leven”, zegt Jouri Schoemaker, een van de oprichters van Pieter Pot.

Het concept is heel slim bedacht. Je bestelt je boodschappen online, Pieter Pot verpakt ze in glazen statiegeldpotten waarna PostNL Food ze aan je deur levert. PostNL neemt dan ook gelijk je lege potten mee terug. “We dachten, waarom zouden we geen gebruik maken van de bestaande netwerken? Zo kunnen we veel sneller een groter deel van Nederland bereiken”, aldus Jouri.

Jouri, naar eigen zeggen een ondernemer in hart en nieren, zette eerder een bedrijf op; Shake-on. “Dat loopt nog steeds heel goed, maar ik miste iets waar ik ook kon bijdragen aan een duurzamere wereld.” Voor hem is Vandebron een groot voorbeeld. “Dit is opgezet door commerciële jongens. Het idee is duurzaam, maar door de commerciële- en ondernemersmindset zorgen ze voor impact. Dat sprak mij heel erg aan en ben ik gaan kijken hoe ik zoiets ook kon doen. Ik ben op zoek gegaan naar waar er nog een gat zat tussen de markt en de behoefte.”

De verpakkingsloze winkels waren ‘booming’

“In 2015 zag je de verpakkingsloze winkels als paddenstoelen uit de grond schieten, daar was toen heel veel media aandacht voor en iedereen vond het een geweldig idee”, zegt Jouri. “Maar al die winkels waren al heel snel weer failliet. Het bleek toch lastig voor mensen om met hun eigen potjes naar de winkel te gaan. Je vraag mensen eigenlijk om een heel ingesleten patroon helemaal te veranderen.”

“Als ondernemer moet je verliefd worden op je probleem. Je moet een probleem zo graag willen oplossen dat je hoe je dan ook een oplossing vindt. Dat hebben wij gedaan. We hebben een combinatie van online boodschappen bedacht en die van de melkman die vroeger langs de deur kwam. Voor ons lag de oplossing in circulaire verpakkingen, maar wel met een convenience voor de mensen zodat er niet veel in hun boodschappen gedrag verandert.”

En het werkt, de mannen hebben nu ruim 3000 mensen op hun wachtlijst staan. Niet slecht voor een idee dat in januari 2019 ontstond. “Martijn Bijmolt en ik zijn begonnen in Rotterdam, in een kamer bij mij thuis”, vertelt Jouri. “We kochten wat potten bij de Ikea en wat bulk voorraad en we zijn gaan testen of er vraag naar is. We hebben in het begin zelf ook boodschappen langs gebracht. Doordeweeks zaten we achter het bureau aan het bedrijf te werken en in het weekend zaten we op de fiets om boodschappen te leveren.”

Boodschappen leveren in heel Nederland

Het bleek aan te slaan. Daarom zijn de mannen groter gaan denken. Ze zijn begonnen met een crowdfunding om het geld bij elkaar te krijgen om heel Nederland, in april, te kunnen bereiken. Daarnaast verkopen ze nu al startbonnen en startpakketten zodat mensen nu hun interesse kunnen laten zien. “Deze mensen kunnen in april gelijk boodschappen bij ons bestellen. De mensen op de wachtlijst zullen waarschijnlijk pas in de zomer voor het eerst kunnen bestellen.”

Doordat de boodschappen online aangeboden worden is het makkelijker om een groter stuk van Nederland te bereiken. “Je klantenbase is ineens veel groter en daardoor je kans op faillissement gelijk een stuk kleiner.”

Pieter Pot als merknaam

“Op dit moment zijn wij de enige in de wereld die dit doen. Dit jaar ligt onze focus volledig op het leveren in heel Nederland. Volgend jaar hopen we naar België uit te breiden. We willen zo snel mogelijk onszelf als merk neerzetten. Nu zijn we nog voornamelijk een online supermarkt, maar het ideaal beeld is, dat als de consument ons straks kent, we ook in de supermarkt liggen. Dat je tijdens het boodschappen doen kunt kiezen of je je producten in een verpakking koopt of in een Pieter Pot glazen pot”, zegt Jouri. Daarvoor zijn ze nu al bezig met het ontwerpen van een glazen pot die mensen echt herkennen.

“Dat gaat nog veel verder, ook bijvoorbeeld als je op een tankstation iets haalt, of popcorn in de bioscoop. We merken nu dat bedrijven wel willen veranderen, maar nog niet zo goed weten hoe ze dat moeten aanpakken, als we straks bekender zijn als merk, dan gaat die overgang veel makkelijker.” Maar dat begint dus bij eerst leveren in heel Nederland in april.

Na vier succesvolle colleges te hebben georganiseerd, slaan Thrive Institute uit Rotterdam, Impact Noord en de Rijksuniversiteit en Hanzehogeschool Groningen dit jaar de handen opnieuw ineen om drie interessante sprekers naar het Noorden te halen, voor iedereen die meer wil weten over het maken van positieve impact op de wereld door te ondernemen.

Drie vooraanstaande sprekers bereiden elk een avondvullend programma voor (18:30-21:00) met als doel jou meer kennis, inspiratie maar vooral ook praktische lessen te leren over deze populaire vorm van ondernemerschap. Uiteraard wordt elke avond weer ingeleid door een expert en zorgen onze enthousiaste moderators ervoor dat de avond vlekkeloos verloopt én er genoeg tijd is voor discussie en vragen.

Voorafgaand aan elk Avondcollege is er een informeel netwerkmoment mét vegetarisch buffet (17:30-18:30 uur, dit geldt niet voor het gratis studententicket). Leden van Impact Noord betalen slechts €25,- per college en reguliere tickets kosten €60,- inclusief buffet.

De Impact Avondcolleges van 2020:

  • Di 17 maart: Hans Stegeman, head of investment analysis and economics Triodos
  • Ma 20 april: Guido van Staveren van Dijk, oprichter Moyee Coffee
  • Di 26 mei: Mariah Mansvelt Beck, mede-oprichter Yoni

Wilbert van de Kamp doet heel veel verschillende dingen. Maar het belangrijkste is dat hij de verbinding zoekt met mensen en, naar eigen zeggen, dingen aan elkaar knoopt. Bijvoorbeeld door etentjes met boeren te organiseren. “Ik vind dat mensen met boeren moeten praten, want de meesten hebben nog nooit met een boer gepraat. En praten met elkaar creëert begrip.”

Verbinding en mensen verbinden

Dingen samen doen en elkaar verder helpen is iets wat voor Wilbert erg belangrijk is. “Ik heb de meest positieve ervaringen gehad door op mensen te vertrouwen en ik heb juist de meest negatieve ervaringen gehad als ik alles alleen probeerde te doen.”

“Eigenlijk vind ik verbinding gewoon een rot woord”, zegt Wilbert. “Maar het is wel de kern. Er zijn een heleboel dingen die niet op te lossen zijn met een oplossing, maar door de verbinding met elkaar aan te gaan kom je veel verder. Neem bijvoorbeeld de boerencrisis. Dat probleem kan je proberen op te lossen, maar zonder de verbinding aan te gaan, heb je geen idee waar iedereen op zit te wachten en wat er echt nodig is.”

Om ergens te komen is het wel echt belangrijk om goed naar elkaar te luisteren en daar moet je mensen in meenemen. “Als jij voor mensen besluit zonder dat je weet waar je het over hebt, dan weet je helemaal niet of ze daar wel op zitten te wachten”, meent Wilbert. “Ik maak nu een documentaire over witte mannen aan de macht. Helaas bestaat het team volledig uit witte mannen. Het was veel beter geweest als iemand met een andere huidskleur onderdeel van het team was geweest. Want dan krijg je een tegenovergestelde visie.”

9000 pompoenen en praten met boeren

Behalve verschillende mensen met elkaar verbinden doet Wilbert soms ook dingen waarvan mensen denken: hij is knettergek. Zo kocht hij vorig jaar 9000 pompoenen van een boer. “Gewoon omdat ik dat graag wilde. Daarna kwam ik er pas achter waarom ik dat heb gedaan”, zegt Wilbert. “Ik heb ervan geleerd hoe erg het is voor een boer om met producten te blijven zitten die je niet kwijt kunt. Maar ook hoeveel er nog bij de voedselbank te verbeteren is. Ik heb ook geleerd hoe moeilijk het is om pompoenen kwijt te raken. Ik dacht dat ik er wel 7000 kwijt zou kunnen, en dat viel even flink tegen.”

“Een vriendin zei laatst tegen me dat ik oplossingen zie voordat ik de problemen zie. Dat is ook echt zo. Met die pompoenen bijvoorbeeld, die heb ik gekocht omdat ik dacht ‘waarom niet’, en daar heb ik achteraf heel veel van geleerd.”

Een schop onder je kont

Problemen oplossen en mensen aanzetten tot actie, dat is wat Wilbert het meeste doet. “Het probleem met mensen inspireren is, dat er vaak geen actie ondernomen wordt. Soms moet je mensen echt een schop onder hun kont geven om te zorgen dat er iets gebeurt.”

Zo is het ook met Omapost gegaan. “Ik ben daarin gestruikeld. Iemand pitchte dat idee op een start-up weekend en toen zijn we dat gaan doen. Dat komt ook een beetje omdat ik te a-relaxed ben om dingen los te laten, dus dan ga ik maar gewoon aan de slag.”

Maar ook hier, was er eerst een oplossing voordat Wilbert echt het probleem kende. “Ik dacht: ja mijn oma wordt blij van die kaartjes, maar wat voor impact maakt het nou echt? Ik ben toen vrijwilligerswerk gaan doen in een verzorgingstehuis en toen begreep ik pas echt waarom ik dit was gaan doen en welke impact het maakte op de mensen die daar zitten.”

Dat is sowieso iets waar Wilbert vindt dat veel mensen nog meer betrokken kunnen worden; bij de maatschappij. “Veel dingen zijn te vrijblijvend. Iets liken op Facebook, of interesse tonen in een event en dan toch niet gaan. Het is allemaal te vrijblijvend. We missen tegenwoordig het community gevoel. Daarom moeten mensen echt over een drempel om zich ergens mee te verbinden.”

In actie komen

En daar is Wilbert dan weer goed in. Zoals hij zelf zegt: mensen een schop onder hun hol geven. In actie komen. “Ik vind het ook fijn om dingen te doen die groter zijn dan ik. Bijvoorbeeld de talk show ‘HELP!?’ in het Forum dat doe ik met drie anderen. Dat zijn van die dingen die nog steeds bestaan als ik onder een bus zou lopen. Daar zit natuurlijk ook wel een beetje ego achter; dat ik wat achterlaat, want ik ben niet Roomser dan de paus.”

“Als je samenwerkt met andere mensen, dan gebeuren er dingen. En er zijn heel veel mensen met veel ideeën, maar niet iedereen doet er iets concreets mee. Die mensen help ik om echt door te pakken en hun ideeën uit te voeren, want als je het nooit gedaan hebt, dan weet je het ook niet. Soms moet je gewoon eerst beginnen en dan leer je daar heel veel van en kun je zo positieve impact maken.”

Duurzame kleding, saai? Niet als het aan Julia Visser ligt. In haar hippe winkel, Regverdig, in Leeuwarden verkoopt ze tweehandskleding voor een fijn prijsje. “Er komen dagelijks mensen in de winkel die zeggen: ‘oh ik had niet door dat dit tweedehands is.’”

Duurzaamheid zat er altijd al wel een beetje in bij Julia. Vroeger struinde ze al vaak de kringloop door op zoek naar mooie dingen te vinden. “Ik had een bijbaan in de kringloopwinkel en later, toen ik in Engeland woonde, ook in de Engelse variant daarvan: een charity shop”, zegt ze. “Toen viel het me op hoeveel mooie dingen mensen afdanken. Dingen die gewoon prima nog een tweede leven kunnen krijgen.”

Duurzame kleding leuker maken

Vroeger rustte er een soort taboe op tweedehands kleding. Naar de kringloop ging je eigenlijk alleen maar als je geen geld had, en arm was. Het rook er vaak stoffig en muf. “De kringloopwinkels waren altijd een soort van loods”, zegt Julia. “Nu noemen ze het hier in Leeuwarden de Recycle Boulevard. Dat klinkt gelijk veel hipper. En verder stijlen ze het ook met allemaal verschillende kamers.”

“Ik zie nu ook dat jongeren steeds meer met duurzaamheid en de klimaatcrisis bezig zijn. Tweedehandskleding kopen wordt ook steeds normaler voor hun. Er zijn zelfs hele groepen waar het juist heel cool is om alleen maar tweedehands te kopen.”

“99% van de reacties in de winkel zijn positief, en soms ook juist omdat het tweedehands is. Ik heb veel mensen die zeggen ‘wat ziet het er netjes uit, ik had helemaal niet verwacht dat dit een tweedehandswinkel is.’ Aan de ene kant is het heel fijn dat mensen het zo positief ervaren, aan de andere kant is het ook heel schrijnend dat er toch nog steeds zo’n vooroordeel is rondom tweedehandskleding.”

“Ik wil met mijn winkel tweedehandskleding en dus ook duurzame kledingopties aantrekkelijker maken. Tweedehands winkelen is niet meer alleen voor mensen die weinig te besteden hebben, het is juist heel erg hip. Daarom ben ik mijn winkel ook begonnen, ik wilde wel tweedehandskleding kopen, maar ik miste een beetje een fijne winkel waar ik dat kon doen. Daarom ben ik hem zelf begonnen.”

Starten vanuit een burn-out

Dat starten van een bedrijf was voor Julia nooit helemaal de intentie geweest. “Ik kwam met een burn-out thuis te zitten”, vertelt ze. “En in die tijd kon ik eigenlijk niet zoveel. Iedereen zegt dan wel dat je gewoon maar leuke dingen moet doen, maar dat lukt ook totaal niet.”

“Ik was eigenlijk docent Engels aan het MBO, maar na een jaar fulltime werken kreeg ik een fikse burn-out te pakken. Toen ben ik gaan nadenken waar ik nou echt heel erg blij van wordt om te doen en waar ik gelukkig van werd. Ik heb ook gesprekken met een coach gehad en daar kwam wel uit dat ik tweedehands heel erg leuk vind.”

Omdat Julia op dat moment zelf ook bezig was met het verduurzamen van haar kledingkast, was ze veel op zoek naar tweedehandskleding. “We wonen zelf boven de winkel. En toen we daar kwamen wonen stond het pand leeg. Ik heb aan mijn huurbaas gevraagd of ik ook het winkelpand mocht huren om mijn winkel te beginnen”, vertelt Julia. “Ik heb eerlijk de situatie uitgelegd en dat ik geen groot startkapitaal had. Van de huurbaas heb ik toen heel veel goodwill gekregen zodat ik kon starten.”

In mei 2019 opende ze de winkel. “Eigenlijk zonder al teveel bombarie, want daar had ik toen de energie nog niet voor. Ik heb voor mezelf grenzen gesteld en heb nog steeds hele beperkte openingstijden om mezelf de rust te geven die ik nog steeds nodig heb. Het was voor mij op dat moment ook een project wat ik nodig had om weer beter in mijn vel te komen en mezelf weer nuttig te voelen.”

Klein beginnen

Ondanks dat Julia weinig startkapitaal had was het niet lastig om aan kleding te komen. “Alle kleding wordt ingebracht door mijn klanten”, vertelt Julia. “Ik sorteer uit wat nog mee kan en wat past bij de tijd van het jaar. De klanten krijgen dan 40% van de verkoopprijs als het verkocht is. Dat kunnen ze dan contant krijgen, of ze kunnen tegoed krijgen om in de winkel uit te geven, wat veel mensen ook doen. Daardoor wordt het een heel circulair proces.”

“Mensen zijn daardoor heel erg betrokken bij de winkel. Het is een community geworden op deze manier. Dat had ik van tevoren nooit zo kunnen bedenken. De klanten voelen zich verbonden en willen mij en de winkel steunen omdat ze het zo’n mooi concept vinden. Dat vind ik een van de leukste dingen aan het runnen van de winkel.”

Doordat Julia zo klein begon, was het ook makkelijker om de winkel snel zonder groot start kapitaal te openen. “Daarnaast maak ik ook geen verschil in merken en neem ik ook Zara of Primark aan. Tweedehands is tweedehands en ik weiger geen merken”, zegt Julia. Maar daardoor zijn de marges op de kleding ook niet erg groot. “Ik kan er van leven, maar ik word er niet rijk van. Voor mij is dat genoeg, ik doe iets waar ik heel gelukkig van word en waarmee ik iets goeds doe voor de wereld.”

Onrechtvaardigheid

In de tijd van haar burn-out heeft ze ook verschillende documentaires gezien waaronder The True Cost. “Dat is echt een eye-opener geweest. En het lastige vind ik als je eenmaal iets weet, dat je niet meer kan doen alsof je het niet weet.”

Daardoor kan ze niet meer zonder schuldgevoel een bloesje kopen bij de H&M. “Ik besloot in 2015 een heel jaar geen (nieuwe) kleding meer te kopen. En dat vond ik toen heel erg moeilijk. Ik ging wel naar de kringloop, maar kleding kopen is ook een soort hobby van me en ik miste het om nieuwe combinaties te maken.”

Na een jaar pakte ze het kleding kopen toch weer op. Maar dit jaar van heel bewust geen nieuwe kleding kopen en het zien van de documentaires zorgde er wel voor dat ze in 2019 Regverdig opende. Een bijzonder naam met een mooie betekenis. “Mensen denken vaak dat het Fries of Scandinavisch is, maar dat is niet zo. De naam komt uit Zuid-Afrika.”

De betekenis? Rechtvaardig.

“Ik kan heel slecht tegen onrechtvaardigheid. Deze naam past daar precies bij. Het gevoel dat ik bijdraag aan rechtvaardigheid met mijn winkel en dat de keuzes die dagelijks maak bijdragen aan meer rechtvaardigheid. Daar doe ik het voor.”